Maak van 5 december een nationale feestdag

Het Sinterklaasfeest is de populairste feestdag in ons land. Laten we er daarom een nationale feestdag van maken, betoogt Heleen Crul.

De omgekeerde wereld: Een zwarte Sinterklaas/Sint Nicolaas en een witte/blanke Zwarte Piet, Nederland, 1967.;

et Sinterklaasfeest in Nederland dankt zijn populariteit aan miljoenen ongewenst niet-gelovigen, die meestal een kinderlijke ontgoocheling voelden toen zij de waarheid te horen kregen: „Sinterklaas en Zwarte Piet bestaan niet echt.”

De troost was – en is – dat je dan het spel kunt blijven meespelen. Bijna iedereen in ons land doet dat. We gunnen het (onze) kinderen omdat we er zelf zulke spannende en mooie herinneringen aan hebben. ‘Pakjesavond’ wordt meestal met familie gevierd, en op deze manier binnen de generaties doorgegeven, wat bijdraagt aan het grote, standvastige succes van dit feest. „De verjaardag van Sint Nicolaas is het populairste feest in Nederland”, weet Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed in Utrecht. „Uit een enquête van 2009 blijkt dat 90 procent van de Nederlanders dit feest het belangrijkst vindt, veel belangrijker nog dan bijvoorbeeld Koninginnedag.”

Hoe anders deze beide feesten ook zijn, toch hebben ze één ding gemeen. Ze verbinden ons als Nederlanders. Het zijn typisch Nederlandse feesten, die ons een nationaal gevoel geven. De grote populariteit van de Sint, geworteld in de oudste traditie van ons land, rechtvaardigt de wens om van 5 december eveneens een nationale feestdag te maken. Zo’n vrije dag verlost ons ook van de nodige stress. Want ieder jaar is er hetzelfde beeld: werknemers die vroeger naar huis gaan en vervolgens met z’n allen in grote files komen te staan. Eindelijk thuis wacht dan doorgaans de nerveuze plicht om toch nog eventjes snel een gedicht af te maken, de laatste hand aan een surprise te leggen en/of haastig een valreepgeschenk te kopen. De mogelijkheid om ontspannen aan de Sinterklaasviering te beginnen, gesteund door de wetenschap dat je de hele dag hebt om alles voor te bereiden, zou een weldadig geschenk aan de natie zijn.

Er is nog een andere urgentie. De noodzaak om het verjaardagfeest van Sint Nicolaas als oudste, ingeburgerde traditie te beschermen en door te kunnen geven aan volgende generaties. Tot op heden heeft de Sint zich overigens altijd kunnen handhaven. Hij mag dan eeuwen oud zijn, zijn kracht is de soepelheid waarmee hij zich voegt naar de heersende tijdgeest.

Aanvankelijk vond de Sinterklaasviering alleen in Amsterdam plaats, toen een belangrijke havenstad. Zeelieden die terugkwamen en zich verenigden met vrouw, kinderen en liefjes, gebruikten de verjaardag van hun patroonheilige om rond de Sint Nicolaaskerk een uitbundig, carnavalesk buitenfeest te houden. De Reformatie verbood, eind vijftiende, begin zestiende eeuw, ‘dit aanstootgevende restant van de roomse vrijzinnigheid’. Zo komen we aan de viering binnenshuis, want daar ging het feest verder door. In de negentiende eeuw accepteerden Sinterklaas en Zwarte Piet dat hun feest bij uitstek het symbool werd van de veelgeprezen Hollandse huiselijkheid. Onderwijzers met een pedagogische roeping zagen de Goedheiligman bovendien als een bruikbaar opvoedkundig instrument: ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.’ Wel verdween het kruis op de mijter, zodat zowel katholieken als protestanten gezamenlijk zijn verjaardag vierden.

Sint en Piet overleefden eveneens alle negatieve kanttekeningen bij hun verschijning die zich midden jaren tachtig van de vorige eeuw in tal en last leken te vermenigvuldigen. Feministen eisten een Sinterklazina. Politiek-correcten wilden Sint afserveren als te christelijk en te blank. Hevige discussies ontstonden over de vraag of wij moslims wel in het openbaar met een optocht mochten confronteren waarin een katholieke heilige de hoofdrol speelde. En het fenomeen Zwarte Piet kreeg de volle, kritische lading in zijn functie als zwarte, wat ‘domme’ knecht. Dat was discriminatie. Er werden zelfs protestmarsen gehouden tegen deze ‘vernedering’.

aar nu is er de mogelijkheid om het feest, dat onze belangrijkste en oudste traditie is, officiële bescherming te geven en te behouden voor volgende generaties. Dat kan door het voor te dragen voor de Nationale Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Het Sint Nicolaas Genootschap is al met deze voordracht bezig. Eenvoudig is de procedure niet. Eventuele bedreigingen moeten bij de aanvraag in kaart worden gebracht. De mijter met het kruis, dat weer in de mode is geraakt, kan zo’n bedreiging zijn. Het wordt door andere geloofsgroeperingen als een dominant symbool van het katholicisme ervaren. Het afschaffen van dat kruis zou geen enkel probleem hoeven geven, want katholieke bisschoppen hebben meestal geen kruis op hun mijters.

Ook het verschijnsel Zwarte Piet, met name zijn huidskleur en positie als knecht, wordt door sommigen als problematisch ervaren. „Zwarte Pieten zijn tegenwoordig niet zozeer knechtjes, maar managers. Ze regelen van alles. En vrouwelijke Pieten zijn ook al gewoon”, zegt Ineke Strouken vastberaden. En wat betreft de huiskleur: de verbleking van Zwarte Piet is in volle gang. Sommige hebben een chocoladeachtige kleur, anderen neigen al naar beige. „Toch willen kinderen het liefst een Zwárte Piet. Die hoort nou eenmaal bij het Sinterklaasfeest. Pieten met een rode of groene gezichtskleur, of alleen met zwarte vegen op hun gezicht, vinden ze niet leuk”, zegt Strouken.

UNESCO, die het initiatief nam tot de Nationale Inventarisatie van het Immaterieel Cultureel Erfgoed, kan niet censureren: wat op de lijst komt, mag en moet ieder land zelf bepalen. De populariteit van de Sint past in een klimaat van een land dat deel uitmaakt van Europa, maar toch ook Nederlands wil blijven.

Maar die katholiciteit van de Sint Nicolaas dan? Zijn heiligheid is in het Vaticaan omstreden, omdat hij niet via een rechtsgeldige, kerkelijke procedure tot bisschop gewijd zou zijn. Daarnaast is hij ook een multiculturele figuur: afkomstig uit Zuid-Turkije, een vreemdeling die verdwaald is, zoals in het liedje te beluisteren valt. Tijdens zijn reis door de eeuwen is hij in Nederland terechtgekomen en heeft hij voor maximaal drie weken een tijdelijke verblijfsvergunning gekregen. Deze werd steeds verlengd, mits hij zich aanpaste aan maatschappelijke veranderingen. Hij heeft bewezen die kunst te verstaan. Het wordt dan ook tijd de viering van zijn verjaardagsfeest, met alles wat daarbij hoort, veilig te stellen door hem een vaste verblijfsvergunning te geven via de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed. En Nederlands populairste feest te verheffen tot een nationale feestdag.

Heleen Crul is publiciste.