‘Af van de terreur van de volle zaal’

Directeur Van Warmerdam van Orkater ziet de waardering voor kunst terugkeren in het nieuwe kabinet. Zijn theater dient vooral „in beweging” te blijven.

Marc van Warmerdam, algemeen directeur theatergroep Orkater. Foto Olivier Middendorp

Er is een periode afgesloten en eigenlijk zou je het daar niet meer over moeten hebben, zegt Marc van Warmerdam, algemeen directeur van theatergezelschap Orkater. Die periode begon met het aantreden van het vorige kabinet. „Alles ging overhoop.”

Van Warmerdam was één van de aanjagers van het protest tegen de bezuinigingen op cultuur. In november 2010 organiseerde hij de manifestatie Nederland schreeuwt voor Cultuur. „Ik heb een optimistisch karakter, dus dat protest is vast ergens goed voor geweest.”

Inmiddels ziet hij de waardering voor kunst terugkeren, nu er een nieuw kabinet is. „De nieuwe minister van Cultuur, Jet Bussemaker, drukt op televisie in een paar volzinnen het belang van kunst uit. Haar voorganger Zijlstra bezuinigde alleen. Verder is er nooit een zinnig woord uitgekomen.”

Van de bezuinigingen is niks af en dat betreurt Van Warmerdam. „Alles wat met nieuw en ontwikkeling te maken heeft, krijgt een ongelofelijke klap.” Had de PvdA meer moeten doen? „Misschien wel. Maar dat wil ik niet als kop boven het stuk.”

Orkater kreeg in augustus bijna acht ton subsidie per jaar toegewezen voor de komende vier jaar van het Fonds voor de Podiumkunsten. Daar kwam in tweede instantie bijna twee ton bij. Gevoegd bij het half miljoen van de gemeente Amsterdam heeft Orkater anderhalf miljoen euro per jaar subsidie van 2013 tot en met 2016.

Ter voorbereiding trekt Van Warmerdam momenteel met zakelijk leider Nicolien Luttels langs 25 schouwburgen in het land. Om te praten met directeuren en programmeurs, te zien wat hun problemen zijn en waar kansen liggen. „En omdat we een plan hebben dat tegen de wind ingaat”, zegt hij.

Dat plan gaat over een voorstelling van De Nieuwkomers – een deel van Orkater dat bestaat uit jonge theatermakers. „Die hebben zich bewezen en die moeten nu door.” Naar de grote zaal: een plan dat door het fonds als zinnig en logisch werd beoordeeld.

De missie is tweeledig. „Vraag theatermakers wat ze willen, jong en oud en iedereen zegt: op locatie. Dus we moeten hen ervan overtuigen dat de schouwburg een mooie plek is om een voorstelling te maken. Daar zijn alle faciliteiten en daar geef je het publiek de ouderwetse ervaring dat het licht uitgaat en je in een andere wereld terecht komt. Dat heeft schoonheid en kracht.”

Deel twee van de missie is om schouwburgdirecteuren te laten geloven in een voorstelling met vijftien onbekenden. „Schouwburgen zijn steeds vaker risicomijdend. Dat moet van de wethouder. Bekende namen boeken is veilig. Maar ons unique selling point is: u kent niemand.” Het idee is dat jonge makers de kans krijgen een eigen publiek op te bouwen. „Op den duur garandeer je daarmee continuïteit.”

Het initiatief wordt extra ondersteund door het particuliere Gieskes-Strijbis-fonds. „Normaal kost zo’n voorstelling vijfduizend en nu hoeven ze nog maar tweeënhalf duizend te betalen.”

De makers moeten gewoon doen waar ze zelf in geloven. De opdracht is niet: speel de schouwburg vol, zegt Van Warmerdam. „Maar wel: laat mensen van je eigen leeftijd de schouwburg ontdekken.” De première is in Amsterdam. „Waarschijnlijk om middernacht, om aan te geven dat dit geen reguliere voorstelling is.”

Orkater en de schouwburgdirecteuren gaan bedenken om die zaal zo vol mogelijk te krijgen, het liefst uitverkocht. „Maar ik wil af van de terreur van de volle zaal. Veel mensen hameren daarop, maar het gaat niet altijd om uitverkocht zijn.”

De schouwburgdirecteuren zijn enthousiast over het plan, aldus Van Warmerdam. „Voorstellingen als van Orkater – ‘lastiger’, ‘artistieker’ – vormen niet hun probleem. Dat zijn grote, commerciële en dus duur ingekochte voorstellingen die onvoldoende publiek trekken. Daar vallen de klappen. Het pubbliek dat daar op afkomt, is ook het minst trouw.”

Orkater gaat de publiciteitsafdelingen van de schouwburgen bijstaan. „Wij bedenken een plan waarbij het werk aan onze kant zit. Dat kunnen filmpjes zijn voor YouTube of voorpresentaties. Met de kennis die we nu opbouwen spitsen we dat toe op elke stad.”

Hij geeft een voorbeeld: „In Zaandam is er een MBO-opleiding voor onder meer secretaresses en catering. Die leerlingen gaan cateren en wij vragen ze als proefpubliek. Daarbij: ook wij hebben een secretaresse. Dus die gaat daar een keer voor de klas staan en over theater vertellen.”

Zo blijft Orkater, zoals het fonds stelde „in beweging”. Van Warmerdam: „Als je niets nieuws bedenkt, kun je beter ophouden.”