Eén grensverleggende uitspraak per jaar is wel genoeg

Egbert Myjer stopt na acht jaar als rechter voor 800 miljoen mensen. Hij schreef nog mee aan het vonnis van deze week in de zaak AIVD versus De Telegraaf. „Je kunt je geen vrijblijvende uitspraken permitteren.”

De fraaie blauwe rechterstoga met de Europese sterren en het witte bont hangt aan de kapstok, tussen de jassen, naast de voordeur. De auto heeft nog een Frans kenteken. Boven staan verhuisdozen, uit Straatsburg. Egbert Myjer is weer thuis, in een buitenwijk van Leiden. Als ik het pand tegen zessen verlaat overlegt hij met zijn vrouw over de vraag op welke tv-zender Het Sinterklaasjournaal ook alweer is. Zoon Jochem, bekend cabaretier, doet (weer) mee, als Pietje Paniek. Myjer vertelt hoe zijn twee oudste kleindochters dat ondergaan. Deze Piet lijkt in alles op Jochem, dat zien ze wel. Maar hij is zwart en ‘dus’ is hij het niet.

Myjer werd in 2004 gekozen en had tot eind 2013 mogen blijven. Maar hij vertrekt eerder. Jochem (35) werd in augustus 2011 geopereerd aan een gevaarlijke tumor in zijn nek. Het was lang onzeker hoe dat zou aflopen. Het deed Egbert Myjer mede besluiten een jaar eerder zijn toga op te hangen. Myjer zegt er niet al te veel over. Maar dat de afstand Straatsburg-Leiden de afgelopen anderhalf jaar te groot was voor zijn gemoedsrust, is evident. Zijn gezin is hem het liefst.

Donderdag publiceerde het Hof in Straatsburg het laatste arrest waaraan Egbert Myjer meeschreef – De Telegraaf versus Nederland. Deels was hij het met de uitspraak oneens. Samen met de Spaanse rechter schreef hij een gedeeltelijke ‘dissenting opinion’. Nederland schond de mensenrechten, in het bijzonder het recht van journalisten om hun bronnen te beschermen. Dat is dan de derde zaak over Nederlandse journalisten die Straatsburg in acht jaar behandelde. En altijd betrof het de manier waarop de staat geheime bronnen of materiaal van journalisten probeert te achterhalen. Journalist Voskuil van Sp!ts werd erom gegijzeld. Het weekblad Autoweek werd door Justitie onder druk gezet met een huiszoeking en een dreigement om de productie te verstoren. Myjer zegt dat er „nog een zaak hangt” over journalisten waar hij niks over kan zeggen. Maar journalistieke bronbescherming en het verschoningsrecht zijn wel terreinen waarop Nederland toe is aan wetgeving.

Behalve voor geknevelde journalisten is het Hof de laatste hoop voor gemartelde demonstranten, wanhopige asielzoekers, mishandelde vrouwen en al die andere ‘personae miserabilis’ die bij de rechter thuis bot vangen. Want dat is de afspraak – eerst in je eigen land alle rechterlijke instanties aflopen en pas daarna aan Straatsburg vragen of de nationale wetgeving of handhaving wel aan de mensenrechtennormen uit het Verdrag voldoen.

Uit Nederland bereikten hem vooral klachten van asielzoekers over de Nederlandse overheid. En in het verdrag staat niet eens een Europees mensenrecht op asiel. Maar „een vreemdeling die zich al in Nederland bevindt kan zich beroepen op dezelfde rechten van de mens als een Nederlands ingezetene”. Dan treedt het verdrag dat de verschoppelingen beschermt dus in werking. Vreemdelingen mag je niet uitzetten als ze daardoor een reëel, individueel levensgevaar in het land van herkomst lopen. Straatsburg kijkt dus mee, bij alles wat de minister doet en hoe ten slotte de Raad van State daarover oordeelde. Tientallen keren per jaar werden individuele uitzettingen door Straatsburg tegengehouden. Asielrecht werd zo de steen des aanstoots in de relatie met ‘Den Haag’. In de recente zaak MMS tegen België besloot het Hof zelfs om uitzettingen naar een ánder Europees land, Griekenland, helemaal te verbieden. De voorwaarden voor een goede opvang ontbraken daar vrijwel geheel.

Met name het Eurosceptische kabinet-Rutte I wond zich op over Straatsburg. De ergernis ontlaadde zich in de klacht van minister Rosenthal in de Senaat dat het Hof ‘te veel perifere zaken’ behandelde en zich mengde in nationaal beleid. De VVD in het bijzonder viel het Hof aan. Het raakte Myjer, die zelf altijd vond dat het verdrag spaarzaam toegepast moest worden, direct. Bij zijn aantreden hield hij nog een rede onder de titel ‘Straatsburg zit er niet voor zweetvoeten’. „Mijn motto was steeds: niet alles wat wenselijk is, is ook fundamenteel.”

Toch moest uitgerekend hij zich verweren tegen de aantijging dat Straatsburg ‘alles’ maar als mensenrecht erkent. Bijvoorbeeld het recht om les te krijgen in een leslokaal zonder crucifix (in Italië). Of het recht om toch te mogen stemmen als je gedetineerd bent (in Groot-Brittannië). Rome en Londen waren woedend. Kruisbeelden in de klas en verlies van stemrecht voor gevangenen zijn er nationale vanzelfsprekendheden. Maar ook die moeten de toets van het Verdrag kunnen doorstaan, zegt Myjer. Een tik op de vingers is ieder land wel overkomen.

