Olifanten met ruzie zijn net mensen

Het fokprogramma met olifanten in Europese dierentuinen is een succes. Er kwamen in 25 jaar tijd bijna 300 nakomelingen ter wereld. Maar de keerzijde is ruzie in de uitdijende families. Er wordt gepest, getreiterd en soms gebeten. Dierenpark Emmen is nu op zoek naar een nieuw onderkomen voor vier ruziezoekers.

Wubby Luyendijk

Nederland - Emmen - Drenthe -16-11-2012 Dierenpark Emmen, een van de vier 'Dames' olifanten die het dierenpark moeten verlaten. Foto: Sake Elzinga Foto: Sake Elzinga

Kijk Mingalar Oo staan als haar tante, die Htoo Yin Aye heet, nicht en twee neefjes aan de andere kant van de tralies de stal binnenstappen. Haar oren klapperen, de slurf zwiept heen en weer, en de twee zoons aan haar zij spannen hun staart strak naar achteren. Dat is, vertelt verzorger Gerwin Lawant, olifantenstress. „Alsof ze willen zeggen: wíj staan hier, zijn jullie nou nog niet weg?”

Olifantenruzie in Emmen. De twaalfkoppige kudde gaat uit elkaar. De plotselinge dood van de leidster, afgelopen juni, ontaardde in een machtsstrijd tussen twee families. Haar pittige dochter Mingalar Oo, zelf geboren in Dierenpark Emmen, maakt met de meeste nakomelingen aanspraak op de titel van matriarch. Maar dat pikt Htoo Yin Aye niet, die de oudste olifantenmoeder is. En daarin krijgt tante steun van haar dochter en twee zonen.

De vier gingen ruzie zoeken. Op jacht naar de macht namen ze de jongere zus van Mingalar Oo te grazen. Ze pakten eten af, jaagden haar op, en duwden en mepten met hun slurf. Dat gebeurde „slim en achterbaks”, vertelt olifantenverzorger Lawant. Telkens wanneer het schuchtere zusje apart stond, sloegen er twee toe. Drukte de één haar de hoek in, beet de ander haar in de staart. Dan moet je ingrijpen, zegt Lawant, want „voordat je het weet gaan andere olifanten het pestgedrag kopiëren”.

Olifanten zijn net mensen, weet bioloog Wijbren Landman. Ze laten zich graag leiden. Ze voelen met elkaar mee. En ze kunnen elkaar helpen – of niet. Gebeurt dat niet, dan is het goed mis. Want olifanten, weet Landman ook, kunnen zich niet met elkaar verzoenen. In de natuur keren ze elkaar in dat geval de rug toe en zoeken ze een bestaan verderop. Maar in een dierentuin kan dat niet.

Daarom zoekt Martin van Wees nu een nieuw onderkomen voor tante Htoo Yin Aye en haar drie nakomelingen. Van Wees werkt in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam en is coördinator van het stamboek Aziatische olifanten bij de Europese federatie van dierentuinen. De afgelopen vijfentwintig jaar heeft een eigen fokprogramma 284 olifanten opgeleverd – een hele prestatie, alleen al vanwege de lange draagtijd van het vrouwtje (22 maanden) en het temperament van de mannetjes. Als die in de voortplantingsstemming komen – de musth – slaan ze alles kort en klein.

Maar de keerzijde van dat succes, zegt Van Wees, is dat vrouwtjesolifanten hun eigen jongen in de groep voorrang geven: „Eigen familie eerst”. Dat brengt strijd in de kudde, geeft scheve ogen, zet de matriarch soms onder grote druk. Van Wees: „Dat gaat hard tegen hard. Olifanten kunnen mekaar de greppel induwen en doodmaken als je niet uitkijkt. Die ongelukken moet je voor zijn”.

Zo komt het dat de stamboekhouder al meerdere keren „groepen damesolifanten” heeft moeten overplaatsen – gratis en voor niks is de afspraak tussen de dierentuinen. Dat overkwam ook olifanten uit zijn Rotterdamse kudde: drie verhuisden een paar jaar geleden naar Dublin. En begin dit jaar vertrokken twee olifantenkoeien naar Praag, omdat moeder te bazig was en andere olifanten pestte. En dan hebben we het niet over de rebellerende puberstieren. Die verruilen de kudde sowieso voor een vrijgezellengroep zodra ze een jaar of vijf zijn. Dan worden ze door de vrouwtjesolifanten uit de groep gezet omdat ze niet langer luisteren. Net als in het wild: daar leven mannetjes alleen en zoeken ze soms een kudde met vruchtbare vrouwen op.

