We hebben monopolie op nieuws al lang verloren

Het NOS Journaal zoekt een jonger publiek. Hoofdredacteur Marcel Gelauff leidt de koerswijziging.

Dinsdagmiddag 20 november. Marcel Gelauff opent de vergadering van de redactie van het NOS Journaal. Onderwerp van gesprek: ‘Hoe hebben we Vaatstra gedaan?’ Eerst maar eens even met zijn allen terugkijken naar het Achtuurjournaal van maandagavond. De hamvraag is of de redactie zorgvuldig is geweest in haar duiding. Is de verdachte niet ten onrechte als dader geportretteerd?

In het Achtuurjournaal zaten alle elementen van de lange nieuwsdag. Verslaggever Jeroen Wollaars kijkt terug op zijn eigen optreden. „Het NFI vertelde mij dat als zij een daderprofiel krijgen en een honderd procent match hebben, zij van een dader spreken. Met de kanttekening dat er in dat geval zeker contact met het slachtoffer is geweest, maar dat dat nog niet bewijst dat de verdachte ook de moordenaar is. Ik ben dus de hele dag op de term verdachte blijven zitten.”

De rest van de redactie gaat hierin mee, maar Gelauff wil nog wel even kwijt dat er een discrepantie bestaat tussen de feiten en de sfeer die de hele dag door de NOS op tv is gebracht. „We lieten ook beelden zien van dorpelingen die de vlag uithingen en euforische reacties gaven van opluchting.” Desondanks is de conclusie aan tafel: er zijn in de berichtgeving voldoende nuances aangebracht. Niet de term ‘oplossing’ maar ‘lijkt opgelost’ en ‘doorbraak’.

Gelauff (Den Haag, 1957) begon als schrijvende journalist bij regionale kranten. Sinds 2003 werkt hij bij de NOS en sinds 1 juli 2011 is hij hoofdredacteur NOS Nieuws. Zowel in de presentatie als in de inhoud is het Journaal onder zijn leiding eenvoudiger geworden. In de filosofie van Gelauff is het een poging om én urgenter te zijn én dichterbij de mensen te komen. In zijn werkkamer gaat Gelauff in op de veranderingen.

Een voorbeeld. Na de opening van Sacha de Boer van het maandagavondbulletin over de zaak Vaatstra, klinkt meteen de stem des volks (voxpop, in jargon) door de huiskamer. „Mijn man kwam boven, die ging naar zijn werk en hij zei, ze hebben hem. Ja, dan slaap je niet meer, hè, dan ga je d’r af, geweldig toch?” Voxpop van een inwoner van Zwaagwesteinde in plaats van een autoriteit, bijvoorbeeld van het OM, waar het Journaal tot voor kort een patent op had.

Het NOS Journaal maakt een knieval naar het populisme.

„Dat bestrijd ik ten zeerste. Dit zijn nieuwsfeiten die vertellen wat er in de wereld gebeurt. Dit gaat over hoe je het vertelt. Dat voorbeeld van die vrouw zou vorig jaar in de oude vormgeving inderdaad nooit gebruikt zijn. In het algemeen zetten we voxpop in om te illustreren dat iets het gesprek van de dag is en om een onderwerp minder stijf te maken. Dit voorbeeld geeft precies aan welk gevoel er rond deze zaak leeft. Na al die jaren, gelukkig, het is opgelost. Ik vind dat het Journaal moet meebewegen met de tijd waarin we leven. Je vertelt het nieuws nu op een andere manier dan tien jaar geleden. De manier waarop je op straat praat, is anders dan mijn ouders deden. De taal, de toon, die ontwikkelen zich permanent.”

Over taal gesproken, waarom moest de taal van de presentatoren worden vereenvoudigd?

„Ik denk dat onze teksten simpeler zijn dan vroeger, puntiger, korter en makkelijker. De presentatieteksten van vijf jaar geleden waren ook langer, we willen nu meer vertellend zijn. Dat is geen Jip en Janneke-taal. De teksten zijn wel menselijker. Mijn doel is niet om de status van het Journaal te verlagen, wel om een breed publiek te bereiken en te behouden. Ik snap dat er kijkers zijn die minder gecharmeerd zijn van wat wij nu doen, maar dit is de achterliggende doelstelling.”

Naast de toon is meer urgentie ook één van de doelstellingen. Wat was er mis met het Journaal?

„Ik denk niet dat er iets mis is gegaan, maar dat we logische stappen hebben gezet, die bij deze tijd horen. Ik wil het jongere publiek bereiken, via mobiel en internet, dat is mijn publieke taak. Ik vond dat wij daar als organisatie onvoldoende voor geëquipeerd waren. Ik maak een programma voor 6 tot 106-jarigen, van laag tot zeer hoog opgeleiden. Daar zit een spagaat in. Een miljoenenpubliek is nooit tevreden te stellen.

