Opinie

    • Martijn Katan

Op fosfaatjacht

Thermphos in Vlissingen was de enige producent van fosfaten in Europa en nu zijn ze failliet. Volgens Europarlementariër Gerben Jan Gerbrandy (D66) is dat een slechte zaak. “Het is van groot belang binnen de EU een producent van fosfor te hebben”, zegt hij. Wat is fosfor of fosfaat, dreigt er een tekort aan en wat is daartegen te doen?

Fosfor is een element, één van de 92 unieke stoffen waaruit alles op aarde is opgebouwd. Uw lichaam bevat ongeveer anderhalf pond fosfor. Het zit in botten, hersenen, cellen en DNA, meestal in de vorm van fosfaat. Dat is een combinatie van fosfor met zuurstof. We krijgen fosfaat binnen uit melk, vlees, brood, groenten en ander eten en fosfaten worden bovendien toegevoegd aan bewerkt eten zoals cola, ham, smeerkaas en cake.

Die fosfaat wordt in het lichaam gebruikt en vervolgens plassen we het uit. Fosfaten zijn ook nodig in geneesmiddelen, tandpasta, motorolie en honderden andere producten. De grote massa aan fosfaat gaat echter in kunstmest, waarvan het een onmisbaar bestanddeel vormt. Planten hebben fosfaat nodig om te groeien, hoe meer ze krijgen hoe groter de tarwe, de rijst en de groenten. Zonder kunstmest en dus fosfaat zou de wereld maar half zoveel voedsel produceren als nu.

Het probleem is dat de fosfaatvoorraad opraakt. Dat klinkt raar, want fosfor is een element en kan niet vernietigd worden. Het fosfaat dat we als kunstmest op de velden gooien verdwijnt ook niet: het wordt eerst een deel van het graan, daarvan wordt brood gemaakt of het graan wordt opgegeten door varkens en kippen, en wij eten het brood, de varkens en de kippen. Het fosfaat gaat steeds mee en uiteindelijk plassen wij het uit en eindigt het in zee of in rioolslib.

Maar uit zeewater is geen kunstmest te maken, daarvoor is geconcentreerde fosfaat nodig. Fosfaaterts dus. Een aantal landen heeft dat in de grond. Marokko heeft heel veel, China heeft redelijk wat maar dat houden ze zelf en in Europa heeft Finland een beetje. Omdat er steeds meer mensen, koeien, kippen en varkens zijn is er steeds meer eten nodig. De vraag naar fosfaat overtreft daarom het aanbod en de prijs is in tien jaar verviervoudigd.

Australische onderzoekers berekenden dat de opbrengsten van de fosfaatmijnen binnen 20 jaar gaan teruglopen. Nieuwe cijfers suggereren dat de reserves veel groter zijn en dat de wereld nog genoeg fosfaat heeft voor de rest van de eeuw. Die nieuwe cijfers berusten echter grotendeels op één publicatie van een meneer uit Marokko. Als hij zich heeft vergist kunnen we over 20 jaar nog lelijk op onze neus kijken.

Hoe dan ook, vroeg of laat is het fosfaaterts op. Dat ‘op’ is veel definitiever dan het opraken van fossiele brandstoffen als aardolie en aardgas. Voor fossiele brandstoffen bestaan alternatieven zoals kernenergie en zonne-energie. Maar fosfor is een element en dus uniek. Zonder fosfor geen landbouw, nu niet en nooit niet. Fosfor kan ook nergens anders uit worden gemaakt, net als goud niet uit iets anders kan worden gemaakt.

We kunnen de uitputting van fosfaaterts vertragen door minder voedsel te verbouwen, dan is er minder kunstmest nodig. Het verbouwen van mais, koolzaad en palmolie voor de productie van biobrandstof kost flink wat kunstmest. Die biobrandstof is nergens goed voor behalve voor de biobrandstoffabrieken op de Maasvlakte. Het toevoegen van biobrandstof aan benzine moet daarom snel worden afgeschaft. Dat geeft weinig pijn en het scheelt aardig wat fosfaat.

De volgende stap in de fosfaatbesparing doet wel pijn: minder vlees eten. Veertig procent van alle kunstmest en dus van alle fosfaat ter wereld gaat op aan het verbouwen van granen en sojabonen voor varkens, kippen en koeien. Het is efficiënter als we minder beesten houden en zelf granen en bonen eten. Een paar vleesloze dagen per week helpt enorm om de fosfaatreserves te sparen.

Maar ook als we allemaal vegetariër worden raakt het fosfaaterts uiteindelijk op. Op de lange duur is recyclen daarom de enige oplossing. Dat kan. De mensheid heeft eeuwen lang de poep en urine van mensen en dieren teruggeploegd in de akkers. Alleen bestond de bevolking toen grotendeels uit boeren die naast hun akkertje woonden en de po naast de deur konden omkieperen. Nu wonen we in megasteden en zijn we met tien keer zoveel mensen. In Zweden proberen ze de urine in wc’s apart op te vangen en met tankwagens naar het land te brengen, maar dat zie ik bij ons niet gebeuren.

Thermphos probeert het anders. De fosfaat die wij uitplassen komt terecht in het rioolslib van de waterzuiveringsinstallaties. Uit dat slib wint Thermphos fosfaat terug. Ze zijn de enige ter wereld die dat doen en het dekt 10 procent van hun behoefte aan fosfaaterts. Biedt dat uitzicht op een toekomst zonder fosfaattekort? Dat verdient serieus onderzoek voordat we die fabriek in Vlissingen slopen.

Voor bronnen zie mkatan.nl

    • Martijn Katan