Het allerheiligst in Duitsland is de auto

De autoliefde van Duitsers weerspiegelt zich in de Formule 1. „Maar Vettel zal niet dezelfde status bereiken als pionier Schumacher.”

Supporters of Germany's Red Bull Formula One driver Sebastian Vettel cheer as they attend a public viewing session of the Formula One Grand Prix of America in Austin, Texas, in Vettel's hometown of Heppenheim, southwestern Germany, November 18, 2012. REUTERS/Kai Pfaffenbach (GERMANY - Tags: SPORT MOTORSPORT F1) REUTERS

Zondagmiddag, vier uur, de Duitse Autobahn. Waar automobilisten op gewone zondagen het liefst met 215 kilometer per uur naar hun bestemming razen, zal het dit weekeinde iets rustiger zijn.

Even zal Duitsland stilstaan tijdens de Grand Prix van Brazilië, waar Michael Schumacher afscheid neemt van de Formule 1, en zijn troonopvolger Sebastian Vettel afkoerst op zijn derde wereldtitel. Nog afgezien van hun landgenoten Nico Hülkenberg, Timo Glock en Nico Rosberg, die op Interlagos ook meerijden om de prijzen.

Nee, het is geen toeval, die Duitse hegemonie in deze sport. „Het meest geliefde kind van een Duitser is zijn auto”, zegt Christa Fritzsche, Sportleiterin bij de Kart-Club Kerpen-Manheim, langs de weg van Keulen naar Aken. Hier scheurden Schumacher en Vettel in de Bambini-klasse hun eerste rondjes. „Duitsers zijn altijd met hun auto bezig. Een krasje op de bumper is in Duitsland al een ramp. In Frankrijk begrijpen ze daar niets van – daar is die bumper toch voor?”

Ze zoeken hun bakermat nog geregeld op, Vettel en Schumacher. Diens broer Ralf, ex-coureur, is één van de jeugdleiders bij de kartclub. „Michael heeft ongelooflijk veel betekend voor de Duitse autosport”, zegt Fritzsche, die zag welke invloed de zevenvoudig wereldkampioen had op het karten in Duitsland. „Toen zijn successen in de Formule 1 begonnen kwamen talloze vaders met hun zonen karten. We moesten een ledenstop instellen. Onze capaciteit is vijfhonderd.”

Eén van die kinderen heette Sebastian Vettel, die zijn ogen uitkeek toen zijn grote idool Schumacher eens op de club verscheen voor een prijsuitreiking. „Hij was onze held”, zei Vettel deze week in São Paulo. De kleine karter was zo onder de indruk dat hij bang was dat hij rare dingen zou vragen aan de wereldkampioen.

Schumacher als oorzaak van een nationale obsessie – autosport. Voordat hij in 1994 zijn eerste wereldtitel haalde, kende Duitsland een bescheiden Formule 1-historie. Maar toen hij die liefde voor de sport eenmaal had aangewakkerd werd duidelijk dat het land een ideale voedingsbodem had, zegt Christian Nimmervoll, hoofdredacteur van Formel1.de en Motorsport-total.com. Schumachers erfenis is enorm. Ondernemers ontdekten nieuwe markten, voor kartbanen, autosportmagazines, websites, kranten – plotseling was er een miljoenenpubliek. Nimmervoll: „Dit is een echt een autoland, met zijn grote auto-industrie. Je merkt het ook op de Autobahn, waar nog steeds geen snelheidslimiet geldt. Duitsland is een heel aparte plek in Europa. De auto is heilig.”

En Duitsers volgen graag grote sportsterren. „Net zoals iedereen ging tennissen door Boris Becker”, zei Force India-coureur Hülkenberg onlangs tegen The New York Times. En zoals Bernhard Langer het land massaal aan het golfen kreeg.

Maar de laatste jaren loopt de aandacht voor de autosport in Duitsland terug, vergeleken met de hoogtijdagen van Schumacher. Nimmervoll: „Bij de Grand Prix van Duitsland op Hockenheim waren dit jaar slechts 59.000 toeschouwers, met vijf Duitsers in de race. Dat is veel minder dan in de tijd dat Schumacher wereldkampioen was.”

Destijds kwamen 120.000 fans kijken. „Schumacher was de eerste superster in de Formule 1. Het was nieuw, het was spannend, heel Duitsland omarmde het. Het nieuwe is eraf. Nog steeds kijken veel mensen via televisie, maar ze betalen niet meer zomaar 400 euro voor een kaartje. Ze hebben het allemaal al eens gezien.”

Om diezelfde reden denkt Nimmervoll niet dat Vettel dezelfde status zal bereiken als Schumacher. „Hij was de pionier. Michael Stich kwam ook nooit in de buurt van Becker.”

Op het kartbaantje in Kerpen-Manheim genieten ze niet minder van hun beroemde leden. Zij weten hoe Vettel en de Schumachers zo goed werden. Fritzsche: „Dit is niet arrogant bedoeld, maar deze baan is zo veeleisend dat als je het hier goed leert, je overal uit de voeten kan.”

Bovendien heeft de club een speciale opleiding. „Iedereen krijgt hier hetzelfde materiaal, zodat je niet alleen kinderen van rijke ouders krijgt. Dat is de beste selectie. Verder zijn kinderen hier altijd bezig met sleutelen. Dat is wat Vettel onderscheidt van de rest. Hij kan zijn technici precies vertellen wat er aan zijn auto mankeert. Werken met monteurs leren ze hier van kleinsaf aan.”

    • Rob Schoof