Zwerver met 4.000 vrouwen

Na vijftig jaar treden The Stones ook dit weekend gewoon weer op. Wie is toch die vieve, vrolijke, bazige Mick Jagger, 69 jaar oud? Waarom gaven The Beatles er na acht jaar al de brui aan? Wat bindt beide bands en wat scheidt hen? Lees hier de antwoorden.

PARIS, FRANCE - OCTOBER 25: (EXCLUSIVE COVERAGE) Mick Jagger of The Rolling Stones perform at a secret club gig for 600 lucky fans as the band warm up for their 4 dates in London and New York next month. Fans paid only $20 for tickets at La Trabendo Rock Club on October 25, 2012 in Paris, France. (Photo by Dave J Hogan/Getty Images) Getty Images

Voor het eerst sinds vijf jaar staat hij zondagavond weer op het podium te kronkelen en te springen met zijn slangachtige lijf, en bekken te trekken met zijn enorme mond. Alsof hij geen 69-jarige zakenman is, maar een enthousiaste 19-jarige student, zoals toen hij begon, vijftig jaar geleden.

Mick Jagger en zijn Rolling Stones, de grootste rockband ter wereld, vieren vanaf dit weekeinde hun gouden jubileum met zes concerten in Londen, Brooklyn en Newark. Vooruit, nóg een keer de hits: Miss You, Honky Tonk Women, Jumpin’Jack Flash en Brown Sugar. Op de website Setlist.fm kun je zien wat de band waarschijnlijk gaat spelen, gebaseerd op try-outs in Frankrijk. De klassieker Satisfaction zit er vooralsnog niet bij.

Op 12 juli 1962 treden ze voor het eerst op in blueskelder The Marquee in de Londense voorstad Ealing. Volgens de aankondiging in Jazz News: ‘Rhythm-and-blues zanger Mick Jagger treedt morgenavond op met zijn groep. Ze noemen zich ‘‘The Rolling Stones’’.’ Die naam hebben ze net bedacht, maar Jagger is er onzeker over: ‘Hopelijk denken ze niet dat we een rock-’n-rollgroep zijn.’ De band speelt rhythm & blues en behoort zodoende tot de bluesscene, verwant aan de jazzscene. Muziek dus voor artistiekelingen uit de middenklasse, die neerkijken op rock-’n-roll. Dat is domme muziek voor arbeiders.

In de proloog van zijn biografie over Mick Jagger schetst Philip Norman het romantische profiel van de doorsnee superster: naast een groot talent moet die ook een innerlijke leegte hebben, een door ellende en onzekerheid veroorzaakte, onstilbare dorst naar aanbidding, bedwelming, bevrediging.

Verbaasd constateert Norman dat Jagger hier helemaal niet aan voldoet. Mike Jagger (Dartford, 1943) groeit op als gelukkig middenklassekind in het keurige graafschap Kent, waar ook Harry Potter opgroeit. Zijn vader is gymnastiekleraar. Sporten en leren is het devies, waar Jagger zich zijn leven lang aan heeft gehouden. Jagger studeert aan de elitaire London School of Economics, kweekvijver van politici, bankiers en captains of industry. Hij heet dan nog Mike en praat netjes. De arbeidersnaam Mick en het bijbehorende cockneyaccent meet hij zich pas later aan.

Zijn enige afwijking is de liefde voor de blues. Hij bestelt zijn platen bij het blueslabel Chess in Chicago, misschien wel de enige liefhebber in Groot-Brittannië die dat doet. Trots draagt hij zijn blueselpees altijd onder zijn arm. Op een doordeweekse ochtend in de herfst van 1961 ontmoet hij op het treinstation van Dartford de arbeiderszoon Keith Richards. Ze kennen elkaar vaag van de lagere school. Maar nu ze hun gezamenlijke bluesliefde ontdekken, worden ze compagnons. Jagger wordt de zanger, Richards de gitarist. Samen zullen ze tientallen rockklassiekers schrijven.

De opkomst van een popster is altijd het leukste deel van popbiografieën. Tegen alles in ploeteren de pubers in zaaltjes voor afwezig of vijandig publiek. En dan ineens de erkenning, het verbaasd knipperen in het licht van de nakende roem. Dan de ontdekking van de drugs, van elkaars vrouwen, van de legioenen gewillige meisjes die zich op hen storten. En dan de onvermijdelijke val. Behalve dan voor Mick Jagger; die blijft voor eeuwig vief en vrolijk.

De Rolling Stones is eigenlijk de band van gitarist Brian Jones, een begaafde multi-instrumentalist en labiele geest. Maar de uitbundige podiumact van Jagger is vanaf het begin de voornaamste attractie, dus wordt Jagger steeds vaker naar voren geschoven als leider. Jagger is ook op andere gronden meer geschikt als bandleider: in zakelijke kwesties is hij de slimste en nuchterste, hij beweegt zich soepel in alle kringen, en anders dan Jones en Richards betracht hij matigheid in drank- en drugsgebruik.

