Column

De goden en het toeval

Herakles doodt in een vlaag van verstandsverbijstering zijn vrouw en kinderen. Als hij weer bij zinnen komt, is hij ontzet over wat hij gedaan heeft. Hij wil boete doen, en doet dat, door zich als slaaf in dienst te stellen van een zwakke en wrede koning en alle onmogelijke taken te verrichten die die hem oplegt. Letterlijk een taakstraf, maar wel een ongehoord zware.

Er zijn in zijn omgeving mensen die zeggen: ‘Dat was niet jouw waanzin Herakles. Dat was een waanzin die Hera je zond. Omdat ze kwaad op je is. Om een of andere reden.’

De Griekse mythologie laat precies weten welke reden dat is: Hera is boos omdat haar echtgenoot Zeus bij een sterfelijke vrouw het kind Herakles heeft verwekt. Ze wil die vrouw en dat kind het leven zuur maken. Uit jaloezie.

Het is een beetje flauw en kinderachtig om allerlei dingen in iemands leven te willen verklaren met een beroep op ‘goden’ die om triviale redenen ingrijpen. Zo flauw dat ik vroeger altijd probeerde een soort logische verklaring voor het optreden van de goden in mythologische verhalen te vinden: de goden zijn je dromen. De goden zijn het lot, het toeval.

Maar tegenwoordig heb ik niet zo’n zin meer om de goden weg te redeneren.

Afgelopen weekend was ik naar een van de laatste voorstellingen van Herakles van De Appel, een theatermarathon waarin heel veel verhalen die (losjes) met Thebe te maken hebben bij elkaar geveegd zijn en verteld worden in een duizelingwekkende werveling van namen en gebeurtenissen, van moorden en minnen en wreken, van willekeur en lijden. Geweldig was het. Op het voortoneel zie je de mensen en hun levens die soms zulke rampzalige wendingen nemen. Hoger, als uit een skybox, staan de goden, uitgedost als filmsterren, verveeld, geamuseerd, onverschillig toe te kijken. Hun lol is om elkaar af te troeven, ze willen vereerd worden in grote tempels, hoe meer tempels hoe beter. Maar om het lot van de mensen geven ze geen zier – die leven toch maar kort.

De goden doen vaak ongelooflijk aan bankiers denken. Zo boven de wereld verheven. Zo helemaal niet geraakt door wat daar beneden gebeurt, behalve als het ze in hun eer dreigt aan te tasten. Uitsluitend uit op meer klanten. En de goden zijn al evenmin ooit aansprakelijk. Omdat ze goden zijn. Ongrijpbaar. Je moet ze blijven vereren, want je leven hangt ervan af, maar ter verantwoording roepen kun je ze niet. Je kunt ze machteloos vervloeken.

Maar even los van actuele parallellen: je zag maar weer eens goed hoe de mensen totaal geen greep op hun eigen leven hebben of kunnen hebben. De goden mogen kinderachtig zijn, ze vertegenwoordigen wel alles wat irrationeel en onontkoombaar is.

Waarom slaagt Herakles bij zijn moeilijke opdrachten? Omdat hij zo sterk en zo slim is. Omdat Zeus hem helpt.

Waarom komt de zoon van Theseus om? Door een verkeersongeluk. Omdat Poseidon het wil.

Waarom laat Herakles de mooie koningin Omphale in de steek, met wie hij het goed heeft? Omdat hij zich begint te vervelen. Omdat de goden hem roepen.

Beide verklaringen zijn steeds waar. We weten vaak niet zo heel precies waarom iets gebeurde of waarom we iets deden. Oh ja, er zijn best redenen voor te geven. Maar daaronder lijkt vaak iets veel ongrijpbaarders aan de hand, een mengeling van toeval, angst, redenering, gehechtheid, hormonen – onontwarbare en weinig logische mengelingen die we toedekken met redeneringen.

Als je levensgeschiedenissen leest, zie je zo vaak beslissingen waarvan je, alwetend achteraf, graag zou willen dat iemand ze anders genomen had. In het indrukwekkendste boek dat ik het afgelopen jaar las, De haas met de amberkleurige ogen van Edmund de Waal, zijn er verschillende momenten waarop je een lid van de rijke joodse familie Ephrussi zou willen toeroepen: zet je geld daar niet op, blijf niet in Wenen, begrijp de dreiging! Maar zij wisten niet dat boven hun hoofd de wrede goden rommelden en ruzieden, ze namen gewoon hun beslissingen. De nazi’s zijn een belangrijk deel van de verklaring voor hun lot, voor zover die een verklaring zijn en niet een fenomeen dat verklaring behoeft. Er blijft iets ongrijpbaar. De goden.

Eigenlijk zijn verhalen over weddenschappen tussen goden, of tussen god en de duivel in onze eigen christelijke mythologie (Job), de meest realistische verhalen die we kennen. Ze verklaren niets, maar ze komen met allerlei details, netwerken van gebeurtenissen. Die zijn geen antwoorden op de vragen, maar ze doen er wel toe, want, zoals de schrijver Willem Brakman placht te zeggen: de waarheid is vertellend van karakter. Alleen door te vertellen, veel, alle kanten op, inclusief de niet-logische, ontstaat er iets wat lijkt op hoe het ís.

Zoals de Italiaanse schrijver Roberto Calasso schreef: de mythen hoeven niet door ons ontdekt te worden. Zij zijn het die ons ontdekken.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad.