'Verbruggen blijft zich verschuilen'

Wielerbestuurders Hein Verbruggen en Pat McQuaid moeten opstappen. Lance Armstrong moet dopegebruik eindelijk bekennen. Pas dan heeft het wielrennen weer toekomst, stelt oud-renner Tyler Hamilton. Hij schreef een onthullend boek over dopegebruik in het peloton.

Dat telefoongesprekje met z’n vader, met wie Tyler Hamilton na zijn dopingbekentenissen weer goed contact heeft. „Ik sluit af met ‘Hou van je, pa’. Hij zegt: ‘Ik ook van jou, Tyler’. Zoals gebruikelijk. Maar hij voegde daar nog één zinnetje aan toe. ‘Fuck you Lance!’ Ik herinner het me nu ineens weer, heb het nog niet eerder verteld. Maar zo was het in die tijd. De telefoon werd getapt. Lindsay [zijn vriendin] en ik werden achtervolgd, onze e-mail werd gehackt. Lance deed dat niet zelf natuurlijk. Wie er achter zat, kan ik niet bewijzen. Maar ik heb wel een vermoeden. En anders mijn vader wel.”

Hamilton (41) legt even een hand op de schouder van de interviewer. Indringende blik. Laat niemand denken dat het makkelijk was om zijn verhaal te vertellen over dopingpraktijken in het wielrennen. Al was het alleen al vanwege de intimidatie door zijn voormalig ploeggenoot Lance Armstrong. „Ik kan niet meer in dezelfde staat leven als hij, vertrouw hem totaal niet. Hij heeft me recht in mijn gezicht bedreigd. Wat is dat voor iemand, die mij met wat maten komt intimideren in een gelegenheid waar ik met vrienden zit te eten? Hij had niet eens de ballen om met z’n tweeën - one on one – te praten.”

De ontmoeting met Armstrong in een bar in Aspen, Colorado is een van de vele onthullende details in zijn boek The Secret Race, waarvan deze week de Nederlandse vertaling verscheen: De wielermaffia. Het was juni 2011, en Hamilton had in het tv-programma 60 Minutes voor het eerst zijn stilzwijgen doorbroken over dopegebruik van hemzelf, van Armstrong, en de dubieuze rol van de internationale wielerunie UCI. „Lance was furieus.”

Ondanks de bedreiging herhaalde Hamilton zijn biecht tegenover onderzoeksrechter Jeff Novitzky en het Amerikaans antidopingagentschap Usada. Zijn verklaringen droegen bij aan de val van Armstrong, die zijn zeven Tourzeges kwijt is. Hamilton verhuisde naar het landelijke Missoula in Montana, en is nu een gevierd auteur van een bestseller. „De reacties zijn overweldigend, niet alleen uit de wielerwereld. Dit was blijkbaar het juiste verhaal op het juiste moment.”

Donderdag promotie van de Nederlandse editie in Amsterdam, zaterdagavond een live interview in de Aktuelle Sportstudio van de Duitse tv-zender ZDF in Frankfurt, maandag in Londen kanshebber bij de verkiezing van het prestigieuze William Hill Sportsbook of the Year. Maar ook steeds opnieuw die vragen over die ene oud-ploeggenoot, die prominent op de cover van de Nederlandse editie staat. Een obsessie? Hamilton zwijgt, denkt na. „Ik had liever alleen mezelf op de cover gezien. Maar hij speelt zo’n belangrijke rol, is nog altijd de grootste naam in de wielersport. Helaas zag ik als ploeggenoot veel van wat hij deed en deed ik veel dingen net als hij. Alleen daarom staat Lance in mijn boek. Als ik me tot mijn eigen verhaal had beperkt, had ik nooit de hele waarheid kunnen vertellen. Maar geloof me: ik had veel liever alleen over mezelf geschreven.”

Zijn eigen verhaal viel hem moeilijk genoeg. Twee keer op doping betrapt, olympisch goud kwijt, leugens („bloed van mijn in de baarmoeder overleden tweelingbroer”), depressies, schorsingen. „Dingen waar ik niet trots op ben. Maar ik ben er wel trots op dat ik uiteindelijk de waarheid heb durven vertellen. ‘Eens een leugenaar altijd een leugenaar’, blijven sommigen zeggen. En ik snap dat. Ik heb de mensen bedrogen, sta in het krijt. Juist daarom voel ik de verplichting om erover te praten, om niets achter te houden. Het geeft me ook een enorm gevoel van opluchting.”

Jarenlang epogebruik, horror van transfusies met bedorven bloed. „Ik had liever geschreven over mijn mooie momenten in het wielrennen, maar doping heeft voor mij alles geruïneerd.” Ploeggenoten getuigden dat ze door Armstrong en ploegleider Johan Bruyneel onder druk werden gezet. Hamilton niet. „Iedereen maakt zijn eigen keuzes, niemand heeft mij ergens toe gedwongen. Bruyneel heeft mij geen pistool op het hoofd gezet om doping te nemen.”