Bioloog Landman zegt het zo: „Olifanten leven in de meest hechte gemeenschappen van het dierenrijk. Ze hebben allemaal hun eigen karakter. Maar hun familieband, de kuddestructuur, is leidend. Olifantenvrouwtjes zijn met hun jongen de spil van de kudde. Dochters blijven hun leven lang bij moeder. En de leidster van de familie zorgt voor rust doordat zij de weg kent, weet waar eten te halen is en wanneer gevaar dreigt. Als zij wegvalt, moeten de groepen zelf weer orde scheppen in de organisatie”.

De kuddetwist tussen de twee families in Emmen verbaast bioloog Wijbren Landman dan ook niet. Sterker: als de kudde meer vrouwtjes had voortgebracht, was de machtsstrijd eerder uitgebroken, denkt hij. Sinds 1988 werden in de olifantenkudde drieëntwintig nakomelingen geboren, waaronder negentien mannetjesolifanten. Zodoende gingen de meeste spanningen over opvoeding: vechtpartijtjes, ruzie om voedsel en pogingen om vrouwtjesolifanten te dekken.

Desondanks hield de hechte band tussen de olifanten in Emmen stand, heeft Landman ervaren. Toen een van de dieren werd geopereerd aan zijn poot, weigerden de anderen „uit solidariteit” het nachtverblijf te verlaten. Of neem de 45-jarige Annabel. Toen zij in een greppel haar halswervel brak en de dierenarts haar moest laten inslapen, waren alle olifanten daar kapot van. Ze gooiden met hun slurf hoopjes zand op de dikhuid „bij wijze van eerbetoon” en weigerden op stal te staan zolang de olifant er nog lag. Verder was de Emmer kudde levendig, bleek uit onderzoek van een Duitse biologe drie jaar geleden. Ze vergeleek de communicatie tussen de olifantenkuddes in Emmen, Keulen en Zürich door hun hele lage, infrasone gegrom met speciale geluidsapparatuur op te nemen. Haar conclusie: in Emmen babbelen olifanten het meest.

Daarvan is amper sprake meer. Sinds de zomer leven de twee clans in Emmen gescheiden van elkaar. ’s Morgens staat de ene familie op stal, ’s middags de andere. Alleen ’s avonds staan ze er allebei met een dik getralied hek ertussen want ’s nachts is het te koud buiten. Camera’s en verzorgers houden extra toezicht in afwachting van overplaatsing van de vier naar een andere dierentuin, het liefst in Europa.

Maar makkelijk is dat niet. Ze moeten goed worden gehuisvest, zo natuurlijk mogelijk. Je kunt dit viertal uit Emmen niet zomaar tussen een andere kudde zetten. Dan begint de strijd weer van voren af aan. Daarom heeft stamboekhouder Martin van Wees zijn hoop gevestigd op een dierentuin waar ze met een nieuwe groep beginnen. „We verwachten de komende weken uitsluitsel.”

De enige die in Emmen onverstoorbaar blijft onder de familieruzie is Radza, de goedmoedige olifantenstier van 46 jaar en zeven ton. Hij mag met beide groepen mee naar buiten. Plagend port hij zijn slurf in de buik van het kalfje van anderhalf, Mong Tine. Van schrik begint die te plassen en tettert hij om hulp. Zijn moeder, zijn tante, waar zijn ze? Kunnen ze helpen – alsjeblieft?

De laatste komt snel aanrennen. Ze stelt zich op tussen de stier en het kalf dat wegduikt tussen haar poten. Dan buigt olifantenstier Radza het hoofd en duwt met zijn slurf bladerloof voor zich uit. Wil Mong Tine zijn takken hebben? Het kalfje schudt het zand eraf, klapt zijn poot op het loof en zet zijn tanden in de dunste takjes. Verzorger Gerwin Lawant: „Die zijn ’t lekkerst”.