Alles is anders, Israël niet

Vergelding met geweld tegen aanvallen van Hamas helpen niet als een Bantoestan ontstaat op de westelijke oever van de Jordaan, vindt Philip Stephens.

Bij alle beroering van de Arabische opstanden blijven er in het Midden-Oosten enkele constanten. Ayatollah Ali Khamenei in Iran trotseert de internationale druk op zijn atoomprogramma en Benjamin Netanyahu probeert elk uitzicht op een twee-staten-akkoord met de Palestijnen te torpederen.

De Israëlische escalatie van het conflict in Gaza kan als eenvoudige daad van afschrikking worden gezien: elk volk heeft het recht zich te verdedigen. Maar Netanyahu voert ook een verkiezingsstrijd en keert zich tegen elke poging van de regering-Obama om de vredesonderhandelingen te hervatten. Van de zomer heeft Obama een Israëlische aanval op Iran verboden. Netanyahu is niet van plan land aan Palestina te geven.

Het gevolg van de Israëlische aanvallen op Gaza was dat de legitimiteit van Hamas in de hele Arabische wereld is versterkt en dat de Palestijnse Autoriteit van Mahmoud Abbas is verzwakt. Nog niet zo lang geleden sprak de Israëlische regering, zij het via de Egyptenaren, met Ahmed al-Jabari, het hoofd van de militaire tak van Hamas. Door Al-Jabari te vermoorden, heeft ze weer een nieuwe martelaar voor het Palestijnse radicalisme geschapen. Abbas, buitenspel gezet door de Israëlische kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever, worstelt om een schijn van relevantie op te houden.

Dit past in het reactionaire wereldbeeld van de Israëlische premier. Bijna alles in het Midden-Oosten is veranderd, Netanyahu niet. Hij leeft in de schaduw van een broer die als oorlogsheld sneuvelde bij de Israëlische redding van de gijzelaars in Entebbe en een vader die meende dat de Arabieren nooit vrede met de joden zouden sluiten. Zolang leden van Hamas als terroristen kunnen worden weggezet, kan Netanyahu weigeren over vrede te praten. De onuitgesproken misvatting is dat de Israëlische veiligheid eeuwig gewaarborgd blijft door militaire overwinningen.

Al voor de Arabische opstanden was deze strategie doodgelopen. Ehud Olmert, Netanyahu’s voorganger, voerde ook oorlog tegen Hamas om te laten zien dat het een zware prijs voor terreuraanslagen zou betalen. Maar Olmert was ook gaan inzien dat militaire macht niet genoeg was. Hij stelde vast dat duurzame veiligheid afhing van de beslissing die Israël lang uit de weg was gegaan: onderhandelingen en een terugtrekking uit de Palestijnse gebieden. „De tijd is gekomen om dit uit te spreken”, zei Olmert in de laatste maanden van zijn premierschap.

Netanyahu probeert door middel van voldongen feiten tegen deze strategische logica in te gaan. Door zijn nederzettingenbeleid lijkt de Westelijke Jordaanoever nog het meest op een Bantoestan ten tijde van de apartheid in Zuid-Afrika. We horen zijn aanhang zeggen dat geen enkele Israëlische leider binnenkort het land nog terug zal kunnen geven.

Intussen houdt Israël steeds minder vrienden over. Hamas komt uit dezelfde islamistische familie als de Moslimbroederschap van Mohamed Morsi in Egypte. Nog niet zo lang geleden meden de VS het contact met de Broederschap. Deze week prees Obama Morsi om zijn leiderschap in de totstandbrenging van de wapenstilstand in Gaza.

Turkije, eens een naaste bondgenoot, staat even vijandig tegenover de huidige regering als Arabische landen. Alle Europese leiders die deze week het recht op zelfverdediging van Israël bevestigden, deden dat knarsetandend. Zelfs Tony Blair, die als internationaal gezant voor de regio nooit ver van Netanyahu’s zijde is geweken, lijkt te vinden dat het tijd wordt om met Hamas te praten.

Netanyahu legt een verband tussen Palestina en het Iraanse atoomprogramma. Volgens hem kan Israël alleen vrede overwegen als de VS met de dreiging van een Iraanse bom hebben afgerekend. De logica wijst in tegengestelde richting. Het is lastig internationale druk tegen Teheran te mobiliseren zolang het Westen het verwijt niet afschudt dat het met twee maten meet.

De parallel met Iran is al ongemakkelijk. Ayatollah Khamenei is een collega-reactionair. Hij deelt de opvatting van Netanyahu dat alleen wapengeweld veiligheid biedt. Teheran ziet een atoomwapen als verzekering tegen bedreigingen van buitenaf.

In antwoord op de laatste crisis stuurde Obama zijn scheidende minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton. Daar kan hij het niet bij laten. Zijn bezoek aan Azië deze week bevestigde de wending naar de Stille Oceaan – de VS hopen hun verplichtingen elders af te schudden om hun diplomatieke en militaire middelen op Oost-Azië te richten. De uitbarsting in Gaza was een herinnering dat sommige verantwoordelijkheden onontkoombaar zijn.

In zijn eerste termijn week Obama voor Netanyahu’s onverzettelijkheid. Hij gaf gevolg aan het advies van medewerkers volgens wie de VS zich nooit tegen Israël konden verzetten. Noodzaak is nu Amerikaans leiderschap – een besluit van het Witte Huis om de voorwaarden van een regeling op te stellen en daarvoor brede regionale en internationale steun te zoeken. De elementen zijn overbekend: een Palestijnse staat op basis van de grenzen van 1967 met een af te spreken landruil; waterdichte veiligheidsgaranties voor Israël en de erkenning daarvan in de Arabische wereld, en een gedeelde hoofdstad in Jeruzalem. Israëlische leiders hebben dit eerder aanvaard als een billijk stramien. Wijst Netanyahu dit af, dan moet hij uitleggen waarom.

Intussen kunnen de Europeanen niet meer aan de zijlijn blijven. In plaats van achter hun hand te fluisteren, moeten ze publiekelijk zeggen waarover ze het heimelijk eens zijn. Ze hoeven niet meer te doen dan het scenario van Olmert volgen: de veiligheid en democratie van Israël zijn niet tot in de eeuwigheid bestand tegen de onderwerping van de Palestijnen. Een mogelijk begin is Europese steun voor een Palestijnse staat bij de VN aanbieden. Als er één les valt te leren uit de tumultueuze gebeurtenissen van de afgelopen jaren, is het dat de tijd van de gewapende reactionairen ten einde loopt.

Philip Stephens is columnist bij de Financial Times © Financial Times