Autistische muizen worden socialer als neurologinesynthese stopt

Op zoek naar de oorzaak van autisme komen steeds meer onderzoekers terecht bij de verbinding tussen zenuwcellen. Die is bij autisten te stevig.

Daar zijn al veel oorzaken voor gevonden, helemaal in lijn met het idee dat autistische stoornissen niet één oorzaak hebben. Eén ervan ligt in eiwitten die het contact tussen uitlopers van zenuwcellen in stand houden. Daar, in die synaptische spleten waar zenuwcellen elkaar signalen geven, zorgen de eiwitten neuroligine en neurexine voor stevigheid.

Abnormaal veel aanmaak van het eiwit neurologine veroorzaakt autisme-achtig gedrag in experimenten bij muizen. Die overproductie kan ontstaan door een genafwijking in een eiwit (eIF4E) dat de aanmaak van neurologine controleert. Die genafwijking is bij mensen zeldzaam en veroorzaakt dan autisme.

In genetisch veranderde autisme-muizen hebben Canadese onderzoekers nu niet alleen bewezen dat overproductie van neurologine autistisch gedrag geeft. Ze laten ook zien dat dat gedrag verdwijnt als de overproductie wordt stilgelegd met een ‘medicijn’. Dat resultaat lijkt dan of er autisme-medicijn aan komt, maar in de gebruikte vorm is het niet geschikt, omdat het bij de proefdieren in de hersenen moest worden geïnjecteerd. Het experiment draaide om het ontrafelen van de manier waarop ook eIF4E bij het ontstaan van autisme betrokken is. Dat is interessant omdat bij de productie van eIF4E ook weer eiwitten betrokken zijn die al eerder met autisme in verband zijn gebracht. Zo komt langzaam een stofwisselingsmechanisme aan het licht waarin veel oorzaken van autismestoornissen liggen (Nature, 22 november).

Mensen met een diagnose in het autismespectrum hebben heel verschillende communicatie-vaardigheden en vertonen heel verschillend gedrag. Het is aannemelijk dat daar alleen in de genen al honderden verschillende oorzaken voor zijn. Die komen nu langzaam aan het licht.

Twee jaar geleden hebben onderzoekers van samenwerkende Italiaanse en Amerikaanse laboratoria bijvoorbeeld al aangetoond dat een bekende mutatie (die in sommige families autisme veroorzaakt) leiden tot verkeerd opgevouwen neuroligine-eiwitten. Die blijven steken in de zenuwcel en gaan niet op transport door de lange uitlopers van de zenuwcellen, naar de synaptische spleet waar ze eigenlijk hun werk moeten doen. Die verkeerd gevouwen eiwitten worden slecht afgebroken en blokkeren de werking van de zenuwcel (Journal of Biological Chemistry, 10 september 2010).

De 100 miljard hersencellen zorgen voor zeker tienduizenden miljarden synaptische spleten in de hersenen. Hoe de stabiliteit van die contacten tijdens de groei van een foetus en van een kind, waarbij al die miljarden zenuwcellen en contacten ontstaan en ook gedeeltelijk weer verdwijnen, leidt tot het ook waargenomen verminderde contact tussen sommige hersendelen is een raadsel. Wim Köhler