Leve de EU, maar weg met Spanje

De verkiezingen in Catalonië, zondag, gaan vooral over onafhankelijkheid. De Spaanse regering is daar duidelijk over: die komt er dus niet.En vier Catalanen vertellen wat zij van een eventuele afsplitsing vinden.

Veel Catalanen hebben de indruk dat een eigen staat in driehonderd jaar nog nooit zo dichtbij was. Foto AP

Op 25 oktober ontving Juan Oliveras, eigenaar van een kledingfabriekje in Catalonië, een fax. Een klant uit Galicië, aan de andere kant van Spanje, annuleerde hierin een reeds geplaatste bestelling voor duizend uniformen. De reden: „We hebben besloten niets meer van Catalaanse bedrijven te kopen wegens de neerbuigende houding van hun bestuurders.” Getuige het grote aantal tikfouten in de fax was deze in enige mate van opwinding verstuurd. Eigenaar Oliveras toonde zich tegenover de lokale Diari de Tarragona verontwaardigd: „Ik heb toch niks te maken met de politiek?”

De boycotactie illustreert hoe de spanningen tussen Catalonië en de rest van Spanje zijn opgelopen door de Catalaanse verkiezingen, zondag. Op papier kiest Catalonië alleen een nieuw regioparlement. In de praktijk zijn de verkiezingen óók een informeel referendum over de positie van de 7,5 miljoen Catalanen binnen Spanje.

De Catalaanse president Artur Mas is op de helft van zijn ambtstermijn, maar vraagt een nieuw mandaat. De centrum-rechtse regionationalist doet dit met de belofte om, eenmaal herkozen, een referendum over „een eigen staat” te organiseren.

In peilingen zegt 45 tot 53 procent van de relatief welvarende bevolking voor onafhankelijkheid te zijn. Maar Catalanen zijn ook zeer Europees. Nagenoeg niemand wil een eigen land dat niet lid is van de EU.

De Spaanse regering en het nationale parlement zullen de Catalanen bijna zeker geen volksraadpleging gunnen. Laat staan dat ze de uitslag van een afscheidingsreferendum zouden erkennen. Catalonië kan alleen eenzijdig de onafhankelijkheid uitroepen. En daarmee, zo waarschuwt Madrid, treedt het automatisch uit de EU. Herintreding belooft Spanje met een veto te blokkeren.

Mas erkent dat hij zich „op onbekend terrein” begeeft. Toch zal zijn partij CiU opnieuw veruit de grootste worden. Met de steun van kleinere radicale nationalistische partijen tekent zich sowieso een meerderheid voor een referendum af. Het toont hoe het ongemak met Madrid is toegenomen.

In Barcelona en andere steden en dorpen hangen aan veel balkons en gevels Catalaanse vlaggen. In de media en in de kroeg gaat het over weinig anders dan over de onafhankelijkheidskwestie. Veel Catalanen hebben de indruk dat een eigen staat in driehonderd jaar nog nooit zo dichtbij was. „Het is nu of nooit”, zegt de eigenaar van een linnenwinkel in Barcelona die kussenslopen van de Catalaanse vlag in zijn etalage heeft liggen.

Er kwamen vervroegde verkiezingen nadat op 11 september, de nationale feestdag, in Barcelona 1,5 miljoen mensen de straat op gingen voor meer autonomie. Mas zei dit signaal niet te kunnen negeren. De afgelopen twee jaar leidde hij een minderheidsregering. De vraag is of hij ditmaal een meerderheid haalt. Dat is voor Mas cruciaal: alleen dan kan hij het proces sturen.

In de rest van Spanje wordt zijn ramkoers gezien als afleidingsmanoeuvre. Hij zou de aandacht willen afleiden van de grote financiële problemen van Catalonië en van zijn harde bezuinigingskoers. Premier Rajoy, die al met wankelende banken en een hoog begrotingstekort kampt, wijst alle Catalaanse eisen vooralsnog af.

De gemoederen lopen hoog op, omdat beide kampen met zeer verschillende waarheden leven. Cijfers over de financiële bijdrage van Catalonië aan de schatkist lopen miljarden euro’s uiteen. Over de levensvatbaarheid van een zelfstandig Catalonië produceren academici zowel zeer rooskleurige als inktzwarte toekomstscenario’s. Voorstanders minimaliseren de schade bij afscheiding. Tegenstanders wijzen op de risico’s. Boycotacties, een verstoring van handelsstromen, kapitaalvlucht, een investeringsstop.

Ook JP Morgan deed studie naar de kwestie. De Amerikaanse zakenbank vergelijkt de spanningen tussen de zeventien regio’s in Spanje met die binnen de eurozone. „Als Catalonië al niet bereid is Spanjes armere regio’s te subsidiëren, waarom zouden Duitsland of andere Noord-Europese landen dat dan wel zijn?”