Poch vreest een showproces

In Buenos Aires begint woensdag het proces tegen 67 verdachten van misdaden tijdens het militaire bewind. Julio Poch, voormalig Transavia-piloot, staat terecht voor het uitvoeren van dodenvluchten.

Julio Poch, de tot Nederlander genaturaliseerde Argentijn die komende week in Argentinië terechtstaat na zijn arrestatie in Spanje. Foto ANP

Ze werden gemarteld, gedrogeerd en boven open zee uit vliegtuigen gegooid of gewoon doodgeschoten. Tussen de 20.000 en 30.000 politieke tegenstanders lieten het leven tijdens het laatste militaire bewind in Argentinië (1976-1983). En deze week, dertig jaar later, begint in Buenos Aires een megaproces tegen de vermeende moordenaars.

In de beklaagdenbank zitten 67 verdachten die beschuldigd worden van misdrijven tegen de menselijkheid. Een strafzaak waarbij zoveel verdachten tegelijk werden berecht is nog nooit vertoond, zeggen ze op het kantoor van de onderzoeksrechter. „Dit proces is nog omvangrijker dan het proces in Neurenberg tegen de grote naziverdachten na de Tweede Wereldoorlog”, zegt Carlos Mollard, woordvoerder van het tribunaal.

Een van de opvallendste verdachten is de tot Nederlander genaturaliseerde Argentijn Julio Alberto Poch (60) uit Zuidschermer (Noord-Holland). De voormalige Argentijnse marinepiloot wordt ervan verdacht ten tijde van de junta zogeheten dodenvluchten te hebben uitgevoerd. Hij werd ruim drie jaar geleden opgepakt in Spanje. De arrestatie volgde toen hij als gezagvoerder bij Transavia de laatste vlucht voor zijn pensionering maakte.

De sinds 1988 in Nederland wonende Poch werd aangehouden nadat collega’s hadden verklaard dat Poch in 2003 tijdens een etentje op Bali zou hebben verteld dat hij ten tijde van de junta dodenvluchten maakte. In mei 2010 werd Poch door Spanje uitgeleverd aan Argentinië. Hij zit in een eenpersoonscel in gevangenis Marcos Paz op een uurtje rijden van Buenos Aires. Op zijn afdeling zitten alleen maar voormalige militairen gedetineerd. Een van hen is juntaleider Jorge Rafael Videla (87) die al tot levenslange gevangenisstraf is veroordeeld.

„De berechting van voormalige militairen is voor de Argentijnse regering een belangrijke kwestie”, zegt Mollard. „Het geeft Argentinië de kans zich internationaal te onderscheiden als een land dat naleving van mensenrechten serieus neemt.”

Voor de Argentijnse rechtbank zullen zo’n 830 getuigen worden gehoord. De rechtbank heeft bepaald dat familieleden van slachtoffers van het militaire regime die in eerdere rechtszaken al verklaringen hebben afgelegd niet opnieuw hun verhaal hoeven te vertellen. „Het is te traumatiserend als slachtoffers nog een keer moeten worden ondervraagd over de afschuwelijke gebeurtenissen die ze hebben meegemaakt”, zegt José Nebbia. Hij is advocaat en werkt voor de Argentijnse mensenrechtenorganisatie Cels, die opkomt voor de belangen van de slachtoffers. Cels speelt ook een formele rol in het proces en mag bijvoorbeeld bewijsmateriaal inbrengen.

Tegenover personeel van de Nederlandse ambassade in Argentinië heeft Julio Poch recentelijk nog zijn grote zorgen uitgesproken. Hij beschouwt zichzelf als een politieke gevangene en vreest in het land van president Cristina Kirchner – een voormalige sympathisant van de Montoneros, de tegenstanders van de militaire junta – geen eerlijk proces te krijgen.

