Dom doen

Mijn mond valt niet vaak open – wel toen ik zag hoe het NOS-Journaal anderhalve week geleden de zaak Petraeus bracht. De Amerikaanse generaal had een geheime affaire met zijn biografe; het Journaal bracht nauwelijks feiten, maar mengde beelden van de gevallen CIA-baas met beelden uit Skyfall, de nieuwste James Bond.

CIA = spion + mooie vrouw = James Bond

CIA = spion + mooie vrouw = James Bond.

Dat is het nieuwe nieuwsmaken: feiten reduceren tot gevoel. Omdat de ongeïnformeerde kijker thuis voor de buis bij het horen van ‘CIA’ en ‘minnares’ vast aan spionage denkt, is de keuze snel gemaakt. Je hoeft er alleen nog maar een montere voice-over aan toe te voegen die deze onbenullige associatie uitlegt aan de kijker op een toon alsof hij een zwakbegaafde toespreekt en je hebt de journalistiek de 21ste eeuw binnengeloodst.

Het item:

Zou er in een van de ons omringende landen een televisiejournaal zijn dat met zo’n Petraeus/Bond-item durft aan te komen? Is er ergens een journaal te vinden waarbij de achterliggende gedachte is: de kijker weet niets en het is onze taak dat we ’m daarin zo veel mogelijk tegemoetkomen, anders denkt hij nog dat we ons beter voelen dan hij?

„Er is nog altijd een grote groep mensen die denkt dat kranten en het Journaal allemaal bij het establishment horen. Er zit nog steeds een verzet tegen dat soort dingen in de samenleving.” Aldus Hans Laroes, de gewezen hoofdredacteur van het Journaal, deze week in een interview op Nu.nl. Vreemd interview. Aan de ene kant zit Laroes nog gevangen in zijn Fortuyn-trauma: de opstand van de boze burger leerde hem dat de journalistiek „verhalen had laten liggen”. De dreiging is afgenomen, maar zeker niet verdwenen.

Tegelijk beklaagt Laroes zich over de excessen die zijn eigen angstvalligheid heeft veroorzaakt: „Veel journalisten waren zó bang dat ze nog een keer iets Fortuyn-achtigs zouden missen, dat Wilders een soort rode loper kreeg. In plaats van dat iemand eens ‘ja maar’ zei.” Ook over de manier waarop het Journaal de plundering van Haren heeft aangemoedigd is Laroes niet te spreken. „In de min of meer opgefokte samenleving die Nederland nu is […] gaat het wel degelijk een rol spelen als je ieder uur zegt: er is hier nog niks aan de hand.”

Met hoofdredacteuren van het Journaal is het kennelijk als met politieke kopstukken – pas als ze geen rol van betekenis meer spelen, worden ze zelfkritisch. Maar de fenomenen waarover Laroes zich beklaagt – het journalistieke gelik naar Wilders en het aanjagen van de hel van Haren – zijn het directe gevolg van zijn eigen keuze voor de belevingsjournalistiek boven de feitenjournalistiek.

De strijd tussen die twee opvattingen woedt overal in de journalistiek. Wanneer de kenniskloof tussen burgers en de wereld waarin ze leven almaar groter wordt, kun je twee dingen doen: ze zoveel mogelijk feiten geven of de feiten aanpassen aan hun belevingswereld. Omdat je denkt dat ze dom zijn, kun je maar het beste doen alsof je zelf nog dommer bent. Het scheelt ook een hoop werk.

Die houding heeft gevolgen. Wanneer je nieuws niet langer probeert te duiden, zin van onzin probeert te scheiden, dan is al snel alles waar. Peter R. De Vries beklaagde zich deze week over de complotdenkers in de zaak-Vaatstra die zelfs in DNA-bewijs een slinkse manoeuvre van de overheid zagen. Wanneer het nationale dwaallicht Leon de Winter voor de camera als deskundige zijn licht mag laten schijnen over het Midden-Oosten, geef je publiekelijk aan dat iedereen overal alles van af weet.

Dat is de ironie – de ‘rechtse’ kritiek op het ‘linkse’ journalistieke establishment dat men niet objectief was en „verhalen liet liggen” bleek helemaal geen oproep tot meer objectiviteit, maar de eis dat iedereen recht heeft op zijn eigen waarheid, ook al slaat het nergens op.

James Bond.

Die golf is volgens mij over zijn hoogtepunt heen – maar niet bij de mannen van een zekere leeftijd (de mijne) die zich blind staren op een revolte die achter ons ligt. Dat de waarheid niet bestaat, weten we nu wel. Dat objectiviteit een illusie is – ja ja. Maar het grote zwelgen in subjectiviteit gaat voorbij. Geef ons deskundigheid, geef ons feiten.