Architect van het kleine

Christiaan Weijts’ nieuwe roman Euforie is ernstig en zo vol dat het soms looiig wordt.

Amsterdam, 29-09-08. Tramtunnel bij het Centraal Station. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Redacteur Boeken

Ooit waren architecten heroïsche wezens: creatief, maar niet wereldvreemd. Ze waren het vleesgeworden ideaal van de jaren negentig. Anderhalf decennium later is het crisis en ‘elke economische crisis merken architecten het eerst en het langst’, stelt Johannes Vermeer, de hoofdpersoon van Euforie, de nieuwe roman van Christiaan Weijts (1976). Zo is de architect geruisloos getransformeerd – hij was het symbool van de hoogconjunctuur en is dat nu van de laagconjunctuur.

In Euforie gebruikt Christiaan Weijts de architect Johannes Vermeer om public issues en personal troubles bij elkaar te brengen. Zijn hoofdpersoon wordt op een zonnige julidag aangehouden wanneer hij met een busje door Den Haag rijdt. ‘Kom mee’, zegt de agent en leidt hem de tramtunnel op de Prinsengracht binnen, waar zich een ramp heeft voltrokken: bij een aanslag van islamitische terroristen vielen veertig doden. Vermeer helpt met de reddingswerkzaamheden, het busje doet dienst als ziekenvervoer. Tussen de gewonden meent Vermeer zijn jeugdliefde Isa te zien.

Om redenen die hij zelf ook niet helemaal begrijpt, verzwijgt Vermeer zijn rol bij de reddingswerkzaamheden, ook als zijn bureau een half jaar later meedingt naar de opdracht een monument voor de slachtoffers te maken. Een referendum zal uitmaken welk ontwerp het winnende wordt. Het geeft Weijts de gelegenheid om breed uit te waaieren, naar tal van maatschappelijke kwesties: privacy, de macht van de media, commercialisering, architectuur, fundamentalisme, engagement, terrorisme, duurzaamheid, democratie en politiek. Vermeer is getrouwd met de populairste weervrouw van het land, Celine, een relatie die ernstig in verval raakt wanneer zijn lang verzwegen heldenrol bij de aanslag toch bekend wordt en zijn vrouw niet meer weet wanneer ze hem nog kan geloven. Daardoorheen vertelt Weijts het verhaal van zijn jeugdliefde Isa.

Het is veel en ernstig. En Weijts heeft zich er danig in vastgedraaid. Want de steeds weer terugkerende observaties over architectuur of de stand van het land geven Euforie een onontkoombare looiigheid. Pagina na pagina werkt Weijts aan een bouwwerk – zijpaadje fraude, subplot bedreiging – dat maar niet verleidelijk wil worden. Daarbij helpt het niet dat het gros van die opmerkingen allerredelijkst van aard zijn: ‘Tijdens nationale rampen speelt onze nationale omroep ineens CNN. Zulke vertoningen kenmerken zich altijd door een hectische sfeer waarin bij gebrek aan concrete feiten eindeloos dezelfde flarden herhaald worden.’

Helemaal waar, maar het tekent het gebrek aan gekte in Euforie, zowel in het verhaal als in de stijl. Slechts zelden veer je op, bijvoorbeeld wanneer Vermeer bijkans hysterisch reageert wanneer hij op tv meent te zien dat zijn ex het weerbericht met harde tepels presenteert. Dan zie je weer even de Weijts van zijn debuut Art. 285b., een roman die spannend was in de wijze waarop hij de onredelijkheid van zijn personages de ruimte gaf.

In de slothoofdstukken van Euforie heeft Johannes Vermeer de architectonische droom verlaten. Het gaat hem niet meer om het hele traject van idee naar stenen gebouw, hij wil alleen nog maar tekenen. De rest moet de wereld zelf maar uitzoeken.

Het is ook in het tekenen, in het kleine, waar je in Euforie het talent van Weijts nog ziet. In een lichtvoetig en goed bij een architect passend zinnetje als: ‘God had net een liniaal gekregen toen hij Den Haag schiep’; in de onbegrijpelijke kanten van Vermeer, of in de terugkerende aansporing ‘Kom mee’, aanvankelijk de woorden waarmee de agent Vermeer de ingestorte tunnel binnenvoerde.

Op dezelfde manier zou je willen dat Weijts – minder begaafd als socioloog dan als psycholoog – zich voor zijn volgende boek laat meevoeren naar de plaats waar zijn kracht ligt: het obscure binnenste van zijn personages, waar hij zich kan vastbijten in de dingen die we liever niet van onszelf onder ogen zien. Kom mee.

Christiaan Weijts: Euforie. De Arbeiderspers, 400 blz. € 21,95