'Verkiezingen zijn niet genoeg'

Morgen wordt de Franse historicus Rosanvallon onderscheiden voor zijn denken over tegenmacht in de democratie. „Zelfs in China zie je dat.”

Populisme. Verzet tegen de elite. Klachten over de onmacht van de politiek. Uit verschillende hoeken wordt gesproken over bedreigde democratie. „We zitten in een kritieke fase, want er zijn geperverteerde visies op democratie in omloop’’, zegt de Franse historicus en politiek denker Pierre Rosanvallon. Hij heeft de voorbeelden paraat. Hongarije en het Italië onder Berlusconi, waar democratie is „gereduceerd tot het totalitarisme van de meerderheid” – alsof een meerderheid van stemmen een vrijbrief is om te doen wat je wilt. Of, Europabreed, de opkomst van het populisme – alsof er een homogeen volk is, waarin iedereen dezelfde belangen heeft. „Het probleem is niet alleen de opkomst van populistische partijen, maar ook de doorwerking daarvan binnen vooral rechts-conservatieve partijen.”

Rosanvallon is „een van de belangrijkste en veelzijdigste politieke denkers van dit moment”, aldus de jury van de Spinozalens. Dat is een prijs die iedere twee jaar wordt toegekend aan„een denker die internationaal aanzien geniet voor zijn bijdrage aan het debat over ethische grondslagen van de samenleving.” Morgen neemt Rosanvallon de prijs in ontvangst in Amsterdam.

In het denken over democratie ligt te veel nadruk op de instituties, is zijn stelling. Europa wordt niet per se democratischer als we de Europese Commissie kunnen kiezen. Het gaat er in een democratie om „de maatschappelijke pluriformiteit tot uitdrukking te brengen’’. Verkiezingen en vertegenwoordigende democratie zijn geen doel, maar een een middel daarvoor.

In een gesprek in zijn werkkamer in Parijs pleit Rosanvallon voor de „tegendemocratie”. Instellingen die het openbaar bestuur controleren. Sociale groepen die zich mobiliseren om hun belangen te verdedigen. Burgers die politici ter verantwoording roepen. Rechters en een grondwet die een raamwerk van garanties bieden. Dat is in zijn ogen belangrijker om een democratie gezond en vitaal te houden dan de directe democratie waarvoor vaak wordt gepleit.

Zo bezien is in China sprake van democratisering, zegt Rosanvallon. „Men moet onderscheid maken tussen democratie als politiek systeem en democratie als activiteit. Omdat China zich economisch wil ontwikkelen, moet er ruimte komen om het woord te nemen, sociale misstanden aan de kaak te stellen. Zelfs als dat gebeurt binnen de communistische partij, zie je de tegendemocratie in actie. Mensen spreken zich uit, komen in verzet.”

Leiders als premier Orbán in Hongarije en oud-premier Berlusconi in Italië zien democratie vooral als methode om een regering te kiezen: ik kan mijn gang gaan, want ik heb een meerderheid. Hebben zij geen gelijk?

„Om legitiem te zijn, moet een macht door heel de samenleving worden erkend. Daarom heeft een democratie andere elementen nodig naast het meerderheidsprincipe. Zoals instellingen die in beginsel heel de samenleving vertegenwoordigen. Dat is het principe van de onpartijdigheid. Denk aan toezichthouders. Een derde principe is wat ik noem de reflexiviteit. Dat willen zeggen: er is niet één uitdrukking van de algemene wil, maar meerdere, die met elkaar concurreren. De grondwet is daarvan het symbool. Die vertegenwoordigt niet alleen de meerderheid, maar de beginselen voor de hele samenleving. Verkiezingen zijn een legitieme techniek om op een democratische manier te regeren. Maar niet voldoende. Gewoon doen wat je wil omdat de meerderheid je steunt, is geen democratie.”

Overal in Europa zie je het populisme van extreemrechts en extreemlinks sterker worden.

„Aan het einde van de negentiende eeuw was er eenzelfde proces. De xenofobie en het protectionisme waren toen veel radicaler dan nu. Het antwoord was toen meer aandacht geven aan solidariteit, proberen sociale kwesties op te lossen. Het was een soort reformisme uit angst: na 1917 was de angst voor het communisme heel groot. Bovendien had de Eerste Wereldoorlog tot een gevoel van cohesie geleid. Men had samen gestreden. Nu hebben mensen niet meer het gevoel dat ze tot dezelfde wereld behoren. Wie in een banlieue van Parijs woont of in een klein dorp, ontgaat wat er gebeurt in de rest van de samenleving. Om opnieuw solidariteit te scheppen, moet je elkaar opnieuw gaan zien.”

Kun je dat organiseren?

„Ja. Bijvoorbeeld via belastingen. Maar kijk ook naar de stadsplanning. Je moet niet de sociale woningbouw concentreren in de buitenwijken, je moet die verspreid neerzetten in een stad, een sociale mix creëren. En wat in Frankrijk in de negentiende eeuw een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de democratie, is een vorm van literatuur waardoor mensen de rest van de samenleving leerden kennen. De samenleving moet worden verteld, door mensen als Balzac. Er is geen democratie als de samenleving zichzelf niet kan zien. Dat is een opdracht aan de wetenschap, de pers, de roman, de film, en ook avan de politiek.”