Vilein melancholieke schrijver van verhalen

Frans Kusters (1949) schreef korte verhalen, kritisch maar berustend.

Frans Kusters

‘Ik heb geschreven wat ik wilde schrijven”, zei Frans Kusters een paar weken geleden nog tegen zijn vriend en collega-schrijver Thomas Verbogt.

Frans Kusters (1949) was een geboren en getogen Nijmegenaar. Studeerde er, werkte er, bleef er zijn hele leven wonen. Maar noem hem niet ‘de Nijmeegse schrijver’. Kusters vond het vervelend toen de Nijmeegse criticus Wam de Moor in de jaren zeventig een poging deed een ‘Nijmeegse school’ te omschrijven en daar Kusters’ naam aan verbond. En toen Jos Joosten, indertijd directeur van literair festival de Wintertuin en nu hoogleraar letterkunde aan de Radboud Universiteit, hem in 1996 in een folder omschreef als Nijmeegse schrijver, schreef Kusters hem een boze brief: „Je noemt Nicolaas Matsier toch ook geen Amsterdamse schrijver?”

In 1976 richtte Kusters samen met Thomas Verbogt, Nop Maas en Anthon Fasel het literaire tijdschrift De Schans op. Ze schreven het zelf vol. „Omdat we van schrijven hielden”, herinnert Verbogt zich, „niet omdat we een boodschap wilden uitdragen”. Op zoek naar verkooppunten liepen Verbogt en Kusters zelf de Nijmeegse boekhandels af. Verbogt: „Dat was vreselijk, we waren er eigenlijk te verlegen voor.”

Een jaar voor de oprichting van De Schans debuteerde Kusters bij uitgeverij de Bezige Bij, met de verhalenbundel De reis naar Brabant, die werd bekroond met de Reina Prinsen Geerligs Prijs, die Gerard Reve met De Avonden ook won. Maar het grote publiek bereikte hij er niet mee – korte verhalen zijn daarvoor niet het goede genre. Het vervreemdende en surrealistische dat zijn werk typeerde, evenmin.

Kusters was te bescheiden voor grote beweringen en meedogenloze standpunten. Een essayist was hij daarom ook niet. Hij wilde suggereren, de lezer aan het denken zetten. Om dezelfde reden wilde Frans Kusters, die ook wetenschappelijk medewerker was op de juridische faculteit van de Radboud Universiteit, niet promoveren. Want dan moet je met stellingen komen en bewijzen leveren. Terwijl hij enkel de handvatten wilde bieden waarmee mensen zelf aan het werk konden.

Een geliefd thema in Kusters’ latere werk was de bureaucratisering van de universiteit. In het verhaal Achter de rododendrons onttrekt een wetenschappelijk medewerker zich aan de vergadercultuur van zijn faculteit en voert in de lunchpauze eekhoorntjes brood. Na enige tijd wachtten de dieren hem elke dag in een lange rij op. Een typisch Kusters-verhaal, zegt Jos Joosten. „Vilein melancholiek. Kritisch op een berustende toon. En altijd die bizarre wending. Dat gaat zo stapsgewijs dat je je afvraagt: is dit nou echt?”

Frans Kusters overleed op 20 november op 63-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.