Schultz komt terug op eerdere afspraken over weg en spoor

Minister Schultz (Infra-structuur) moet alsnog 250 miljoen bezuinigen op wegen en spoor. De regio’s moeten plannen schrappen, maar welke?

Gemeenten en provincies kunnen de komende maanden hoog bezoek verwachten. Bezoek van minister Melanie Schultz (Infrastructuur en Milieu, VVD), die hun komt vertellen dat ze kunnen fluiten naar de beloofde financiële bijdrage voor een nieuwe weg of nieuw spoor. Zijn de handtekeningen al gezet? Jammer, maar niks meer waard.

Die sombere boodschap bracht Schultz gisteren tijdens de verdediging van haar begroting in de Tweede Kamer. „Ik zal terug moeten naar de regio’s en moeten zeggen dat beloftes niet waargemaakt kunnen worden, omdat het geld er niet meer is”, zei Schultz. „Dat is pijnlijk.”

De Kamer wil zo snel mogelijk weten om welke projecten het precies gaat. Maar daar heeft Schultz nog zeker drie tot vier maanden voor nodig, zei ze. In die tijd gaat ze bepalen welke projecten worden geschrapt of uitgesteld, en welke gewoon door kunnen gaan.

De oppositie vreest het ergste. Kamerlid Sander de Rouwe (CDA): „Alles staat op losse schroeven. Dit is een monsterbezuiniging.”

De tijden zijn voor Schultz snel veranderd. Ze leek een rustige kabinetsperiode tegemoet te gaan. Het meest lastige dossier, het openbaar vervoer, is doorgeschoven naar haar staatssecretaris Wilma Mansveld (PvdA). Die mag zich nu buigen over de onvrede over NS en ProRail, de financiële problemen van de hogesnelheidslijn, en de vraag welke spoorlijnen kunnen worden gedecentraliseerd. Voor Schultz zou vooral het doorknippen van linten en bedenken van nieuwe plannetjes overblijven.

Totdat uit het aangepaste regeerakkoord bleek dat het kabinet jaarlijks 250 miljoen euro weghaalt bij infrastructuur om harde ingrepen in het ontslagrecht en de WW te verzachten. Tot 2028 houdt Schultz nog maar 1,1 miljard euro over voor nieuwe wegen, spoorlijnen en vaarwegen, zei ze. „Ik ben er niet blij mee.”

De bezuiniging ligt politiek ook uiterst gevoelig. De PvdA wil liever geen geld weghalen bij het spoor, de VVD niet bij asfalt. Dat leidde vorige week onmiddellijk tot commotie toen Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) liet weten dat het geld bij de wegen vandaan moest komen. Premier Rutte sprak dat later tegen. Wat hem betreft moet het „evenredig” worden verdeeld tussen wegen en openbaar vervoer.

Zo is Schultz ineens in een politiek mijnenveld beland. En zo wordt ze van „een minister die niks gaat doen” (SP-Kamerlid Farshad Bashir) een minister die „een enorme puzzel moet oplossen” (Schultz zelf).

De PvdA zette in het debat twee nieuwe Kamerleden in. Zij hielden hun maidenspeech en mochten dus niet in de rede worden gevallen. Attje Kuiken, de officiële woordvoerder, hield tijdens de begrotingsbehandeling wijselijk haar mond. En dus bleef duister wat de partij nu precies wil met de bezuinigingen.

De VVD wilde dat wel vertellen. Graag zelfs. Kamerlid Ton Elias noemde vijf projecten die zeker moeten doorgaan – onder meer nieuwe wegen rondom Rotterdam en tussen Amsterdam en Almere. En dat gold eigenlijk ook voor de Blankenburgtunnel bij Rotterdam en de ring om Utrecht.

Om dat mogelijk te maken willen VVD en PvdA Schultz de ruimte geven het complete overgebleven budget van 1,1 miljard te reserveren voor nieuwe projecten. Schultz zelf is daar altijd terughoudend in geweest, omdat anders verkeersministers na haar geen geld meer hebben. Schultz wilde niet „over haar graf heen regeren”, zei ze steeds. Maar nu staat ze er toch positief tegenover, zei ze gisteren. Tot woede van het CDA. De Rouwe. „U regeert straks niet alleen over uw graf heen, maar over de hele begraafplaats.”