Andy van der Meyde

Ruim negen jaar geleden baarde Ajax-speler Andy van der Meyde opzien in de Nederlandse voetbalwereld, door af te zeggen voor het Nederlands elftal. Hij zei tegen bondscoach Dick Advocaat dat hij er niets voor voelde om voor een wedstrijdje van Oranje de geboorte van zijn eerste kind te missen. Het maakte hem tot een kortstondig icoon van de moderne man annex familievoetballer.

Een zeer kortstondig icoon, want de betreffende dochter (en zijn andere kind uit zijn eerste huwelijk) heeft Van der Meyde nu al twee jaar niet meer gezien, zoals is te lezen in zijn door Thijs Slegers opgetekende autobiografie Geen genade (Voetbal International, € 19,95). Dat boek denderde deze week meteen naar de tweede plaats in de Bestseller 60, zich in een gaatje wurmend tussen deel 1 en 2 van de Fifty Shades-trilogie. Dat uitgerekend Andy van der Meyde de hegemonie van E.L. James doorbreekt is geen toeval, want als de Vijftig tinten worden geafficheerd als mommy porn, dan kun je Geen genade best als daddy porn kwalificeren. En een opzienbarend inkijkje in de meestal verzwegen zeden en gewoonten van profvoetballers.

Van der Meyde zegt ergens dat hij zijn loopbaan ‘bijna letterlijk’ heeft verneukt en hij levert veel bewijsmateriaal voor die stelling aan: het begon allemaal met Ajax-ploeggenoot Mido die zijn buurmeisje voor Andy regelde – ongeveer in de tijd van Van der Meydes afzegging voor het Nederlands elftal. Daarna volgden vele receptionistes en groupies die zich allemaal aan voetballers aanboden.

Tussen die bedrijven door vertelt het scherp opgetekende Geen genade ook nog het klassieke verhaal van het straatschoffie (uit Arnhem) dat opgroeit in een disfunctionerend gezin, compleet met klassiekers als zelf naar de slager worden gestuurd om daar op de pof te kopen en te worden vernederd wegens eerdere onbetaalde rekeningen. En de jeugdliefde met wie Van der Meyde trouwt, kan de weelde ook al niet aan. Ze houdt zich lang van de domme aangaande het overspel, maar legt wel een manische dierenverzamelwoede aan de dag. Hun huis in Italië wordt ‘een halve dierentuin’ tot een kameel aan toe.

Wanneer Van der Meyde wordt verkocht aan het Liverpoolse Everton, waarhij een miljoenensalaris ontvangt, loopt alles nog verder uit de hand: op de vrouwen volgen drank en drugs – en Van der Meyde krijgt een verhouding met een stripclubdanseres. Zijn vrouw huurt dan toch maar een privédetective in, het huwelijk strandt en het leven met de stripper blijkt gepaard te gaan met nogal wat rondvliegende huisraad. Wanneer de zoon van de au pair vijftien wordt, trakteert Andy hem op zijn eerste lapdance.

Van voetballen komt natuurlijk niet veel meer terecht. Van der Meyde dendert door in een mengsel van eerlijkheid, zelfspot en dommige vastberadenheid. Een volslagen onweerstaanbaar boek dus, met bovendien zinnen die in hun absurdisme zo kunnen worden ingelijst, zoals deze, die opduikt wanneer Britse criminelen de kwetsbaarheid van de familie Van der Meyde ook hebben opgemerkt: ‘Op een ontvoering van mijn hond zat ik net zo min te wachten’.