Alan Berliner wint prijs op het IDFA

Tien dagen lang volle zalen voor de documentaire - dat is het gisteravond met de uitreiking van de prijzen afgesloten IDFA. 2012 was ook een protestjaar.

De eer is gered, de beste heeft gewonnen. Een internationale jury wees gisteravond, op de slotavond van het IDFA, First Cousin, Once Removed van de Amerikaan Alan Berliner aan als winnaar van de prijs voor beste lange documentaire.

Het niveau van de competitie was hoog dit jaar, met onder andere The Gatekeepers, een boekje open door Dror Moreh over de war on terror van de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst, en My Afghanistan – Life in the Forbidden Zone, waarin Nagieb Khaja onder Afghanen videocamera’s ronddeelt om te komen tot een beeld van hun gewone leven.

Maar de jury heeft met de onderscheiding voor Berliner ruimschoots voldaan aan wat je de opdracht van het IDFA-festival kunt noemen: laten zien dat de documentaire als venster op de wereld meer kan zijn dan een registratie of een reportage. Voor First Cousin heeft de filmmaker jarenlang zijn oom, de Amerikaanse dichter Edwin Honig, gevolgd in zijn levensavond. De film geeft een intiem beeld van selectief geheugenverlies door Alzheimer: ook al is de herinnering aan bepaalde gebeurtenissen verdwenen, de trauma’s blijven.

De 25ste editie van IDFA, het grootste festival voor documentaires ter wereld, verliep als vanouds: tien dagen volgepakte zalen rond het Rembrandtplein in Amsterdam, voor een filmgenre waar je de rest van het jaar met grote moeite publiek voor naar de bioscoop krijgt. 320 films vertoonde IDFA dit jaar – meer dan in kranten en andere media ook maar bij benadering kan worden behandeld, zodat de individuele toeschouwer volop de mogelijkheid houdt een onbekend meesterwerk te ontdekken.

Zo’n ontdekking kon op de laatste dagen van het festival Blush of Fruit zijn, een schokkende, commentaarloze film van de Australiër Jakob Anvhu over een commercieel opvanghuis voor kinderen van ongehuwde moeders in Vietnam, waar de kinderen consequent worden geslagen en toegeschreeuwd om ze hanteerbaar te houden.

IDFA 2012 was ook het festival van protest: tegen de door het kabinet voorgenomen opheffing in 2017 van het Mediafonds, die de financiële basis onder de productie van Nederlandse documentaires dreigt uit te slaan. Geen Nederlandse filmmaker of producent, die de première van zijn film niet te baat nam om protest aan te tekenen tegen het kabinetsvoornemen.

De prijs voor beste Nederlandse documentaire werd gewonnen door Esther Hertog met Soldier on the Roof, een portret van orthodoxe joden die zich op de Palestijnse Westoever in Hebron hebben gevestigd en beschermd worden door Israëlische soldaten. Schokkend is de hautaine manier waarop deze kolonisten ongevoelig zijn voor de problemen van hun Arabische buren: die moeten maar in een ander land gaan wonen.

Het is zeker een goede film, maar je kunt je afvragen of we een en ander al niet wisten en of Soldier on the Roof ook de prijs voor beste debuutfilm had gewonnen wanneer niet juist in de IDFA-week de Israëlisch-Palestijnse betrekkingen weer actualiteit hadden verkregen.

Wie in een week heel veel documentaires ziet, zoals de gemiddelde IDFA-bezoeker, gaat bovendien erg verlangen naar films die niet alleen maar lijken te registreren, maar ook een duidelijk gestructureerd verhaal vertellen.

Red Wedding van Lida Chan en Guillaume Suon, die de prijs voor beste korte documentaire won, is zo’n film: een vrouw gaat op zoek naar degenen die haar op de ‘killing fields’ van Cambodja tot een revolutionair huwelijk hebben gedwongen.

En helemaal in de roos van het spannende verhaal was ook de Zweedse film Searching for Sugar Man van Malik Bendjelloul, een spannende speurtocht naar een vergeten Amerikaanse popzanger, die buiten zijn weten een grote held was in het Zuid-Afrika van de jaren zeventig. Een erg goed verhaal met fijne muziek – niet toevallig won deze film behalve de prijs voor beste muziekfilm ook de publieksprijs van IDFA.