Column

Bovenmatig exceptioneel

De dag dat onze minister-president aankondigde met „geladen pistool” naar de EU-top te gaan, las ik over de havo-leerling ‘Roy’ (14), een schuilnaam. Een jongen van Marokkaans-Surinaamse afkomst. Metro berichtte dat hij van het Leeuwarder Lyceum is verwijderd nadat klasgenoten pesterig de dood van zijn vriend (12) imiteerden, die vorig jaar in zijn armen stierf na een verkeersongeluk. Roy zou te heftig hebben gereageerd.

Ik belde wat argwanend zijn advocaat, Katinka Slump: zij trad ook op voor die ‘hoogbegaafde zwaar dyslectische broers’ die ‘de wereld rond’ zouden zeilen omdat ze ‘niet naar school’ zouden kunnen – wat iets genuanceerder lag, en ze zitten trouwens nog in Portugal.

Slump had Roy geholpen op de basisschool, zei ze, toen hij ook al werd gepest – zoals meer kinderen uit dit gezin. De basisschool pakte het goed aan: het pesten hield op en de kinderen werden opgevangen door een psycholoog.

En de rest van haar verhaal?

Negeer alle ruis van ‘trajecten’ en ‘handelingingsplannen’ waar Slump en school over bekvechten en ja: hier lijkt een kind lange tijd grof gepest. Ik vond tenminste een oud-leerling die dat nogal overtuigend bevestigde, een negentienjarig meisje van Marokkaanse afkomst. Ze volgt intussen een opleiding tot juridisch medewerker.

In de brugklas, zei zij, begonnen de pestkoppen van de basisschool opnieuw. Roy vond steun bij de enige andere donkere kinderen in de klas: het jongetje dat later overleed, uit een Turkse familie, en een Antilliaans meisje. Drie vriendjes.

De oud-leerling moederde in de kantine soms een beetje over hen. Er was een jongen die Roy steeds weer voor „gore buitenlander” uitmaakte en zijn moeder „een hoer” noemde. „Maar Roy mocht niet terugschelden, want dan belde de leraar zíjn moeder.”

Roy moest leren een time-out te nemen, vond men op school.

Soms fietste de oud-leerling naar huis met het Antilliaanse meisje. Het houdt niet op, zei het meisje dan.

Volgens de Onderwijsinspectie handelde de school procedureel „correct” bij de verwijdering van Roy. Maar, vroeg ik woordvoerder Jan-Willem Swane, is er ook gekeken naar de grónd daarvoor? „Nee.”

Bestuurssecretaris Herman Kramer van de overkoepelende scholengemeenschap Piter Jelles begon over „veiligheidsbeleving van andere kinderen”. Hij zei dat „bovenmatig exceptioneel gedrag” van Roy „het criterium” was voor verwijdering.

Hoe erg dat was? De oud-leerling heeft Roy alleen soms erg boos – ,,natúúrlijk!” zijn vuisten zien ballen. De advocaat zei het niet te weten. En Kramer wilde het niet zeggen. Maar dat zoiets nu „aan pesten werd gekoppeld”, dat vond de bestuurssecretaris onterecht.

Vond hij soms dat ‘Roy’ alles zelf had veroorzaakt?

„Dat zeg ik niet.”

Wat bleef er dán over?

„Dat moet u zeggen.”

Wat over bleef, was een kip-of-ei discussie. En een geknakt kind.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Christiaan Weijts.