De huizenprijzen dalen nu overal: van Waspik...

Het Brabantse Waspik is een van de vele dorpen waar de huizenprijzen zijn gekelderd. Ouderen willen geen boerderij met een lap grond, jongeren kunnen het niet betalen. „Vergéét die huizenprijzen van vier jaar geleden.”

Ze zijn al 99.500 euro in vraagprijs gezakt. Een ton op een huis dat ze vier jaar en vier maanden geleden te koop hebben gezet voor 324.500 euro. En nog staat de woning van Janet en Harrie de Leeuw uit Waspik op Funda. „Je vraagt je af wat er mis is met het huis”, zegt ze.

Het gezin met twee volwassen kinderen en een labrador heeft altijd „prettig” gewoond aan de Stations-laan. Ze betrokken de twee-onder-een-kapwoning met garage in 1985, direct na de oplevering. Het huis kijkt uit op het Halvezolenpad waar vroeger een stoomtrein vol arbeiders naar de schoenindustrie in Waalwijk reed. De groene weilanden zijn gebleven, net als de Theresiakerk met een eigen ‘Mariagrot’ in de verte.

De woning staat leeg sinds dit voorjaar de huurder naar de Filippijnen vertrok – met achterlating van een jaar huurschuld. Zelf woont de familie De Leeuw sinds 2008 aan een negentiende-eeuws dijkhuis aan ’t Vaartje. „Het was zo’n kans die je maar één keer in je leven krijgt”, zegt zij. „Maar ik raad nu iedereen aan om eerst je oude huis te verkopen voordat je een nieuw huis koopt.”

Het Brabantse Waspik, onderdeel van de gemeente Waalwijk, is één van de vele dorpen in Nederland waar de huizenprijzen de laatste jaren zijn gekelderd. Van de ongeveer 1.950 woningen en boerderijen staan er momenteel 113 te koop op Funda. Vorig jaar werden er volgens het Kadaster 27 woningen verkocht – half zo veel als voor het uitbreken van de crisis. De gemiddelde koopsom is sinds 2007 met bijna 20 procent gedaald tot 261.700 euro.

Landelijk zijn de huizenprijzen sinds de piek in augustus 2008 met 16 procent gedaald. Inmiddels staan 700.000 huishoudens ‘onder water’, bevestigde minister Stef Blok (VVD, Wonen) deze maand tijdens een Kamerdebat. De hypotheekschuld van deze huiseigenaren is hoger dan de huidige waarde van hun huis. De Nederlandse Vereniging van Makelaars schatte het getal van 700.000 al eerder. De ING voorspelt dat het er volgend jaar 800.000 zijn.

Waspik ligt onder de Bergsche Maas en heeft wel vaker onder water gestaan. Het noordelijke deel ligt onder de zeespiegel en het zuidelijke deel erboven, vertellen dorpelingen. ‘Waspikkers’ spreken daarom van Waspik-Beneden en Waspik-Boven. Tijdens carnaval is het dorp een paar dagen lang verenigd onder de naam Maoneblusserslaand.

De 82-jarige Dré Verschure patrouilleerde tijdens de watersnood van 1953 als burgerwacht, vertelt hij. „Volkse jongens” zoals hij werkten vroeger in Waspik als loondorsers bij boeren of bij de scheepswerf. Nu zijn er nog een Aldi en een Plus, wat winkels en een klein bedrijventerrein aan de andere kant van de A59. Veel inwoners werken in gemeenten als Oosterhout, Raamsdonksveer en Kaatsheuvel of verder.

Een makelaarskantoor is er ook niet meer in Waspik. Wie door het dorp rijdt, ziet makelaarsborden in alle kleuren van de regenboog. Langs het dorpsplein staat wel nog een bank. Een Rabobank die alleen nog ’s ochtends open is en mogelijk gaat sluiten. ‘Een eigen huis in Waspik. Dat is het idee’ staat in grote letters op de gevel. „Vroeger was kopen hip”, zegt directeur retail Karin Janssen. „Maar nu adviseer ik mensen om koop en huur naast elkaar te zien. De prijsontwikkeling van woningen wordt niet meer zoals het was.”

Op het oog staan er twee typen woningen in Waspik. Oude woonboerderijen en naoorlogse nieuwbouw – die soms weer gemodelleerd is naar oude woonboerderijen.

„Oudere mensen die geld hebben voor een boerderij willen vaak geen grote lap grond meer”, zegt regionale makelaar Kees de Wit. „En jonge mensen kunnen een boerderij vaak niet betalen. Eigenaren van nieuwbouwwoningen op hun beurt houden vaak weer vast aan een verkeerde prijs. Wat ik altijd zeg is: vergéét die prijzen van vier jaar geleden.”

De gemeente stimuleert de bouw in Waspik, maar de belangstelling is beperkt. De verkoop van veertig vrije kavels in het project Waesgeerd-West verloopt „moeizaam”, weet Janssen van de Rabobank. Een rijtje nieuwbouwhuizen aan de Elzendreef is tijdens de crisis wel snel verkocht. Maar hier verkocht de gemeente de grond voor een lage prijs en kwam de woningcorporatie als opdrachtgever de kopers tegemoet.

De vraagprijs verlagen, hoeft niet altijd een probleem te zijn. Mary en Henk Groeneveld uit een goede wijk in Waspik-Beneden zijn vorige maand voor het eerst 30.000 euro gezakt, naar 549.000 euro. „Dat is een marktconforme prijs”, denkt zij – ze werkt als directiesecretaresse, maar is gediplomeerd makelaar. „Het huis staat in januari twee jaar te koop. Dan moet je wat doen.”

De Groenevelds hebben hun vorige huis in Oud-Beijerland goed verkocht en de winst in hun huidige hypotheek gestoken. Ze staan nog niet onder water, hij heeft een prima inkomen als zelfstandig verkeerskundige en ze hebben nog geen nieuw huis gekocht. „De kinderen zijn uit huis en het huis wordt te groot. Maar we hebben geen haast.”

Anders is het in de situatie van Janet en Harrie de Leeuw van het begin van dit artikel. Hij werkt als planner bij een transportbedrijf, zij bij een pompstation. Na vier jaar en vier maanden van dubbele woonlasten hebben ze het moeilijk. Hun nieuwe dijkhuis aan ’t Vaartje staat sinds eind vorig jaar ook te koop. Inmiddels zijn ze met dit huis 60.000 euro in prijs gezakt tot 250.000.

„Het is afwachten welk huis we het eerst kunnen verkopen”, zegt ze. „En als dat ons nieuwe huis is, gaan we terug naar ons oude huis. Dat besluit hebben we nu genomen.”