Nooit eerder is Peter R. zo serieus genomen

Terwijl de wereld veranderde, bleef Peter R. de Vries hetzelfde. Het exclusieve recht van opsporing ligt niet meer bij het OM.

Over de R van Peter R. de Vries zijn heel wat grappen gemaakt. De bekendste is een sketch van Van Kooten en De Bie waarin ‘sensatiejournalist’ Van Kooten jacht maakt op Peter R. de Vries, misdaadverslaggever. De Vries zou zijn R alleen maar gebruiken om zich interessanter en belangrijker voor te doen dan hij is. Als op de achtergrond zijn R wordt gestolen, wankelt ‘nobody’ Peter de Vries weg uit beeld.

Dat was vijftien jaar geleden. Het was de tijd dat de televisiekijker ietwat smalend toekeek hoe Peter R. de Vries met draaiende camera uit de kast kroop voor een confrontatie met voormalig hasjhandelaar Steve Brown. Hoe De Vries, ex-Aktueel en ex-Telegraaf, zich voor de rechter moest verantwoorden voor het openbaren van gestolen floppies van een vooraanstaande officier van justitie. Hoe De Vries warme banden onderhield met types als Heineken-ontvoerder Cor van Hout.

Dat de misdaadverslaggever zich ook met serieuzere zaken bezighield was toen al wel bekend. Al in 1992 poogde De Vries de vermissingzaak van de zevenjarige Nymphe Poolman vlot te trekken door de gouden tip te belonen met 100.000 gulden, betaald door een groep zakenmensen. Het Openbaar Ministerie was, zacht gezegd, niet blij met zijn bemoeienis. „Het onderzoek naar misdrijven is een exclusieve bevoegdheid van de overheid”, reageerde een officier destijds. „Dat kun je niet overlaten aan ongeschoolden.”

Hoe anders is het laatste hoofdstuk verlopen in de zaak-Marianne Vaatstra. Natuurlijk, Peter R. de Vries had in de zaak al eerder, in 2000, gehamerd op een grootschalig DNA-onderzoek, en bot gevangen. De rechter was toen niet van het nut overtuigd. Maar mede door de onophoudelijke aandacht die De Vries aan de zaak besteedde, kwam het DNA-onderzoek er dit jaar wel.

En intussen was ook de relatie tussen het Openbaar Ministerie en De Vries veranderd. Die was in de laatste jaren van de zaak-Vaatstra inniger dan ooit. Zo werd in alle stilte in 2007 een speciaal ‘3D-rechercheteam’ opgericht dat de feiten nogmaals onderzocht. De gevonden haar in de aansteker bij Vaatstra’s lichaam, de bh waarmee ze was gewurgd. En elke bevinding werd achter de schermen doorgespeeld aan Peter R. de Vries.

Wat was er in die twintig jaar gebeurd? Was ‘keffer’ Peter R. veranderd, was hij plots de knuffelbeer van het OM? Zulke aanwijzingen zijn er niet. En als die er al zouden zijn, zou De Vries zijn misdaadprogramma wellicht direct hervatten om de aantijgingen hoogstpersoonlijk van tafel te vegen.

Nee, Peter R. de Vries is niet veranderd, maar zijn omgeving wel. Het Openbaar Ministerie, de samenleving.

Wijzigingen waren er in de top van het OM. Harm Brouwer volgde in 2005 Joan de Wijkerslooth op als hoogste baas en zorgde voor een cultuuromslag. Brouwer keerde de blik van binnen naar buiten en sloot een actievere rol van burgers bij de opsporing niet uit. Programma’s als RTL Boulevard werden niet meer geschuwd om uitleg te geven over strafzaken. Brouwer benadrukte zelfs dat Peter R. de Vries „goed journalistiek werk” had geleverd met de reportage waarin hij via een burgerinformant Joran van der Sloot liet praten over de verdwijning Natalee Holloway.

Het Openbaar Ministerie moest met de tijd mee, weg uit de ivoren toren. Het kon niet anders. De burger was mondiger geworden, het justitieel gezag niet langer een vanzelfsprekendheid. Dat werd nog eens versterkt door een reeks rechtelijke dwalingen waaronder de Schiedammer parkmoord en de Puttense moordzaak die het vertrouwen in de justitiële macht ondermijnde. Het exclusieve recht op de opsporing was het OM ook al kwijt door de opkomst van particuliere recherche- en beveiligingsbureaus.

Soms kun je van je vijand beter je bondgenoot maken, moeten ze bij justitie hebben gedacht. En dan heb je aan Peter R. de Vries een goeie. Zijn werk was grondig, zijn reconstructies klopten vrijwel altijd. Sterker, De Vries had een belangrijk opsporingsmiddel in handen dat bij politie en justitie ontbreekt: de draaiende camera. De Vries kon verdachten op de man af vragen wat hij wilde, middels ‘de confrontatie’ – desnoods met een verborgen camera. Terwijl een rechercheur al gauw het risico loopt op onrechtmatig verkregen bewijs, kon misdaadjournalist De Vries in alle vrijheid zijn gang gaan.

In juni stopte Peter R. de Vries met zijn misdaadprogramma, na zeventien jaar. Maar waren er niet nog zoveel open eindjes? Was hij niet vlak bij de ontknoping van zijn belangrijkste zaak, de moord op Marianne Vaatstra? De Vries wilde er niet meer op wachten, en waarom ook eigenlijk. Niet eerder werd hij door vriend en vijand zo serieus genomen als in de zaak-Vaatstra. Peter de Vries had zijn doel bereikt, hij had de R niet meer nodig.