Column

Het recht om de gordijnen te mogen sluiten

Het ergste wat je over iemand te weten kan komen is alles. Als het over privacy gaat is dat mijn favoriete citaat. Het is van Bert Jaap Koops, hoogleraar regulering van technologie in Tilburg. Ik kon het alleen niet op tijd in mijn hersenpan vinden toen ik dinsdag bij De Wereld Draait Door aan tafel mocht zitten.

Daar ging het over het nut van, nota bene, een nationale DNA-database, waarin iedere burger verplicht wordt geregistreerd ten dienste van de opsporing. Het is een idee van Peter R. de Vries, ooit omarmd door een Rotterdamse politiechef. Die werd teruggefloten door minister Opstelten wegens ‘doorgeslagen denken’. Maar in de roes van het opsporingssucces in de zaak Vaatstra ging het deze week crescendo. Die arrestatie kwam na een beperkt, goed omschreven, regionaal en vrijwillig DNA-onderzoek. Dus waarom niet even doorpakken naar een nationale verplichte DNA-registratie? Althans dat was de teneur in de (sociale) media. Of ik voor het tv-debat maar even aan de rem wilde komen hangen. Privacy, het neemt in razend tempo af. Het overkomt je en je doet er ook vrijwillig aan mee. Met Facebook, LinkedIn, Twitter etc.

Waar is privacy ook alweer goed voor? Soms ben ik het zelf ook even kwijt. Ik sloeg er Koops’ oratie uit 2006 op na, over tendensen in opsporing en technologie. Dat was een helder verhaal over het uitdijende strafrecht, de voortdenderende technologie en de transparante burger die permanent bewaakt, gevolgd en geregistreerd wordt. Die laat zich dit vooralsnog aanleunen. Albert Heijn voorspelt je boodschappen, Google weet wat je gaat zoeken, de NS kent je reisgedrag, de telecomproviders onthouden je bel- en internetgegevens, de bank en de KLM laten de staat (en de VS) meekijken in je geld- en reisverkeer, Facebook onthoudt alle gezichten en je gsm weet waar je bent. De fiscus wist sowieso alles al. De politie ontvangt straks live-beelden van alle bewakingscamera’s. Op Schiphol kijkt de bodyscan even onder je kleren. Je paspoort bevat je vingerafdrukken en irisscan. Het houdt niet op.

De vraag is inmiddels met hoe weinig privacy we toe kunnen. Waar ligt de ondergrens, welke inbreuk accepteren we ècht niet. Het elektronisch patiëntendossier was dus voor de burger een brug te ver. Net als een reality tv-programma met heimelijke beelden van gewonden op de Eerste Hulp. Ook de slimme energiemeter en de kilometerheffing met kijkkastje kwamen er niet. Over het biometrische paspoort ontstond ongenoegen, maar niet genoeg om het af te blazen. Het argument ‘ik heb niks te verbergen’ heeft de overhand.

Ik vind dat Koops mijn reserve het best verwoordt. Voor hem is privacy een essentieel onderdeel van de condition humaine, het mens zijn. Er moet ergens in je leven een plek zijn waar je niet wordt bespied. Waar je alleen met jezelf kunt zijn of intiem met een ander. Waarover je geen verantwoording schuldig bent en vrij bent van andermans morele oordelen. Waar je onbevangen jezelf kunt zijn en geheimen kunt koesteren en ongezien in je dagboek kunt schrijven. Privacy is daarvoor de waarborg. In een rechtsstaat mag je ervan uitgaan dat de burger zelf greep heeft op de gegevens die worden verzameld, door wie dat gebeurt en hoe ze worden gebruikt. Het is een recht om niet te worden achtervolgd door verouderde of foute informatie. Om informatie te laten wissen of te laten verlopen. In een rechtsstaat mag een burger opnieuw beginnen. Zijn handelen mag ook vergeten worden.

Privacy is een waarborg om de macht van de staat in toom te houden, zegt Koops. Het zorgt ervoor dat de overheid niet alles weet en alles kan. En dat de overheid de burger niet controleert op oneigenlijke gronden. De privacynorm „maakt het mogelijk om naar eigen keuze in relaties met andere mensen jezelf bloot te geven of je gedekt te houden.” Als er in concrete situaties een veiligheidsbelang is of een ander algemeen belang dat inbreuk rechtvaardigt, dan kan dat, mits omkleed met beperkingen. Maar als er onverhoopt „geen algemeen vangnet van privacy meer over is, dan is het alleen nog de macht van anderen die bepaalt welke keuzen je kunt maken in je leven”.

Privacy is een pijler van de rechtsstaat. Zonder, belanden we in een strafrechtstaat waarin de burger is onderworpen aan de informatiemacht van de overheid of het bedrijfsleven. Een nationale DNA-database zou er mooi in passen. Koops wees er al op dat we in feite nu een paradigmawisseling beleven. Ooit verzamelde de staat alleen informatie die aantoonbaar nodig is voor de opsporing. „Tegenwoordig is het uitgangspunt bijna: zoveel mogelijk informatie verzamelen, en als blijkt dat informatie niet relevant is, kan deze worden weggegooid (of bewaard voor latere doeleinden, want wie wat bewaart die heeft wat).”

Het onschuldbeginsel is dan definitief geschorst. De bevolking bestaat alleen nog uit verdachten of toekomstige verdachten. Tussen een medisch bevolkingsonderzoek en een strafrechtelijk sporenonderzoek is dan niet veel verschil. Zelfde database, andere vraag. Verzekeraars zouden als eerste toegang willen, stel ik me voor. Of je een baan krijgt, een verzekering, een hypotheek – het is nu al vaak de vraag hoe het antwoord uit de talloze databases is samengesteld.