Een echt goede spreker gééft iets aan de zaal

De beste speeches zijn een ideaal, soms duivels huwelijk tussen inhoud en presentatie. Sommige sprekers lijken ervoor geboren, voor de rest: speechen kun je leren.

Er was eens een oude Arabier die zijn zeventien kamelen naliet aan zijn drie zoons. Zijn eerste zoon zou de helft van de kamelen krijgen, zijn tweede zoon een derde, en de derde zoon een negende. Maar zeventien is niet door twee, drie of negen deelbaar, en de zoons kwamen er niet uit. Ze besloten een wijze, oude vrouw te raadplegen. Die dacht lang na en zei: „Ik weet niet of ik je kan helpen, maar ik heb zelf één kameel en die mogen jullie hebben.” Nu hadden de zoons achttien kamelen. De oudste kreeg er negen, de tweede zes en de derde twee – samen zeventien. Eén kameel was over. En die brachten ze netjes terug naar de oude vrouw.

Zo begon beroepsonderhandelaar en Harvard-docent William Ury zijn praatje voor de TEDx-conferentie in Chicago in 2010. Hij heeft bemiddeld in kleine en grote crises, van gestrande huwelijken tot kernwapenonderhandelingen tussen Rusland en Amerika. „Mijn werk”, zei Ury, „is het vinden van die achttiende kameel.”

Het ‘kamelenraadsel’ is een van die „ideale binnenkomers” die het publiek speels over de drempel naar het betoog helpen, zegt Huib Hudig, speechcoach, voormalig politiek tekstschrijver en auteur van Het Speechboekje, een inspirerende speech in 10 stappen. Spreken in het openbaar is verleiden, en het publiek wíl verleid worden. Hoe? Dat kun je in belangrijke mate leren. Bijvoorbeeld door zo’n prikkelend begin te zoeken. En door dat net zo lang te oefenen tot het lijkt of je het uit je mouw schudt. „Dat is mijn eerste tip”, zegt Hudig.

Hudig en zijn zakenpartner Philip Walkate hebben het druk in tijden van politieke campagnes. Onder hun klanten bevinden zich ook veel Nederlanders die een praatje moesten of moeten houden op TEDx, waarvan de Amsterdamse editie volgend weekeind opnieuw plaatsvindt.

Een ‘standaardbehandeling’ bij Speak to Inspire, het bureau van Hudig en Walkate, kan uit vier sessies bestaan. In de eerste twee worden inhoud en vorm doorgenomen en daarna in twee sessies de presentatie. „Speechen gaat om inhoud, gegoten in een vorm die het publiek aanspreekt – door verrassing, de juiste structuur en verhalen. Bij de uiteindelijke presentatie wil je dat een spreker echt de vrijheid durft te nemen om contact te maken met de zaal”, zegt Hudig. Maar aan de andere kant is „TEDx niet voor stand-up comedians”, vult Walkate aan, die zelf een nevencarrière als cabaretier heeft. „Het gaat om de ideeën en als die niet goed zijn, blijven ze niet hangen, hoe goed je performance ook is.”

De allerbeste speeches zijn een perfect (en soms duivels) huwelijk tussen presentatie en inhoud. Op zijn website heeft Hudig er een aantal verzameld. Klassiekers als Martin Luther Kings I Have a Dream (1963) en Hitlers Blut und Boden-toespraak (1933). Bijna-klassiekers als Hugh Grants speech als getuige in Four Weddings and a Funeral, of de scène uit Mad Men, waarin Don Draper de dia-carrousel als ‘wiel van de nostalgie’ aan de Kodak-top verkoopt.

De greatest hits van TED en TEDx voldoen aan dezelfde kenmerken. Ze blijven online beschikbaar en worden vaak jaren na dato nog dagelijks duizenden keren bekeken. Ze tonen in Hudigs woorden „het verschil tussen een goede en een inspirerende speech”: dat is een speech „die emoties losmaakt en luisteraars het gevoel geeft dat ‘het licht aan gaat in de zaal’. Zo’n speech wil je houden.”

Zoals Sir Ken Robinson, die uitlegt hoe het huidige onderwijssysteem de creativiteit van kinderen kapot dreigt te maken (het meest bekeken TED-filmpje ooit). Of dirigent Benjamin Zander over de kracht van klassieke muziek. Of de Zweedse statisticus Hans Rosling over de veranderende verdeling van armoede in de wereld aan de hand van bewegende graphics.

Die laatste speech lijkt een voorbeeld van hoe het juist niet zou moeten. „Normaal gesproken zou ik iedereen afraden om met de rug naar de zaal te staan en heen en weer te lopen voor je PowerPoints”, zegt Walkate. „Maar bij Rosling zie je het belangrijke ingrediënt dat juist niet is aan te leren: authenticiteit. Hij is zo’n geniale performer die het zelf niet door heeft.”

Te veel onzekere sprekers vragen om de gunst van de zaal, zegt Walkate. „Ze smeken: vind mij leuk. Wat de werkelijk goede sprekers gemeen hebben is dat ze iets geven. ”

Een ideale speech draagt energie over, crescendo naar het einde. Obama’s Fired up, ready to go-speech, uit de vorige campagne, is er zo een. Door de subtiele opbouw en timing, en vooral door de „onnavolgbare manier waarop hij contact maakt met de massa”, zegt Hudig.

Dat heb je of niet. „De ars retorica, de kunst van het overtuigen, heet niet voor niets een kunst. Maar met goede begeleiding kun je een eind komen. We kunnen niet van iedereen een Obama maken. En niet iedereen is een Federer. Maar we kunnen je wel leren een mooie bal over het net te slaan.”