Een cent naar de Grieken

Terwijl de regeringsleiders vandaag in Brussel strijden over de meerjarenbegroting van de Europese Unie loopt op de achtergrond een minstens even essentiële discussie. Begin deze week gingen de ministers van Financiën na twee dagen overleg over Griekenland zonder resultaat uit elkaar. Maandag gaan zij verder.

Inzet is de gefaseerde uitkering van een tranche van 31,5 miljard euro, een deel van het reddingspakket van 130 miljard euro voor het land. Inclusief vorige tranches, die nog niet zijn uitgekeerd uit onvrede over de Griekse voortgang bij het saneren van de overheidsfinanciën, gaat het om 44 miljard.

De vorderingen van Griekenland op de korte termijn zijn slechts een deel van het probleem. Op de lange termijn gaat het om de waarschijnlijkheid waarmee Griekenland in 2020 zijn staatsschuld kan terugbrengen tot 120 procent van het bruto binnenlands product. Dat percentage is nog steeds zeer hoog, maar geldt als houdbaar. Het probleem is dat onder de huidige plannen de schuld alleen maar verder stijgt, richting de 200 procent.

Het Internationaal Monetair Fonds, partner in de Griekse deal, dringt er terecht op aan dat het plan op de lange termijn geloofwaardig is. Dat is zijn recht als crediteur. Het is ook een kwestie van simpel rekenen. Bij de huidige afspraken komt Griekenland, hoe het ook zijn best doet, nooit uit de spiraal van recessie en schulden.

Deze economische werkelijkheid botst met de politieke werkelijkheid. De enige geloofwaardige ingreep om op het pad naar 120 procent terecht te komen, is een afboeking van een deel van de Griekse schuld. Gezien de harde beloften van onder anderen de Duitse en Nederlandse politici aan hun burgers dat zij geen cent zouden verliezen op de steun aan Griekenland, is dat nu moeilijk te verkopen. De Duitse bondsdagverkiezingen van volgend jaar maken het extra lastig om nu een compromis te bereiken.

Toch zal het moeten. De enige manier om het vertrouwen in Griekenland én de euro terug te winnen, is dat land op een begaanbaar pad naar schuldsanering te zetten. Als dat op de korte termijn verhullende maatregelen betreft, zoals een lagere rente, andere looptijden of een fonds waarmee Griekenland bestaande staatsschuld goedkoop kan terugkopen, dan zij dat zo. Maar er komt onvermijdelijk een tijd waarin zal moeten worden gesproken over directe afwaardering.

Dat is hoogst ongelukkig, zeker nu ook de crediteurenlanden fors moeten bezuinigen. Wie er schuld aan heeft en waar het de afgelopen jaren is misgegaan, zal moeten worden uitgezocht. Maar het laat onverlet dat een afwaardering hoe dan ook zal moeten plaatsvinden. Dat was, en is, de realiteit. Of deze nu welkom is of niet.