Vloek van Farao is wel lucratief

Een salafistische geestelijke wil de piramides vernietigen. De bedreiging is serieus, betoogt Maarten Zeegers.

Vorige week riep de salafistische geestelijke Murgan al-Gohari op de Egyptische televisie op tot de vernietiging van de piramides en de sfinx. De duizenden jaren oude heiligdommen zouden volgens Gohari afgodsbeelden zijn, en daarmee een gevaar vormen voor de islam. Wie denkt dat deze man een eenzame gek is, heeft het bij het verkeerde eind. Sterker nog, vanuit streng islamitisch perspectief heeft hij gewoon gelijk.

In de islam staat het geloof in één God centraal. De grootste zonde (veel groter nog dan het eten van varkensvlees, het drinken van alcohol, overspel of zelfs moord) is het aanbidden van iets of iemand anders dan God. Alle vormen van polytheïsme moeten daarom actief worden bestreden. Met name afgodsbeelden, heidense tempels en graven moeten het hierbij ontgelden. En daar heeft Egypte er nogal wat van.

De strijd tegen afgoderij is niets nieuws, maar speelt al vanaf het ontstaan van de islam. Zo sloeg volgens de overleveringen de profeet Mohammed na de verovering van Mekka eigenhandig met een stok de afgodsbeelden van de heidense Mekkanen aan diggelen. Salafisten, radicale moslims die het gedrag van de profeet zo nauwgezet mogelijk proberen na te doen, maken hieruit op dat iedere moslim de plicht heeft om de afbeeldingen van goden te vernietigen.

Deze vernielzucht heeft in de hele islamitische wereld zijn sporen nagelaten. Bij bezoeken aan oude faraonische tempels in Egypte valt gelijk op dat afbeeldingen van de goden op de tempelmuren met grote nauwgezetheid zijn weggebeiteld, (uitgezonderd die delen van de tempels die onder het zand verborgen lagen of te hoog waren om er eenvoudig bij te kunnen). In overblijfselen van Syrische kerken zijn fresco’s van heiligen vaak uitgevaagd. De standbeelden van goden op de gevels van de tempels in de historische stad Petra zijn kapotgeslagen, hoewel uit de negentiende-eeuwse schetsen van David Roberts blijkt dat ze toen nog intact waren.

Maar er zijn ook recentere voorbeelden. Enkele jaren geleden bliezen de Talibaan in Afghanistan twee reusachtige Boeddhabeelden op, terwijl in Mali salafisten op dit moment bezig zijn om op systematische wijze eeuwenoude graftombes te vernietigen.

De islam staat overigens niet alleen vijandig tegenover afgodsbeelden, maar tegenover alle religieuze symbolen die onderwerp zijn van aanbidding, zoals het kruis. In een Damasceens café waar ik vaak schaak speelde, was bij elk schaakspel het kruis van de koning afgebroken. Een Syrische studievriend weigerde principieel een shirt van voetbalclub Barcelona aan te trekken, aangezien in het wapen van de club een kruis prijkt.

Wie denkt dat de vernielzucht van Gohari in een land als Egypte toch nooit weerklank vindt, heeft het opnieuw mis. De dreiging is wel degelijk serieus. Na de eerste vrije verkiezingen in de geschiedenis van Egypte heeft de salafistische partij Hizb al-Nour meer dan 25 procent van de parlementszetels weten te bemachtigen. En zij steken hun voornemen om het heidense erfgoed van Egypte aan te pakken niet onder stoelen of banken. Een prominente salafist stelde eerder dit jaar voor om de sfinx in te pakken in een groot laken, zodat deze in ieder geval niet meer zo in het zicht zou liggen.

Nu hebben de salafisten bij de uitvoer van hun plannen wel een probleem. De nationale economie steunt namelijk voor bijna de helft op het toerisme. Miljoenen Egyptenaren verdienen hier hun dagelijkse brood mee. De toeristen hebben vanwege de historische schatten nu nog een goede reden om het land te bezoeken, maar zonder tempels en piramides gaan zij liever ergens anders op vakantie. Het besluit om de piramides af te breken zou de economie ten gronde richten en een groot deel van de bevolking beroven van hun levensonderhoud. Dat geldt overigens ook voor andere wetten die een negatieve invloed hebben op het toerisme, zoals de verplichting van vrouwelijke toeristen om een sluier te dragen of het verbod op alcohol.

De salafisten hebben te maken met een nieuwe werkelijkheid. Zij hebben politieke invloed weten te krijgen dankzij het democratische spel, maar als gevolg van maatregelen die weerstand oproepen bij de bevolking, zouden ze die invloed bij de volgende verkiezingen weer net zo goed kunnen verliezen. Het vernietigen van de nationale oudheden zou niet alleen culturele en economische, maar ook politieke consequenties kunnen hebben.

„De Egyptische bevolking zou toch nooit zo dom zijn om de sfinx te laten vernietigen?” vroeg een collega. Salafisten zullen in een democratisch systeem immers moeten balanceren tussen hun eigen religieuze principes en de dagelijkse realiteit van gewone mensen. Door een strikte invoering van de sharia zullen zij de problemen in Egypte (armoede, werkloosheid, torenhoge bevolkingsgroei) niet kunnen oplossen. Zelfs niet door het opblazen van de sfinx.

Maar zo zeker is dat niet. Orthodoxe moslims (en daar zijn er veel van in Egypte) kijken nu eenmaal anders tegen de wereld aan. Een salafist zou zich eerder het volgende afvragen: de bevolking zou toch niet zo dom zijn om de sfinx te laten staan? Het gaat juist zo slecht met Egypte, omdát wij die afgodsbeelden hebben. Dat is de reden waarom God ons straft met armoede. De piramides zijn geen zegen, maar een vloek.

Maarten Zeegers is de auteur van ‘Wij zijn Arabieren, portret van ondoordringbaar Syrië’.