Column

Consensus? Alsjeblieft niet

Consensus, we blijven er maar om vragen. Als we het nou allemaal eens worden, dan komt alles goed. De grootste gruwel van de afgelopen jaren is voor velen de vermeende polarisatie die ons land teistert. Tussen links en rechts, tussen liberaal en conservatief, tussen socialist en kapitalist, tussen aanbidders van de markt en aanbidders van de overheid, tussen eurofiel en eurohater, tussen PVV-stemmers en... de rest.

Mensen, we zijn het niet eens. En we vinden het verschrikkelijk. Waar zijn die tijden dat we lekker eensgezind waren met elkaar? Dat we gewoon nog Ad Melkert, Hans Dijkstal, Jan Peter Balkenende en Paul Witteman waren aan een tafel op een late verkiezingsavond zónder Pim Fortuyn? Hoe heerlijk! Dat er geen bruggen geslagen hoefden te worden omdat we één grote brug waren, de hele tijd?

Nu moeten economen er ook aan geloven: consensus. Kunnen economen geen consensus aan oplossingen voor de crisis formuleren?, vroeg Ernst van Koesveld, een hoge econoom bij het ministerie van financiën, zich eind september af. Deze week gaf de economische discussiewebsite Mejudice gehoor aan zijn oproep. De site peilt vanaf nu regelmatig de mening van economen over actuele kwesties. Zodat we weten waar economen het in meerderheid wel en niet over eens zijn.

Hey, maar wacht ’s. Consensus, riekt dat niet gevaarlijk naar group think? Je weet wel, dat is wanneer ‘we’ besluiten dat ‘we’ het ergens over eens zijn en dat ‘we’ die aannames niet meer ter discussie stellen en dat ‘we’ vervolgens ons jaren later voor het hoofd slaan hoe ‘we’ zo dom konden zijn dat we dachten dat de tijd van recessies voorgoed voorbij zou zijn? Hebben de critici van economen die nu vragen om consensus niet eerst de economen verweten ten prooi te zijn gevallen aan de collectieve neoliberale waan dat de markt altijd goed is? Toen was die consensus (die er overigens niet was, maar goed) volgens hen juist het probleem.

Ik zeg het maar eerlijk: ik ben niet van de consensus maar van het debat, van de gillende onenigheid, van de discussie waarin argumenten worden gewikt en gewogen. De botsing van ideeën, redeneringen, observaties, en dan zo scherp mogelijk – ik smul er van. Daar kom je verder mee; niet met consensus. Als je althans niet alleen zendt maar ook luistert. Als je de intentie hebt om te weten hoe het zit, niet om je eigen gelijk te halen.

Tuurlijk, je kan een lijstje maken met waar economen het wél over eens zijn. Maar ik vrees dat dat lijstje niet over de prangende vragen van nu gaat. Te weten: moet je wel of niet bezuinigen? En: is het niet eerder vertoonde beleid van de centrale banken in het Westen (pomp een ongekende hoeveelheid geld in de economie) potentieel desastreus of eigenlijk veel te slap? Of: moet je Griekenland wel of niet uit de euro zetten? Burgers en politici zitten op de antwoorden op die vragen te wachten, en niet op de consensus dat bij meer aanbod van een goed de prijs daalt.

Dat economen het juist nu niet eens zijn, is geen probleem, het is een zegen. Het zou pas eng zijn als ze het nu wel eens waren. Want we bevinden ons op terra incognita, we zijn aangekomen in een nieuwe wereld, of, zoals Coen Teulings van het CPB ooit zei: we bewegen op de tast in een donkere kamer.

We hebben maar een paar keer eerder een financiële crisis meegemaakt in het hele Westen. De laatste keer was voor de Grote Depressie van de jaren dertig. Toen hadden economen (consensus!) het verkeerde antwoord op de crisis: laat de banken maar kapot gaan. Dat pakte desastreus uit. Zowel John Maynard Keynes als Milton Friedman werden groot door tegen de foute inzichten van toen in te gaan. De jaren dertig zouden een keerpunt blijken voor de economische wetenschap. Die werd daarna nooit meer hetzelfde.

Het zou heel goed kunnen dat we nu ook op zo’n keerpunt staan. We voeren nu het omgekeerde beleid van de jaren dertig. We redden alles en iedereen. Maar we hebben geen idee hoe dat uitpakt. En dan is het geweldig dat economen op mejudice.nl en voxeu.org en op ft.com fel en eindeloos met elkaar discussiëren over dat beleid. Dan komen we verder.

Politici moeten in de tussentijd hun eigen keuzes maken. En die keuzes zijn niet technocratisch, maar politiek. Want vragen om consensus onder economen lijkt op vragen om technocratisch bestuur. En dat bestaat in Nederland gelukkig niet.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.