'Er lijkt een soort in de stad te zijn' morianencongres

Kevin Murtagh is Engelsman. Hij woont zeventien jaar in Nederland. In een fictieve brief aan zijn landgenoten thuis vertelt hij over het wonderlijke Sinterklaasfeest.

erwijl de herfst miezerend in de winter overgaat, komt Nederland in de fase die ongetwijfeld de eigenaardigste van zijn culturele kalender is: Sinterklaas.

Op een zaterdag een paar jaar geleden had ik afgesproken drie vrienden Delft te laten zien – de plaats waar ik woon. Twee New Yorkers en een derde uit Londen. Geen van hen was eind november al eens in Nederland geweest.

Ze belden me van het station en we besloten elkaar in het centrum bij het stadhuis te treffen. Ik probeerde de Amerikaan Matthew uit te leggen hoe hij daar moest komen, maar hij wilde alleen weten in welke windrichting het van het station gerekend was. Amerikanen denken graag dat ze met het grootste gemak hun weg kunnen vinden, dat is misschien wel een erfenis van hun pioniersverleden. Matthew neemt weleens zijn toevlucht tot zijn telefoon, maar het liefst zoekt hij het noorden met behulp van de zon en zijn horloge, ook als de route duidelijk staat aangegeven. Amerikanen denken echt graag dat ze op elke eventualiteit voorbereid zijn.

Ik was onderweg richting de stad toen ik een mailtje kreeg van Mark, de Engelsman, waardoor ik opeens bedacht dat Sinterklaas die dag juist in de stad aankwam. Wat zou ik graag de blik op hun ruimdenkende gezicht hebben gezien toen ze voor het eerst het kleurrijke tafereel van de Nederlandse Sinterklaasviering aanschouwden. Vooral Jon uit Harlem moest perplex hebben gestaan, met zijn dreadlocks en zijn permanente bruine kleur.

Ik zal proberen uit de doeken te doen wat er die zonnige novembermiddag in Delft precies gaande was. In deze maand maakt Nederland zich op (samen met sommige andere delen van de Lage Landen) voor de komst van Sinterklaas, die per stoomboot uit Spanje komt en daar de rest van het jaar woont. Zoals u misschien al hebt geraden, is hij eigenlijk Sint Nicolaas en zijn lange witte haar en baard vallen golvend over zijn bisschopsgewaad.

Met veel bombarie en rechtstreeks op tv arriveert hij in gezelschap van zijn bende brutale helpers genaamd ‘Zwarte Pieten’, die uitgedost zijn in felgekleurde kostuums met ruches en – essentieel – zwart geschminkte blanken zijn. Stel u in Technicolor een zwarte en blanke troep minstrelen uit de tijd van Elizabeth voor die amok maken en zakken snoep rondstrooien en u hebt het beeld wel zo’n beetje.

Het wezen is dat Sinterklaas cadeautjes komt geven aan kinderen die dat jaar zoet zijn geweest, en dat zijn zwarte helpers de stoute kinderen in zakken mee naar Spanje nemen. Sinterklaas heeft een groot boek met daarin alle kinderen, wat ze gedaan hebben en wat ze voor cadeautjes willen, en zijn ijverige, maar merendeels onhandige Zwarte Pieten doen hun best om hun baas te helpen de hele operatie te organiseren.

Nederlandse kinderen vinden het heel leuk om zich als Zwarte Piet te verkleden, vooral op de dag dat Sinterklaas in hun stad aankomt. Elke stad heeft haar eigen ‘hulpsint’, een officieel goedgekeurde dubbelganger, die per boot aankomt (water is hier overal) en dan op zijn grote witte paard door de stad paradeert in gezelschap van een zwerm hyperactieve hulppieten.

Zodra Sinterklaas aankomt, zetten de kinderen voor ze naar bed gaan een schoen bij de haard of op de vensterbank, in de hoop of verwachting dat er de volgende ochtend een cadeautje in zit. In hun pyjama zingen ze liedjes over die Grote Man die zo geweldig is, zoete kinderen die traktaties krijgen en stoute kinderen die slaag van de Zwarte Pieten krijgen en worden meegenomen. De volgende ochtend weten we dat de Pieten de cadeautjes in de schoen hebben gedaan, omdat ze ook een bende hebben gemaakt en overal snoep hebben gestrooid.

e Nederlandse naam tolerant te zijn is moeilijk te rijmen met dit soort ouderwets rassenvooroordeel en dus is er een nette revisionistische lijn ontwikkeld: de Zwarte Pieten zijn geen echte Moorse slaven die zich afbeulen voor hun witte baas, maar bereidwillige helpers die blank zijn begonnen en alleen maar zwart zijn geworden doordat ze zo veel door schoorstenen zijn geklommen.

Hoe dan ook, zowat een maand lang stropen de Sint en zijn zwarte hulpjes door het hele land de straten en scholen af en geven in een eigenaardig soort culturele opwinding jong en oud een pak slaag. Het geheel wordt afgesloten met ‘Pakjesavond’ op 5 december, de avond voordat de grote man jarig is. De Zwarte Pieten breken dan nogmaals in en laten dit keer behalve snoep en rommel ook zakken met cadeautjes achter. En de dag daarna gaan ze allemaal weer naar Spanje en verkleden de Nederlanders zich weer een jaar niet meer als koddige zwarten.

Om het berichtje van Mark moet ik nog altijd lachen en het geeft me wel een trots gevoel om Engelsman te zijn: „Ik weet niet precies wat er aan de hand is, maar er lijkt vandaag een soort morianencongres in de stad te zijn. Kun je zeggen hoe dat zit?”

Je kunt van ons zeggen wat je wilt, maar je hoeft Engelsen niets over understatements te vertellen. En die capriolen met blanke en zwarte minstrelen hebben wij al jaren geleden opgegeven.

Kevin Murtagh is business strategy director bij merken- en marketingbureau dbox. Hij heeft de Nederlandse taal geleerd, eet stamppot en feliciteert alle aanwezigen op een feestje.