Deze politiek omstreden kwesties die voor veel opwinding zorgden, vond Myjer nooit representatief voor wat hij dagelijks las in de dossiers. „Daar zie je hoeveel er nog misgaat in Europa, hoe zwakke groepen soms onder mensonterende omstandigheden moeten leven. Hoe er gediscrimineerd wordt. Hoe corruptie de boel verziekt. Hoe bepaalde landen het uiten van meningen afstraffen.”

Als rechter mag Myjer zich niet openlijk politiek uitlaten. Dat kostte hem in de periode van het Grote Protest in Nederland tegen Straatsburg grote moeite. Eén keer deed hij het toch, toen de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, een vlijmscherp rapport over Straatsburg uitbracht. Hij vond het een bittere, ongezouten en onjuist gekleurde analyse. Er wordt Myjer grote invloed toegeschreven – vooral achter de schermen. Hij overtuigde minister Opstelten in het najaar van 2011 tijdens een werkbezoek aan Straatsburg van het vermogen van het Hof om zichzelf binnen de perken te houden. Opstelten kwam terug „als een ander mens”, zegt een bron. De afwijzende lijn-Rosenthal werd vervangen door een constructieve houding van Opstelten. Eén grensverleggende uitspraak uit Straatsburg per jaar, dat vindt Myjer wel genoeg.

Het Hof kan bij het voorbereiden van zaken schriftelijk vragen stellen aan de lidstaten. Myjer gaf dan hints aan Den Haag. Volgens ingewijden voorkwam hij zo vele zaken tegen Nederland. „Dan vroeg hij of in deze of gene kwestie de regering zich niet aan excessive formalism schuldig had gemaakt”, zegt een bron. Uit dergelijke subtiele verwijzingen naar eerdere uitspraken maakte Den Haag dan op hoe de wind uit Straatsburg kon gaan waaien. Er werd dan alsnog geschikt.

Het tekende zijn rechterschap – geen onnodige procedures, geen grote stappen. En als in een zaak het verdrag tóch een beetje opgerekt werd, dan werd meteen een rem ingebouwd: „alleen in déze specifieke omstandigheden”.

Myjer: „Ik denk wel drie keer na voordat ik in het verdrag nieuwe deuren openzet. Je kunt je geen vrijblijvende uitspraken permitteren. Alles wat je zegt kan impact hebben op de rechtspositie van 800 miljoen burgers. Dat maakte mij voorzichtig. Let wel, het is leuker om gas te geven dan te remmen. Ik kan heel streng zijn waar het gaat om duidelijke schendingen, helemaal bij de zogenaamde kernrechten, het recht op leven en het verbod op marteling of onmenselijke behandeling. Maar het moet gaan om fundamentele rechten, niet om wenselijke”.

Het verbod voor Den Haag om nog asielzoekers naar Griekenland te mogen uitwijzen, was er zo een. Myjer verdedigt het met passie. Wat daar gebeurde met asielzoekers, kon echt niet. Maar toen het Hof besloot om aan het zigeunerhuwelijk dezelfde gevolgen te verbinden als aan het burgerlijk huwelijk, stemde Myjer tegen. Dat vond hij een ‘wenselijk recht’, geen ‘fundamenteel recht’.

Myjer vindt dat een royale interpretatie van het verdrag het Hof geloofwaardigheid kost, het gezag bij de lidstaten ondermijnt en daardoor juist de kracht van mensenrechtenbescherming vermindert. En die is er voor als het écht ergens over gaat. Sociale grondrechten staan bijvoorbeeld niet uitdrukkelijk in het verdrag. Hij verzet zich tegen de neiging ze door de zijdeur van het ‘verbod op onmenselijke behandeling’ het verdrag in te smokkelen. Juist omdat het systeem van Hof en Verdrag zo succesvol is, wil hij het beschermen. Waar elders vindt de burger een open loket voor klachten, de mogelijkheid om schade vergoed te krijgen en de eigen regering tot reparatiewetgeving te dwingen? Myjer vermoedt dat ‘Europa’ een nieuw Hof nooit weer zoveel macht zou geven. „Juist daarom moet je zuinig zijn en voorkomen dat een lidstaat ooit zegt: ze kunnen me nog meer vertellen.”

De meeste klachten tegen Nederland gaan over asielzaken. Hoe komt dat? Zoekt de regering hier steeds de rand van het verdrag op? „De vreemdelingenadvocatuur heeft hier een hoog niveau en is voortreffelijk geïnformeerd. Ik huil niet mee in het koor van degenen die het asielbeleid te repressief vinden. Nederland laat een groot aantal asielzoekers toe, vergeleken met andere Europese landen. En er zijn ook veel economische vluchtelingen die huis en haard verkochten om hier een beter bestaan te vinden. Die verzetten zich met alle middelen tegen terugsturen. Dat begrijp ik, maar het heeft minder met mensenrechten te maken.”

Maar Myjer is ook kritisch. Sommige asielzaken „kan en moet” Den Haag beter doen. Hij doelt op asielzoekers die zich mogelijk aan oorlogsmisdrijven schuldig maakten. „Vaak kunnen die mensen niet terug naar het land van herkomst. Hun gezinsleden zitten vaak jaren in Nederland, zijn verwesterd en kunnen in redelijkheid niet meer terug.” Hij zegt het niet, het is ook niet (meer) aan hem. Maar dat Nederland in Straatsburg dáár nog een keer mee tegen de lamp gaat lopen, lijkt onontkoombaar.