„Er zaten teveel onderwerpen in het Journaal waarvan de urgentie ontbrak. Items die te weinig aan de actualiteit van de dag hangen. Teveel uitleg, teveel doceren. Elk product moet zich ontwikkelen en meebewegen met het publiek. Bovendien betekent dat inzetten op internet, door ons intern geformuleerd als Internet First. Het nieuws dat je weet zet je meteen op internet, je wacht niet meer op de tv.

„Boven de 50 jaar scoren we hoger, dat is altijd al zo geweest. Het is niet meer zo dat heel Nederland om één minuur voor acht voor de buis zit. We hebben het traditionele monopolie op het nieuws al lang verloren. Men weet bijna alles al in de loop van de dag.”

Is de koerswijziging ook een poging om beter te concurreren met RTL Nieuws, uw vorige werkgever?

„Ik wil het niet over RTL hebben, ik zit hier voor de NOS. Journalisten vragen altijd clichématig hoe ik tegen ze aankijk, ik werk er al negen jaar niet meer. We versterken elkaar omdat we allebei bestaan. Het is goed dat we geen monopolie meer hebben, dat is in elke bedrijfstak ongezond, dat leidt tot zelfgenoegzaamheid. Dus is het goed dat RTL bestaat, al 20 jaar hè. Er is geen enkel nieuwsitem meer dat wij alleen hebben. Alleen onze primeurs. En als we die uitzenden, staan ze drie minuten later elders. De waarde daarvan is beperkt. Wij onderscheiden ons door onafhankelijkheid, kwaliteit, betrouwbaarheid en actualiteit, 24 uur per dag, 7 dagen per week.”

De reportages van RTL Nieuws zijn beter. Bij de NOS is het vaak radio met plaatjes, jullie hebben radioverslaggevers die naar het Journaal zijn overgestapt.

„Natuurlijk zie ik thuis items die ik liever anders had gezien. Maar ik zal nooit een verslaggever bellen over dat zijn of haar shots niet deugen. Het gaat hier om education permanente. Afgelopen weken hebben we gasten van buiten gehad, die over storytelling hebben verteld, hoe vertel je een verhaal?”

Politiek verslaggever Dominique van der Heyde heeft een column in dagblad Spits. Bram van Ojik van Groen Links „kreeg een hele bos veren in zijn reet” ten koste van Jolande Sap, schreef ze in zo’n column. Kan een NOS-verslaggever zich zo gekleurd uiten?

„Die column had voor mij wel wat afstandelijker gemogen voor een parlementair verslaggever. Wij moeten geen expliciete meningen hebben over welk feit dan ook, maar nieuws, duiding en achtergrond bieden. Ik heb het er wel met haar over gehad, maar heb niet ingegrepen. Ik zie het als een incident.”

In hoeverre botsen de ambities voor een nieuw en urgent Journaal met de bezuinigingen bij de publieke omroep?

„Het zou pas slecht zijn als ik niet zou moderniseren. Er wordt sinds 2005 bezuinigd op het NOS-nieuws. We hebben al zestig voltijdbanen minder dan zes jaar geleden, terwijl onze output alleen maar is toegenomen. Het nieuws op radio 1, 2 en 3 vergt meer mensen en dat geldt ook voor internet. De productiviteit is enorm gestegen, we opereren veel zakelijker bij de inkoop van faciliteiten en we werken planmatiger dan tien jaar geleden. Ons budget groeide niet mee met de stijging van de salariskosten, waar ik nauwelijks invloed op heb, want dat is cao. Of een correspondent in Amerika nu twee of drie onderwerpen maakt, hij kost wat ie kost. De journalistiek in het algemeen staat hevig onder druk. Deze bezuinigingen zijn slecht voor de samenleving. Bij een open democratische samenleving hoort substantiële journalistiek, die bericht over wat er in de samenleving gebeurt. Ik zeg niet dat je niet mag bezuinigen in de journalistiek, met zestig banen minder kan het hier dus ook, want we zenden nog steeds uit. We gaan niet op zwart, maar er is wel een soort ondergrens.

„De bezuiniging van 300 miljoen euro is een politiek feit, dat gaat niet meer veranderen. Ik vind het normaal dat de omroep ook een bijdrage levert aan het financieren van het gat van de crisis. Wat ik veel belangrijker vind, is dat de politiek het niet alleen over geld heeft, maar ook over hoe je de publieke omroep inricht. Ik mis visie. De constructie 3, 3, 2, die staat voor drie fusieomroepen (AVRO-TROS, KRO-NCRV en VARA-BNN), drie zelfstandigen (VPRO, EO en MAX) en twee taakomroepen, de NTR en wij, levert niet de beste journalistieke kwaliteit op. Ik vind dat ik van de politiek mag verwachten dat ook zij de constructie 3-3-2 niet de ideale manier vinden om tot een kwalitatief hoge publieke omroep te komen. In dat model moeten we de taart gaan verdelen met meer omroepen, maar de taart wordt een stuk kleiner.”