Niet dat hij de Belgische ploegleider – die zelf de beschuldigingen blijft bestrijden – vrijpleit. „Bruyneel doped himself. Hij heeft het nooit toegegeven maar ik weet het zeker. Hij was renner bij ONCE, en heeft als ploegleider van US Postal de staf meegenomen waarmee hij daar al werkte.” Het ‘systeem’ deed de rest. „Als je niet goed was, kon je niet presteren. Als je niet presteerde, kon je geen wedstrijden rijden. Als je geen wedstrijden reed, werd je niet opgesteld in de Tour. En als je geen resultaten neerzette in de grote wedstrijden, kreeg je geen contract meer.”

In 2001, na de derde Tourzege van Armstrong, was Hamilton het zat. „Ik wilde echt stoppen met wielrennen. Tot CSC een aanbod deed. Daar kreeg ik het pure wielerplezier terug.” Uitgerekend in de ploeg van de Deense manager Bjarne Riis, die door Hamilton in zijn boek beschuldigd wordt van connecties met de Spaanse dopingarts Fuentes. „Bjarne Riis is een goed mens en een goede manager. Hij wilde zorgen voor zijn renners, zodat ze succesvol waren. Als ik zelf in die donkere tijden manager was geweest, had ik wellicht dezelfde keuzes gemaakt als hij.”

Voor iemand die in zijn boek ook over ‘maffiapraktijken’ en renners in eerdere interviews neerzette als gangsters, denkt Hamilton genuanceerd over doping. „Je kunt nooit voorbij gaan aan alle opofferingen die renners moeten doen om de top te halen.” Hij wil ook gezegd hebben dat hij ondanks zijn forse dopegebruik nog altijd in goede gezondheid verkeert. En levenslange straffen voor voormalige zondaars, of een verplichte ‘dopingvrij-verklaring’ zoals bij de Britse ploeg Sky, hoeven van hem niet. „Je moet mensen juist aansporen de waarheid te spreken. Alleen zo kan de wielersport lessen trekken uit het verleden.”

De UCI zou het voortouw moeten nemen, maar het tegendeel is volgens Hamilton het geval. „Ik zou niets liever doen dan naar de UCI gaan en mijn verhaal vertellen. Geen advocaten erbij, gewoon praten. Zij en ik. Daar begint elk inzicht, elke kans om het in de toekomst beter te doen. Als de UCI echt wil weten waarom het in het verleden zo fout kon gaan, praat dan met betrokkenen. Met Jörg Jaksche, George Hincapie, met mij. Mensen die open willen zijn. Jesus Manzano. Die jongen weet zoveel, is bijna overleden door doping. Praat! Maar ze mijden mij als een melaatse.”

Heeft de UCI zelf teveel te verbergen? „Mijn boek gaat over de periode dat [de Nederlander] Hein Verbruggen voorzitter was. Hij blijft zich verschuilen voor mij. Ik vind dat triest. Zoals ik het ook triest vind dat hij nog altijd deel uitmaakt van de UCI en het IOC, na alle fouten die hij heeft gemaakt. Hij had veel beter kunnen handelen in de dopingproblematiek, pro-actief vooral. Kijk, uiteindelijk kan Verbruggen niet bepalen wat ik achter gesloten deur doe. Maar wat hij wél kon doen, deed hij niet. Er was bepaald geen level playing field onder zijn voorzitterschap. Hij beschermde één renner meer dan de anderen.”

In zijn boek beschrijft Hamilton dat de UCI in 2001 een positieve dopingtest van Armstrong heeft verdonkeremaand, tegen betaling van 125.000 euro door The Boss. Eergisteren kondigde WADA-directeur David Howman aanvullend onderzoek aan naar de betreffende test. Dat de UCI geen juridische stappen tegen hem onderneemt, beschouwt Hamilton als beste bewijs voor zijn gelijk. „Wat ik heb verteld, is de waarheid. Het is abnormaal en incorrect zoals de UCI toen heeft gehandeld. Sleep me maar voor de rechter als het niet zo is.”

Volgens Hamilton is de situatie in het profwielrennen inmiddels wel verbeterd. Hij signaleert strengere dopingcontroles en langzamere tijden in de beklimmingen. Maar de UCI kan niet doorgaan alsof er niets is gebeurd. „De ene na de andere renner wordt alsnog gestraft, maar zelf blijven ze buiten schot. Dat is voor mij onbegrijpelijk. De nationale bonden kiezen voor Verbruggen en zijn opvolger Pat McQuaid. Zij moeten nu beslissingen nemen in het belang van de wielersport. Als de leiders in een sport niet te vertrouwen zijn, dan ligt daar het eerste probleem. Stem ze weg!”

En Armstrong? „Als Lance iets geeft om de wielersport, moet hij bekennen. Hij brengt de sport veel schade toe door het niet te doen. En als hij het niet voor de sport doet, dan voor zichzelf en zijn familie. Hij zal het niet snel doen, ik ken hem. Hij kan enorm afzien. Dat doet hij nu ook, dat is zeker. Ik heb het zelf meegemaakt. Het is gewoon verschrikkelijk om met deze situatie te moeten leven. Ik ben enorm blij dat ik ervan af ben.”