Zó erg was die fraude nu ook weer niet

Het nieuwe kabinet trekt fors van leer met nieuwe maatregelen om diplomafraude tegen te gaan. Maar echt nodig zijn die niet. Toch?

Een hbo-diploma? Dat krijg je cadeau bij een pak wasmiddel. Dat was de stemming nadat in 2010 duidelijk was geworden dat bij hogeschool Inholland diploma’s waren uitgereikt aan studenten die er eigenlijk geen recht op hadden. Het zou op nog veel meer scholen helemaal mis zijn. Pers en politiek schreeuwden om maatregelen.

Die maatregelen zijn nu uitgewerkt. Begin deze maand stuurde Halbe Zijlstra – toen nog staatssecretaris van Onderwijs, nu fractievoorzitter van de VVD – een wet naar de Tweede Kamer waarin strenger toezicht op het hoger onderwijs wordt geregeld. Een kleine greep uit de maatregelen: de onderwijsinspectie gaat vaker controleren en onderwijsinstellingen mogen niet langer zelf de externe commissies samenstellen die verantwoordelijk zijn voor de accreditatie van opleidingen.

Bij die wet zat, zoals gebruikelijk, een advies van de Raad van State. Dat was opvallend: het hoogste adviescollege schrijft dat er „onvoldoende aanleiding is om tot wetgeving over te gaan”. De huidige regels voldoen prima, vindt de raad. „De noodzaak en urgentie van vrijwel geen enkel onderdeel van het voorstel is overtuigend aangetoond.”

Maar hoe zit het dan met al die diploma’s die ten onrechte zijn uitgereikt? Nou, dat viel wel mee, concludeert de raad. Alleen bij vier opleidingen van Inholland was het mis. Bij tien andere hogescholen waren vooral procedurele problemen. Daarbij komt dat het onderzoek dat de onderwijsinspectie deed in 2011 niet representatief was voor de hbo-sector en al helemaal niet voor de universiteiten die ook met steviger toezicht te maken krijgen. Zijn die nieuwe regels dan nog wel nodig?

Marcel Wintels, collegevoorzitter van Fontys Hogescholen, heeft weinig hoop dat ze weer geschrapt worden. „De discussie met de politiek heropenen heeft nu geen enkele zin. Het hbo zal eerst het vertrouwen terug moeten winnen. Critici zullen elk incident aangrijpen als bewijs voor hun gelijk. En elk incident is er ook een te veel. Het is natuurlijk wel spijtig dat als misschien 5 procent niet op orde is, ook de andere 95 procent daar last van heeft.”

Ook Doekle Terpstra, die het roer overnam bij Inholland nadat de problemen waren geconstateerd, denkt dat Haagse politici voorlopig „blijven steken in stoerheid”. Hij betreurt dat. „Met deze voorstellen zorg je ervoor dat het wantrouwen stolt, terwijl je juist moet streven naar het herstel van vertrouwen. Er is aan het intern toezicht al veel verbeterd de afgelopen jaren. Dat constateert de Raad van State ook.”

Volgens VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg is het geen goed idee om af te zien van strenger toezicht. „Het is nodig om de duimschroeven aan te draaien. Het is niet minder erg dan het leek. Uit het onderzoek van de inspectie bleek ook dat op andere hogescholen dan Inholland problemen waren. Door deze strengere regels in te voeren zorgen we ervoor dat dit niet meer kan gebeuren.”

Wintels is niet blij met dit soort uitspraken. „Politici komen en gaan en hebben allemaal hun – vaak ook wisselende – grote beleidsambities waar de onderwijssector vervolgens weer van alles mee moet. Het gevolg: steeds meer verstikkende bureaucratie: groeiende stapels papier, protocollen en procedures.”

Degene die over deze kwestie de knoop moet gaan doorhakken, bevindt zich in een bijzondere positie. De nieuwe minister van Onderwijs, Jet Bussemaker (PvdA), was tot voor kort rector van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Daar had ze vorig jaar haar eigen diploma-rel. Op de HvA zouden ten onrechte tienen zijn uitgedeeld. Niets van waar, concludeerde de inspectie. Maar toen had de hogeschool al weken van negatieve publiciteit te verduren gehad.

Nu zegt Bussemaker over de strengere regels: „Als minister ben ik verantwoordelijk voor het bestel. De waarde van diploma’s moet boven alle twijfel verheven zijn. Dit wetsvoorstel biedt daarvoor maximale zekerheid, met zo min mogelijk papieren rompslomp.”

CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog denkt daar anders over. „We hebben in Den Haag de neiging om na elk incident met nieuwe wetten en regels te komen. Als de huidige regels beter worden nageleefd, worden daarmee in de toekomst de meeste problemen al voorkomen.”

Terpstra van Inholland hoopt dat „de politiek weer bij zinnen komt. We zijn orde op zaken aan het stellen. We zijn al een heel eind. Ik begrijp het wantrouwen, maar ik vraag Den Haag om nog eens goed na te denken voordat de sector overspoeld wordt met weer een golf regels.”