Onderzoeksrechter Sergio Torres, die sinds de opheffing van de amnestiewetten in 2003 onderzoek doet naar de militaire dictatuur, is volgens Poch niet bezig met waarheidsvinding maar hij probeert zoveel mogelijk mensen achter de tralies te krijgen. Poch heeft van de ambassade de verzekering gekregen dat Nederlandse diplomaten de procesgang nauwgezet zullen volgen.

De raadslieden van Poch delen zijn zorgen. „Als je zijn strafdossier zou voorleggen aan rechters uit de hele wereld zou een grote meerderheid zeggen: dit is onvoldoende materiaal voor een veroordeling. Maar Poch is onderdeel van een monsterproces en er is een gevaar dat zijn zaak ondergesneeuwd raakt in het grotere geheel”, zegt zijn Nederlandse advocaat Geert-Jan Knoops.

In Buenos Aires vertelt de Argentijnse raadsman van Poch, Gerardo Ibañez, dat „Argentinië professionele rechters heeft, maar in dit soort zaken krijgen ze van hogerhand te horen wat ervan ze wordt verwacht: veroordelingen”. Ibañez, die meer militaire verdachten verdedigt, zegt „nooit eerder een cliënt te hebben gehad waar ik zo overtuigd was van zijn onschuld als bij Julio Poch.”

Poch wordt door de Argentijnse justitie verantwoordelijk gehouden voor de dood van 29 mensen. „Ik ontken niet dat er dodenvluchten zijn geweest. Daar is eerder over verklaard en er zijn lijken aangespoeld in Argentinië en Uruguay”, zegt Ibañez. „Maar er is geen bewijs tegen Poch. Hij was niet eens in staat de toestellen te vliegen waarmee de dodenvluchten zijn uitgevoerd.”

Poch kwam volgens Ibañez pas in beeld als verdachte in 2008 toen het Nederlandse Openbaar Ministerie in Argentinië informatie opvroeg. „Torres was al vijf jaar met zijn onderzoek bezig en Poch was toen nog totaal onbekend in Argentinië. Later werd in Argentinië opeens het beeld gewekt alsof ze een soort Adolf Eichmann [een Duitse oorlogsmisdadiger die in Argentinië schuilde, red.] te pakken hadden. Het is heel dubieus hoe de Nederlandse justitie via een Spaanse omweg Poch in een Argentijnse cel deed belanden. Poch heeft nooit de kans gehad zich tegenover de Nederlandse rechter te verdedigen terwijl Nederland geen eigen onderdanen mag uitleveren aan Argentinië.”

De collega’s van Transavia die mogelijk, al dan niet via een videoverbinding, tijdens het proces worden gehoord, hebben Poch volgens Ibañez verkeerd begrepen toen hij sprak over de rol van het Argentijnse leger. „Als je als supporter van een voetbalclub zegt dat ‘wij’ gewonnen hebben, wil dat niet zeggen dat je bedoelt dat je zelf op het veld stond.”

José Nebbia van organisatie Cels meent echter dat er meer bewijs is tegen Poch dan de verklaringen van collega’s. „Natuurlijk zijn er geen getuigen van destijds. Niemand van de dodenvluchten kan navertellen wat er is gebeurd. En de militairen hebben veel belastend materiaal vernietigd”, zegt Nebbia. Maar er is voldoende informatie om wat hij noemt de ‘systeemcriminaliteit’ van het militaire apparaat te kunnen schetsen. De dodenvluchten werden in principe op woensdagavonden gehouden en vertrokken van hetzelfde vliegveld. Justitie zegt te kunnen vaststellen wie, wanneer en waar dienst had. De advocaten van Poch zeggen echter via logboeken juist te kunnen aantonen dat Poch niet betrokken was bij de misdrijven.

Mensenrechtenadvocaat Nebbia zegt er niet aan te twijfelen dat Poch een eerlijk proces krijgt. „De verdachten hebben de beste advocaten. En in het vorige grote proces tegen voormalige militairen werden van de achttien verdachten twee man vrijgesproken. Dat bewijst dat het tribunaal niet alleen maar uit is op veroordelingen.”

De strafzaak gaat naar verwachting minimaal twee jaar duren.