Vlamingen lenen net zo makkelijk als Nederlanders

Vlamingen zijn gewend om bij wijze van spreken elk woord van hun taal te bevechten. Toch is vrachtwagen voor hen camion en fiets vélo.

Het is een gemeenplaats én een mooi verhaal: Vlamingen zijn resistenter tegen leenwoorden dan Nederlanders. Terwijl men in Amsterdam zonder erg een jus d’orange (of, beter nog, een zjuu) bestelt, geeft men in Antwerpen de voorkeur aan fruitsap. Een aantrekkelijk aspect van het verhaal is dat het zo goed in ons beeld van de geschiedenis lijkt te passen. Waar Nederlanders al eeuwenlang probleemloos in eigen land hun eigen taal kunnen spreken, zijn Vlamingen gewend om bij wijze van spreken ieder woord van hun eigen taal te bevechten.

Hoe mooi het verhaal ook is, uit onderzoek blijkt de werkelijkheid weerbarstiger. In de eerste plaats ontlopen Nederlanders en Vlamingen elkaar niet veel als het gaat om hun waardering van het gebruik van vreemde talen. Ongeveer een derde van de mensen blijkt, in onderzoek dat enkele jaren geleden werd uitgevoerd aan de Universiteit Gent, vooral positieve kanten te zien. Een derde beoordeelt het vooral negatief en nog een derde heeft geen mening.

Zijn er dan verschillen in het aantal leenwoorden in beide landen? Ook dat blijkt moeilijk vast te stellen. Het gaat vooral om andere leenwoorden. Behalve van jus hebben sommige Vlamingen ook een afkeer van punaise, dat ze als een dialectvorm beschouwen en liever vervangen door duimspijker. Daar staat dan weer tegenover dat Vlamingen juist in hun dialect veel leenwoorden gebruiken, zoals camion (vrachtwagen) en vélo (fiets).

Misschien is dat dan ook het belangrijkste onderscheid: voor Nederlanders is een Frans leenwoord deftig, voor Vlamingen is het dialect.

Ook als het gaat om leenwoorden uit andere talen dan het Frans is het beeld niet eenduidig. Zo zijn organisaties die zich teweer willen stellen tegen het gebruik van leenwoorden zoals de ‘Stichting Nederlands’ en ‘Taalverdediging’ Nederlandse aangelegenheden. Ook in Nederland zijn deze clubjes overigens marginaal. De verschillen tussen de twee landen blijken zo ook weer behoorlijk klein.

Paulien Cornelisse: pagina 36