Ineens besef ik hoe mijn vader zich voelt

Alex Pitstra leerde zijn Tunesische vader kennen toen hij 25 was. Dit inspireerde hem een speelfilm te maken over een Tunesische jongen met Europese dromen. Die Welt ging deze week in Qatar in première. Op de heenweg bezocht hij met zijn halfzus zijn vader.

Donderdag, 15 november

Gisteravond ontmoette mijn Zwitserse halfzus Jasmin voor het eerst haar Tunesische vader, Mohsen. Jasmin is zonder hem opgegroeid in Basel. Hij had daarvoor al een kind achtergelaten in Nederland, dat was ik. Begin jaren negentig is hij teruggegaan naar Tunesië, opnieuw getrouwd en heeft daar een derde kind gekregen, Rahma, mijn andere halfzus. Samen met Jasmins vriend Luca en mijn vriendin Rosan zijn we naar Tunis gereisd. De ontmoeting op het vliegveld was vreemd en ongemakkelijk, vergelijkbaar met mijn eigen ontmoeting met Mohsen in 2005. Ook nu leg ik alles op video vast, want Rosan en ik maken een documentaire over deze familiegeschiedenis.

Jasmin kijkt de kat uit de boom. Als we door Tunis wandelen is er afstand. Aan de centrale Avenue begint net een anti-Israël-demonstratie. Waar is Jasmin? Ik ontdek haar in de joelende menigte. Ze voelt zich betrokken bij de Palestijnse zaak en heeft Israël een paar weken geleden bezocht. In Zwitserland is ze een linkse anarchist. Met haar rood geverfde, asymmetrische kapsel is ze hier een opvallende verschijning.

We gaan lunchen. Normaal houd ik niet zo van vis, maar die in La Goulette is echt heerlijk. Jasmin eet alleen patat, brood en salade, ze is veganist.

Vrijdag

Vandaag naar badplaats Sousse gereden, waar de familie van Mohsen woont. Hij was hier in de jaren zeventig een jonge casanova, die achter Europese vrouwen aanzat. Nu probeert hij een vrome moslim te zijn. Vandaag ging alles op z’n Tunesisch: langzaam en inefficiënt. Tijdens de opnamen van de film had ik daar moeite mee, maar nu vind ik die loomheid heerlijk.

Op een terrasje aan de jachthaven van Port El Kantaoui drinken we thee en roken we waterpijp. Het broeide al even, maar Jasmin verbreekt haar stilte en confronteert haar vader met pijnlijke vragen. In plaats van te luisteren, schiet Mohsen in de verdediging. Paniek en ontreddering zijn zichtbaar in zijn ogen. Hij moest het land uit. En toen heeft haar moeder hem kunnen zwartmaken. Jasmin lijkt tevreden met zijn antwoorden.

Zaterdag

Vandaag heb ik knallende hoofdpijn. Met de confrontatie is er een soort spanning losgekomen. Ik voel ineens mijn vermoeidheid. We gaan naar het historisch museum van Sousse. Dan lopen we door de medina en ontmoeten Imed, de broer van Mohsen. Hij regelt voor Jasmin een mooie deal voor een zilveren armband en wat oorbellen. ’s Avonds zijn we te gast bij de familie. Ooms en tantes buitelen over elkaar heen om hun verloren nicht te verwelkomen.

Zondag

Vanochtend naar Tunis teruggereisd, waarna Luca en Jasmin op het vliegtuig zijn gestapt. Vervolgens bij een kleermaker een smoking opgehaald die ik me eerder had laten aanmeten. ’s Middags ben ik getuige van een behoorlijke aanvaring tussen Mohsen en Rahma. ’s Avonds realiseer ik me pas echt hoe hij zich moet voelen, nadat hij zijn twee kinderen in Europa heeft moeten achterlaten en nu ook zijn dochter in Tunesië zich van hem lijkt te vervreemden.