De enerverende age of innocence van de Stones eindigt op 12 februari 1967: de politie-inval in Richards’ buitenhuis Redlands bij de badplaats West Wittering. Het betekent voor de Stones een moeizaam drugsproces, waardoor hun carrière bijna geknakt wordt. Norman staat er eindeloos bij stil, en het is ook een fijn verhaal.

Manager Andrew Loog Oldham heeft de Stones in de beginjaren iets te succesrijk in de markt gezet als de burgerschrik: hoe meer de burgers gruwen van de jongens, des te populairder ze worden bij de jeugd. Nu moeilijk voor te stellen, maar de zittende machten zijn in de jaren zestig écht beducht voor langharige musici en spelen vuil spel om ze op te sluiten.

De plaatselijk politie doet een inval in het buitenhuis. Eigenlijk zitten de Stones en hun vrienden gewoon in de huiskamer op hun Marokkaanse tapijt gemoedelijk stoned te zijn. Maar het schandaalverhaal krijgt een steuntje in de rug door de vriendin van Jagger, de blonde chansonnière Marianne Faithfull. De politie treft haar moedernaakt, met een bontsprei om, tussen de jongens aan; wellicht als een literaire verwijzing naar Venus im Pelz, de invloedrijke sm-novelle van haar achteroudoom Leopold baron von Sacher-Masoch. Hoewel het totale onzin is, herhaalt Norman graag nog even de roddel dat Jagger bij de inval net bezig is om een Marsreep te eten die Faithfull tussen de labia houdt. Begrijpelijk, ook deze recensent laat de Marsmythe niet liggen. Maar Norman blijft het hele boek door grappen maken over Venus en Mars. Dat is dan weer irritant.

Normans voornaamste onthulling in dit boek gaat over de mysterieuze gast ‘Acid King’ David Snyderman, die een koffer lsd bij zich heeft, toch niet wordt gearresteerd, en na de inval spoorloos verdwijnt. Norman onthult dat Snyderman de mol is die door de CIA en MI5 is gecharterd om de Stones te verraden.

De laatste dertig, veertig jaar raffelt Norman af. En dan slaat de herhaling toe: nog meer boulevardnieuws, nog meer miljoenen verdiend, nog meer seks en drugs en steeds minder rock-’n-roll. Die beschrijving van de latere rock-’n-roll-sleur slaan op den duur terug op het hele boek. Het begint op te vallen dat Norman wel heel sterk de nadruk legt op Jagger als geldwolf en slaapkamertijger – volgens recente schattingen is zijn leporello vier keer zo lang als die van Don Giovanni.

Waarom vertelt hij niet meer over diens muzikale prestaties? De Stones zijn traditionalisten, buitengewoon vormvast, maar zelfs in hun oeuvre zijn toch wel stijlperiodes te ontdekken waarover je iets interessants kunt vertellen.

Het lijkt verder alsof Norman doorlopend vecht tegen de groeiende weerzin die hij voelt tegen zijn onderwerp. Vooral Jaggers seksistische behandeling van vrouwen stuit hem tegen de borst. Volgens de biograaf ziet de verwende Jagger alle vrouwen als ‘slavinnen’.

Het siert Norman dat hij toch zijn best doet om iets ten gunste van de zanger te zeggen en dat hij het zelfs voor Jagger opneemt in kwesties waarin de zanger doorgaans een slechte pers krijgt. Zoals de doodslag op het festival in de Altamont-hippodroom in Californië in 1969, waar als ordebewakers ingehuurde Hells Angels een bezoeker doodsteken. Altamont geldt sindsdien als het duistere broertje van Woodstock; het eindpunt van het feestelijke hippietijdperk.

Jagger komt zelf verrassend weinig aan het woord, waardoor hij de grote afwezige lijkt in zijn eigen biografie. Jagger blijft voor Norman een ongrijpbaar ambivalent mens. Hij is een rusteloze nomade, maar ook een huismus. Hij kan volgens de biograaf lief en hulpvaardig zijn, maar ook harteloos en bazig. Kinderen ontkent hij botweg, en hij weigert voor ze te betalen. Maar vaak draait hij bij en is vervolgens een zorgzame, zij het nogal afwezige vader.

Zo gaat Norman ook in tegen het verhaal dat Jagger zijn collega Brian Jones uit de band heeft geduwd en mede schuldig is aan diens zwembaddood in 1969. Nee, Jones was niet te handhaven, stelt de biograaf, en Jagger heeft zich juist altijd meelevend opgesteld. Tijdens een herdenkingsconcert voor Jones krijgt Jagger 250.000 mensen stil door een gedicht van Percy Shelley voor te dragen: ‘Een van de hoogtepunten uit Jaggers carrière.’ Het lijkt alsof Norman die Poëzie Hardop belangrijker vindt dan de pakweg 378 songs die de Rolling Stones ons gaven.