Brieven

Straffen van ‘handel in invloed’ is onwenselijk

Willeke Slingerland betoogt dat ‘handel in invloed’ door publieke functionarissen strafbaar moet worden gesteld (Opinie&Debat, 17 november). Dit is onwenselijk en praktisch onuitvoerbaar.

Corruptie dient in beginsel te worden bestreden via gedragscodes, voorlichting en controles. Pas als dit niet effectief is, komen het tuchtrecht en strafrecht in beeld. Het strafrecht vormt het ultimum remedium. De strafbaarstelling van ambtsgedragingen is beperkt tot gedragingen die niet voldoende kunnen worden tegengegaan door disciplinaire maatregelen én waarover maatschappelijke consensus bestaat dat dergelijk gedrag strafwaardig is. Bij ‘handel in invloed’ is dit mijns inziens niet het geval.

Strafbaar gedrag moet duidelijk en kenbaar in de wet (kunnen) worden omschreven. Slingerland erkent dat ‘handel in invloed’ een moeilijk te omlijnen verschijnsel is dat zich niet gemakkelijk laat vangen in een duidelijke en kenbare delictsomschrijving. Om deze reden heeft Nederland, net als diverse andere West-Europese landen, ‘handel in invloed’ niet strafbaar gesteld.

Zelfs al zou dergelijk handelen strafbaar worden gesteld, dan zal het Openbaar Ministerie (OM) hieraan vermoedelijk geen handhavingsprioriteit geven. Slingerland uit de ambitieuze wens dat het OM in de toekomst actief corruptienetwerken oprolt. In de praktijk levert de opsporing en vervolging van strafbare omkoping nu al de nodige problemen op. Corruptiebestrijding is een moeizame en tijdrovende aangelegenheid en vergt soms nogal wat kennis en deskundigheid. Deze is niet (altijd) voorhanden.

Hoewel ‘handel in invloed’ een ongemakkelijk fenomeen is, vormt het strafrecht vanwege principiële en praktische beperkingen een weinig effectief bestrijdingsmiddel.

Tessa van Roomen

Strafrechtadvocaat te Amsterdam

Oude dag niet onbezorgd

Bij de column van Marike Stellinga over sociale zekerheid (NRC Handelsblad, 17 november) staat de vraag: „Waarom betalen voor rijke bejaarden?” Het antwoord is simpel. De AWBZ is een volksverzekering. Wij ouderen hebben daar 44 jaar lang premie voor betaald, duizenden euro’s per jaar. Mogen wij dan ook de daarbij horende tegenprestatie verwachten, op het moment dat het verzekerde risico zich voordoet? Of zit onze rechtsstaat tegenwoordig zo in elkaar dat de overheid burgers in één klap hun rechten mag ontnemen? Het zijn trouwens vooral de ouderen met middeninkomens die de klappen moeten opvangen – lagere pensioenen, hogere belastingen en zelf de zorg betalen.

Een onbezorgde oude dag zit er voor ons niet meer in.

Marja Pijl

Den Haag