Column: Roth sluit aan bij Boon

Zal de Nobelprijs alsnog naar Philip Roth gaan, nu de schrijver besloot om te stoppen met schrijven, vraagt Arjen Fortuin zich in zijn column af. De zin had niet misstaan in een overlijdensadvertentie, maar Philip Roth schreef hem op de post it die hij op zijn computer plakte: ‘The struggle with writing is finally over.’

Zal de Nobelprijs alsnog naar Philip Roth gaan, nu de schrijver besloot om te stoppen met schrijven, vraagt Arjen Fortuin zich in zijn column af.

De zin had niet misstaan in een overlijdensadvertentie, maar Philip Roth schreef hem op de post it die hij op zijn computer plakte: ‘The struggle with writing is finally over.’

In zijn afscheidsinterview met The New York Times vertelde de met fictieschrijven gestopte Roth hoeveel plezier hij beleeft aan het ontvangen van vrienden en aan zijn nieuwe telefoon. Het enige dat hij de afgelopen twee maanden las is iPhone for Dummies.

De toon van het interview is wel heel erg opgewekt. Roth zegt dat hij al twee jaar geleden besloten heeft te stoppen met schrijven, maar dat hij dat nog niet openbaar maakte omdat hij het zeker wilde weten. Als ik dat lees, denk ik: de arme man heeft het de afgelopen twee jaar met toenemende wanhoop geprobeerd, maar was niet meer in staat om iets te produceren dat hij zelf nog wilde lezen. Bijna tachtig: het brein kan de geest niet meer bijbenen.

Misschien kan het aangekondigde zwijgen van de beroemdste niet-Nobelprijswinnaar van zijn generatie de Zweedse Academie alsnog vermurwen: een bejaarde die worstelt met zijn smartphone is misschien wel Nobelwaardiger dan een literaire onruststoker als Roth – maar het zal wel niet.
Roth schuift aan in de rij bij Louis Paul Boon, die in mei 1980 aan zijnschrijftafel stierf, een paar maanden voor hij volgens de legende zeker naar Stockholm zou zijn geroepen.

Boon had computer noch post it, maar op de zijne had ongetwijfeld gestaan: ‘Alleen het kleine kostbare ogenblik telt’, de frase die een paar keer terugkomt in Reservaat 1-5, het zes weken voor het eind van het Boonjaar verschenen nieuwe deel van zijn verzameld werk. (Ja, inderdaad: De Arbeiderspers was er bijna in geslaagd om het hele honderdste geboortejaar van Boon voorbij te laten gaan zonder één enkele nieuwe Boonuitgave). Reservaat was een eenmanstijdschrift van Boon – die nooit zou stoppen met schrijven, omdat alles zo’n grote worsteling voor hem was – dat hij in de jaren vijftig volschreef. Onder meer over de ook al nooit gestopte schrijver Gustaaf Vermeersch, met wie hij zich identificeerde, dankzij een regel in diens necrologie: ‘terwijl de sociale tendenz hem nog minder sympathiek maakte, ging er van hem toch een zekere bekoring uit: als van een nare droom.’ Het had over Boon zelf kunnen gaan – en misschien ook wel over Philip Roth en alle andere schrijvers die niet braaf genoeg zijn voor een grote prijs.