Maandag

Vandaag naar Doha in Qatar gevlogen. Hoofdrolspeler Abdelhamid reist met ons mee. Op de luchthaven van Doha krijgen we koffie en dadels in een VIP-lounge, terwijl onze visa worden gecheckt en onze bagage wordt opgehaald. Van de slaapbank bij mijn vader naar een vijfsterrenhotel in de Souq Waqif is een grote overgang. Nadat we ons in een feestelijke outfit hebben gehesen, suizen we door Doha, op weg naar de dagelijkse afterparty in Hotel W. Overal futuristische wolkenkrabbers. Een soort Arabisch Disneyland, noemt Rosan het. Het doet me denken aan het computerspelletje SimCity, waarin je de meest bizarre wolkenkrabbers kon bouwen. In W. ontmoet ik twee van de investeerders van mijn film. Ze zijn al een paar dagen eerder naar Doha gekomen. Ze hebben een fantastische tijd gehad en vertellen dat het festival er morgen eigenlijk al op zit, omdat alle belangrijke industry people dan naar huis vliegen. Ook hoor ik verhalen over filmvertoningen met slechts twintig bezoekers. Dat haalt mijn verwachtingen wat omlaag. Chadi, één van de programmeurs van het festival, is blij me te ontmoeten. Hij is lyrisch over onze film.

Dinsdag

Een spannende dag. Bij een lunch spreek ik met een verslaggever van The Hollywood Reporter. Hij probeert me een uitspraak te ontlokken over het feit dat de Arabische Lente aan het conservatieve Qatar is voorbijgegaan en dat ze nu wel gastheer zijn van kritische films. Ik zeg dat mijn film niet zozeer over politiek gaat, maar over identiteit. En blijkbaar is Qatar, met een sterke Arabische identiteit, goed in staat om zaken te doen met de rest van de wereld.

’s Middags voeren we een gesprek met het hoofd programmering van het Tribeca Film Festival in New York, in april. Ze heeft goede dingen gehoord en vraagt of we ons aanmelden.

’s Avonds de première. Ook met een privé-BMW kom je vast te zitten in het verkeer. Gelukkig vooraf nog tijd voor een technische check. Alles draait prima. Nerveus, praatje voorbereiden. Er zijn 110 kaarten verkocht, maar uiteindelijk zit de zaal zo goed als vol. Vooraf geef ik een kort dankwoord en haal ik mijn groep op het podium. De vertoning verloopt vlekkeloos. Achteraf een vraaggesprek. Leuke, positieve reacties uit het publiek. Over mijn vader en het verhaal achter de film. Ik ben opgelucht. We eten wat en gaan dan weer naar een feestje in de W.

Ik spreek met iemand van de filmcommissie in Jordanië. Hij wil de film vertonen. Ook ontmoet ik een Egyptische producent die filmplannen heeft met soortgelijke thematiek en suggereert dat we er samen aan kunnen werken.

Woensdag

Ik heb al vroeg een afspraak met fotografe Brigitte Lacombe, die een portret van me gaat maken voor een fotoserie over dit filmfestival. Vervolgens terug naar de Souq voor twee korte interviews met Arabische tv-zenders. Ik kom niet helemaal lekker uit mijn woorden. Ik moet mijn verhaal beter focussen.

’s Middags eindelijk tijd om wat te rusten en ’s avonds ben ik bij een receptie over films uit de regio. Er is eten in overvloed. De mensen leven hier als sultans, maar het contrast met het leger aan buitenlandse werknemers is groot. Ze werken hard, voor weinig geld. Daarna bezoeken we een programma met gewelddadige thrillers uit Qatar.

Donderdag 22 november

Vandaag is de grote dag. ’s Middags een persconferentie. Na afloop vertelt een programmeur van het Abu Dhabi Film Festival dat hij onze film goed vond en dat hij verwacht dat we wel iets gaan winnen. ’s Avonds geef ik een live-interview in het televisieprogramma van het festival. Rond half zeven gaan we met onze groep over de rode loper. Magisch om dat mee te maken. Rosan ziet eruit als een prinses. Overal fotografen. Door naar de prijsuitreiking. De prijzen voor de ‘narrative features’ zijn als laatste. We winnen geen prijs. Natuurlijk ben ik teleurgesteld. Na alle goeie buzz hadden we stiekem goede hoop. Festivalprogrammeurs Chadi en Ludmila komen na afloop meteen naar ons toe. Onze film was voor hen een echte verrassing, maar de jury beslist. De Algerijnse film The Repentant van veteraan Merzak Allouache wint de hoofdprijs. Draaide eerder al in Cannes en schijnt erg aangrijpend te zijn. Niks op af te dingen. Hier zijn is al een prijs en dit is nog maar het begin. Volgend jaar gaan we in Europese première. Terwijl ik een droomrecensie lees in The Hollywood Reporter realiseer ik me hoe trots en bevoorrecht ik ben. Wat een week.