Cluj krabbelt op met steun uit Brussel

In Brussel praten de Euro- pese leiders over de EU-begroting tot 2020. Waar gaan EU-subsidies naar toe? Naar de stad Cluj in Roemenië, bijvoorbeeld.

Bulevardul Muncii in Cluj-Napoca, de tweede stad van Roemenië, is een chaos. Tussen de rijbanen wordt gegraven. Automobilisten rijden vloekend stapvoets langs het afzetlint, een wiel door de modder naast de weg. Kleine huizen staan naast oude staatsbedrijven en onverharde parkeerplaatsen bij kantoren.

Maar over een jaar liggen hier de rails voor de moderne fluistertram, aangelegd met Europese subsidie. Het spoortje waarover vroeger arbeiders in rammelende coupés naar de metaalfabriek werden vervoerd, brengt dan vrijwel geruisloos jonge hoogopgeleide technici tot voor de deur van de westerse bedrijven, die de meeste panden op het bedrijventerrein hebben overgenomen en in hun kantoren achter de desolate façades zinnen op uitbreiding.

Nederlandse ondernemers noemen Cluj, het economische hart van de regio Transsylvanië in West-Roemenië, „een feestje”. De elf universiteiten leveren er jaarlijks twintigduizend afgestudeerden af, merendeels bèta’s. Ze zijn vrijwel net zo productief als Nederlanders, maar voor eenvierde van het geld. Alleen al in Cluj komen jaarlijks vier- tot vijfhonderd IT’ers op de arbeidsmarkt – twee keer zo veel als in heel Nederland.

EU-subsidies versnellen hier een trend die zich ook zonder die miljoenen zou hebben voorgedaan. Bedrijven uit West-Europa verplaatsen hun productie naar het oosten. In Cluj staan inmiddels ruim driehonderd Nederlandse ondernemers geregistreerd. Ongeveer de helft heeft er ook daadwerkelijk een bedrijf.

Op een nog leeg terrein laat Nederlander Kees Oosting een nieuwe bedrijfshal van 12.000 vierkante meter bouwen. Zijn bedrijf CSi ontwerpt en bouwt apparatuur voor intern transport en verpakking. Van de investering van 8 miljoen komt 2,5 miljoen euro van de EU.

„Het voelt dubbel”, zegt Oosting. Bij het moederbedrijf in Raamsdonksveer schrapt hij zestig van de 250 arbeidsplaatsen en sluit hij per 1 maart een fabriek, terwijl hij in Roemenië uitbreidt. „Maar zonder het bedrijf in Cluj waren we er helemaal niet meer geweest.”

De stad Cluj wordt steeds aantrekkelijker – dankzij EU-subsidies is ook het park opgeknapt en worden fietspaden aangelegd – en geldt in Roemenië als gunstige uitzondering en voorloper in het benutten van Europese ‘structuurfondsen’, bedoeld om armere regio’s te helpen.

Wie in Roemenië over dat geld begint, hoort meestal eerst een diepe zucht. Roemenië is in Brussels jargon één grote achterstandsregio. De 20 miljard euro die voor het land is gereserveerd op de lopende meerjarenbegroting (2007-2013) mag daarom overal worden ingezet, zolang het maar ontwikkeling stimuleert.

Maar het is alsof het geld op een hoge plank ligt, waar Roemeense overheden tot nu toe amper bijkomen. Eind dit jaar zal van die 20 miljard nog geen 2 miljard zijn besteed (9,8 procent). Een deel van de begrote miljarden vloeit terug naar Brussel, omdat het niet op tijd is uitgegeven.

Daarvoor zijn allerlei oorzaken, waaronder corruptie en gebrek aan planning en ervaring, maar ook geldgebrek. De EU betaalt veel, maar niet alles. Aan de meeste investeringen moet een gemeente, een regio of de nationale overheid zelf ook meedoen (circa 15 procent). En dat is een probleem, zeker sinds het begin van de crisis, en vooral in arme gebieden.

Tot nu toe slagen ondernemers er veel beter dan overheden in om de beschikbare subsidies te benutten, vertelt Irina Zugravu van Varpo, een Nederlands adviesbedrijf met een in EU-subsidies gespecialiseerde Roemeense tak. Zugravu schat dat het grootste deel van het tot nu toe door Roemenië geabsorbeerde geld naar ondernemers is gegaan.

Tijdens de borrel van de Nederlandse businessclub in Cluj krijgt burgemeester Emil Boc een plastic klomp van 1,5 meter aangeboden, om op een zichtbare plek te zetten als symbool van de snel groeiende Nederlandse bedrijvigheid in zijn stad. Intussen wordt op smartphones het nieuws over de Europese begrotingsonderhandelingen gecheckt, om te zien of Nederland geen al te grote verlaging van de Roemeense subsidie afdwingt.

Dit is het derde deel van een korte serie over de besteding van Europese subsidies.