Voortrekker Frankrijk gokt op een beloning in roerig Midden-Oosten

Frankrijk eist een leidende rol op bij de conflicten in Syrië en Gaza. Net als eerder in Libië, waar Parijs nu geld probeert los te peuteren.

A Free Syrian Army fighter is seen in Aleppo November 10, 2012. Picture taken November 10, 2012. REUTERS/Al-Saeed Essa/Shaam News Network/Handout (SYRIA - Tags: CIVIL UNREST MILITARY POLITICS CONFLICT) FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS REUTERS

Waarom Frankrijk in Syrië een voortrekkersrol op zich neemt? Minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius stelt de hamvraag zelf, vijf minuten na het begin van zijn eerste ontmoeting met de internationale pers in Parijs.

Ruim een week geleden erkende Frankrijk als eerste westerse land de nieuwe Syrische Nationale Coalitie als ‘enige wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk’. Inmiddels heeft het Verenigd Koninkrijk dat voorbeeld gevolgd, maar andere Europese landen en de VS wachten nog.

Met alle egards ontving president François Hollande de leider van de coalitie, sjeik Moaz al-Khatib, zaterdag op het Elysée. Hij beloofde dat Frankrijk een door de coalitie voorgedragen ambassadeur in Parijs van een huis en kantoor zal voorzien.

Tezelfdertijd probeerde Frankrijk een leidende rol te spelen in Gaza. Nog voor zijn Amerikaanse collega Hillary Clinton bezocht Fabius Tel Aviv om aan te dringen op een staakt-het-vuren. „Onze steun aan de Palestijnse zaak staat niet ter discussie en op hetzelfde moment hebben we contacten met de Israëliërs”, zei Fabius in een radio-interview. „We zijn haast de enige in die positie.”

In een langgerekt betoog, waarin mensenrechten en democratie maar ook de omvang van de Franse economie en de Franse taal en cultuur voorbijkomen, benadrukt Fabius dinsdag voor de buitenlandse pers dat voor Frankrijk „meer dan het eigen belang” telt. „We vergeten onze belangen wel eens”, grapt hij.

Maar dat is volgens Karim Emile Bitar, onderzoeker aan het Institut de Relations Internationales et Stratégiques (IRIS), slechts half waar. Frankrijk heeft met onder andere oliemaatschappij Total grote economische belangen in Syrië – en meer nog in buurland Libanon. Beide landen waren tot de Tweede Wereldoorlog Franse mandaatgebieden.

„Frankrijk gokt op een complete omwenteling in het Midden-Oosten en wil aan de goede kant van de geschiedenis staan”, zegt Bitar telefonisch. „Als Assad de controle over Syrië verliest, dan hoopt Frankrijk dat de oppositie uiteindelijk terugbetaalt, zoals eerder in Libië.”

De regering van president Hollande zet hiermee „in grote lijnen” het buitenlands beleid van ex-president Sarkozy voort. Het was Sarkozy die anderhalf jaar terug het initiatief nam tot militair ingrijpen in Libië en ook hij eiste een leidende rol op in Israël. Bitar: „Frankrijk heeft veel te laat op de revoluties in Tunesië en Egypte gereageerd. Toen de opstand in Libië begon, wilde Sarkozy compenseren voor de aanvankelijke onderschatting van de Arabische lente. Die houding zie je in de Franse diplomatie nu nog steeds.”

Vorige week reisde minister Fabius in gezelschap van zijn collega Arnaud Montebourg van Herindustrialisering naar de Libische hoofdstad Tripoli om zaken te doen met de nieuwe machthebbers. Volgens dagblad Le Monde probeert Montebourg van het Libische staatsolieconcern Tamoil en een staatsinvesteringsfonds „enkele honderden miljoenen euro’s” los te peuteren om een oude olieraffinaderij nabij Rouen van de ondergang te redden.

Bij de aandacht voor Syrië speelt nu, net als destijds tijdens het Libië-conflict, de druk van enkele luidruchtige intellectuelen een rol. Onder anderen de filosofen Bernard-Henry Lévy en André Glucksmann riepen in een fel opiniestuk in Le Monde vorige maand de „westerse landen” op in te grijpen in Syrië, ondanks twijfels over de rol van extremisten binnen de oppositie.

Maar ingrijpen is niet aan de orde, zegt Bitar. „Hollande wil de interventionisten laten zien dat het hem ernst is, maar hij is beducht voor de risico’s van nog meer betrokkenheid. Als het regime van Assad al dan niet met de hulp van Iran en Rusland meer slagvast blijkt dan verwacht, dan kan Frankrijk in het Midden-Oosten juist grote averij oplopen.”