Veldleeuwerik bijna uit boerenland verdwenen

Het gaat dramatisch slecht met de vogels van het boerenland. Zo’n driekwart van de vogels die er broeden is sinds 1960 verdwenen, meldt de Vogelbalans, een jaarlijks rapport van Sovon Vogelonderzoek Nederland dat morgen verschijnt.

Grootste verliezer is de veldleeuwerik, die in aantallen 96 procent achteruitging. „Tot in de jaren zestig was de melodieuze zang van deze soort nog veel te horen, maar in een halve eeuw tijd verdween er ongeveer een miljoen broedparen.” Andere slachtoffers zijn de patrijs en de ringmus. Beide soorten zijn met 93 procent gedaald. Van de grutto’s is eenderde over.

„Er heeft een grote kaalslag plaatsgevonden”, zegt onderzoeker Ruud Foppen. Van alle boerenlandvogels samen zijn in Nederland 3,3 tot 5,7 miljoen broedparen verdwenen.

Oorzaak is volgens de vogelaars de intensivering van de landbouw. Permanente graslanden zijn schaars. Daardoor zijn er minder geschikte broedplaatsen, en is er onvoldoende voedsel.

De daling gaat de laatste jaren „onverminderd” door, aldus Foppen, ondanks subsidies voor agrarisch natuurbeheer. Natuurvriendelijk boeren heeft hier en daar succes, maar gebeurt nog „te versnipperd”, aldus Foppen. „Agrarisch natuurbeheer moet over veel grotere oppervlakten worden gedaan.”

Met moerasvogels gaat het wél goed; de aantallen zijn de afgelopen twintig jaar verdubbeld.