Soorten soms pas na eeuw beschreven

De onbekende dier- en plantensoorten op deze wereld liggen onder handbereik, betogen drie Franse biologen. Die soorten verstoffen in de laden en op de planken van natuurmusea, herbaria en andere biologische instituten. Gemiddeld duurt het 21 jaar voor nieuwe soorten beschreven worden, ontdekten de biologen van het Muséum National d’Histoire Naturelle in Parijs.

Als we zo doorgaan, schrijven Benoît Fontaine en collega’s, zijn biologen straks druk met het beschrijven van museumexemplaren, terwijl hun wilde soortgenoten inmiddels uitgestorven zijn.

Ze publiceerden hun onderzoek deze week in Current Biology. De biologen namen een steekproef van 600 dier- en plantensoorten die in 2007 waren beschreven. Het meeste is groen of klein grut: insecten, andere ongewervelden, planten.

De 21 jaar is wel wat vertekend. Desgevraagd geeft de Franse bioloog toe dat één op de drie soorten wél binnen vijf jaar beschreven wordt. Er zijn flinke uitschieters die de gemiddelde ‘ligduur’ optrekken.

Elf soorten lagen langer dan een eeuw in de la, zoals de groefkop-adder Tropidolaemus laticinctus van Sulawesi. Het oudst bekende exemplaar van die soort is al in 1801 uit het oerwoud geplukt.

In 2010 verscheen in Proceedings of the National Academy of Sciences al een vergelijkbaar onderzoek over alleen planten. Die liggen gemiddeld nog langer te wachten dan dieren: slechts 16 procent wordt binnen vijf jaar beschreven.

Is er iets aan te doen? Lastig, denkt Fontaine. Er is nu duidelijk een tekort aan taxonomen die al die soorten moeten beschrijven, maar wat als je die opleidt en een vaste baan biedt? “We moeten nog maar zien hoe veel van die mensen nieuwe non-charismatische invertebraten gaan beschrijven.” Hester van Santen