Zonder Rwanda is vrede niet mogelijk

Wat is het plan van de muitende soldaten in Congo? Willen ze een betere toekomst of zit Rwanda erachter?

Residents of Goma react as they listen to M23 rebel group spokesman at the Volcanoes Stadium in Goma, in the east of the Democratic Republic of the Congo, on November 21, 2012. Lt.-Col. Kazarama addressed the population of Goma today in an attempt to calm and reassure the civilians following the fall of Goma to M23 rebels yesterday. AFP PHOTO / PHIL MOORE AFP

Correspondent Oost-Afrika

Nairobi. Wat is het strategische plan achter de inname van Goma, de grootste en belangrijkste stad van Oost-Congo, door rebellengroep M23?

Is het een poging Congo op te breken en zo een bufferstaat op te zetten langs de oostelijke grens, die daardoor afhankelijk wordt van Rwanda?

Is het streven om de bij omstreden verkiezingen aan de macht gekomen president Joseph Kabila af te zetten?

Of is het een ordinaire poging van muitende soldaten om een betere positie in het regeringsleger te krijgen?

Rwanda is een klein, overvol bergstaatje dat wordt geleid door uiterst efficiënte bestuurders, voor een groot deel afkomstig van de etnische groep de Tutsi’s. Oost-Congo heeft voldoende ruimte, maar ontbeert behoorlijk bestuur en wordt geplaagd door een ongedisciplineerd regeringsleger en talrijke milities. Volgens critici van Rwanda is het ultieme plan van het bergstaatje om zijn surplus bevolking naar Oost-Congo te exporteren, kortom het creëren van Lebensraum. Daarom heeft Rwanda sinds 1996 twee keer Oost-Congo bezet en dirigeert het nu rebellengroepen.

De rebellenbeweging M23, die net als de Rwandese regering voornamelijk bestaat uit Tutsi’s, is in deze gedachtegang niet meer dan een vazal van Rwanda. Met de inname van Goma door M23 staat de regio voor het voldongen feit dat Rwanda de hoofdrol speelt. Zonder een rol voor Rwanda is vrede niet mogelijk in de regio. In die analyse heeft Rwanda deze week in Goma gewonnen. De Congolese Tutsi’s zijn invloedrijke zakenlieden, maar vormen een kleine minderheid. Sinds het uitbreken van de oorlogen in Congo, na de Rwandese genocide in 1994, heeft de Rwandese regering van Paul Kagame deze Tutsi’s ingezet als pionnen. In de Congolese regering na de Rwandese bezetting in 1998, en bij muiterijen in het Congolese leger vormden de Tutsi’s steeds de kern.

In veel opzichten zijn de gebeurtenissen van de afgelopen dagen een déjà vu. Dissidente Tutsi-militairen bezetten de Oost-Congolese stad Bukavu in 2004 en begingen grove misdaden. Twee jaar later bezette de Tutsi-generaal Laurent Nkunda grote delen van Oost-Congo en maakte zich eveneens schuldig aan mensenrechtenschendingen. Na een akkoord in 2008 werden de opstandige militairen in het leger opgenomen, waaruit ze in april weer wegliepen om M23 te vormen. Ook M23 is van misdaden beschuldigd. De muiterij in april had slechts deels succes. Slechts zevenhonderd militairen deden mee aan de opstand en M23 had tot vorige week veel minder gebied onder controle dan de strijders van Nkunda destijds. En de rebellen blijven impopulair. Bij de verkiezingen eind vorig jaar won maar een handjevol van hun aanhangers.

In het mozaïek van stammen in Oost-Congo leverden de Tutsi’s voor 1994 niet veel problemen op, maar daarna kreeg het conflict een etnische dimensie. Inmiddels roepen de Tutsi’s veel haat op. Ondanks de pogingen van de M23 gisteren in Goma om de bevolking op hun hand te krijgen, hoeft er maar één lucifer in Goma te worden aangestoken om de haat te laten ontploffen. Door de sterke banden met Rwanda hebben de Congolese Tutsi’s een slechte naam gekregen.

President Kabila is niet meer geliefd in Congo, mede vanwege de sterke banden die hij van oudsher had met Rwanda. Maar een opstand tegen hem, onder leiding van M23, maakt waarschijnlijk weinig kans. Wel kan het land daardoor worden opgesplitst.

Door de aanwezigheid van rebellengroepen, dertig milities en een slecht georganiseerd regeringsleger heeft het grondstofrijke Oost-Congo een oorlogseconomie. M23 haalde zijn inkomsten uit de douane van Bunagana, een stadje waar Oeganda vorige week de grens sloot. M23 probeert zijn controle uit te breiden naar Masisi, een streek ten westen van Goma waar de meeste mijnen liggen. Maar de inname van Goma lijkt minder door economische dan politieke overwegingen ingegeven. Hiermee zet M23, en dus eigenlijk Rwanda, president Kabila het mes op de keel.

Rwanda beschikt over veel krediet bij westerse en Afrikaanse diplomaten, ondanks zijn omstreden beleid in Congo. Het schuldgevoel over het gebrek aan internationale actie bij de genocide in 1994 (de Rwandese burgeroorlog tussen de Hutu’s en de Tutsi’s) speelt daarbij een belangrijke rol. Bovendien dwingt de efficiëntie van de Rwandese heersers, die in korte tijd het vernietigde land weer opbouwden, bewondering af.

Dit staat in scherp contrast met het klungelige bestuur van de Congolese regering in Kinshasa. In betogen van Amerikaanse diplomaten in de regio valt altijd de ondertoon te horen dat de professionele Tutsi-bestuurders misschien niet zo’n slecht idee zou zijn voor het chaotische Oost-Congo.

Volgens een rapport van onderzoekers voor de VN „voeren Rwandese ambtenaren de totale controle en de strategische planning voor M23 uit”. Aan het hoofd van deze commandostructuur zou de Rwandese minister van Defensie, James Kabarebe, staan. Kabarebe was in 1997, nadat Rwanda Laurent Kabila (de vader van de huidige president) aan de macht had geholpen in Congo, korte tijd opperbevelhebber van het Congolese leger. Als legerleider heeft hij zoon Joseph Kabila het vechten geleerd.

De belangrijkste oorzaak van het Congolese probleem blijft de falende staat. Hierdoor kunnen buurlanden als Oeganda en Rwanda, maar ook Zimbabwe en Angola, hun kans grijpen om te profiteren van de rijkdom aan grondstoffen en vruchtbaar land. Alleen zware sancties zouden Rwanda misschien van zijn koers kunnen afbrengen. Maar ook zonder de inmenging van Rwanda is het Congolese conflict nog lang niet opgelost.

    • Koert Lindijer