‘Stripcultuur loopt in Nederland ver achter’

De Nederlandse stripcultuur loopt internationaal achter. Nederlandse uitgevers waren altijd sneller tevreden met vertalingen van buitenlands werk. Daarbij komt dat de concurrentiestrijd tussen stripuitgeverijen in bijvoorbeeld België veel feller was. Dat concludeert Rudi de Vries in zijn promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De stripkunst was in Nederland voor de Tweede Wereldoorlog nog een ‘bijproduct’, weggemoffeld in een hoekje van de krant. Na de oorlog kwamen er meer stripbladen en -boeken, maar tegelijk werd de kunstvorm volgens De Vries ‘actief geweerd’.

„In Nederland vaardigde het ministerie van Onderwijs zelfs een officieel decreet uit om het lezen van strips te ontmoedigen”, schrijft de promovendus. „In Frankrijk ging men nog een stapje verder door Amerikaanse strips, zoals Prins Valiant en Tarzan, van de markt te halen.”

Belgische stripmakers, zoals Hergé met zijn Kuifje, wisten met hun spannende maar brave verhalen juist een plekje in de cultuur te bemachtigen. Zo verschenen de avonturen van Kuifje aanvankelijk in een katholieke tijdschrift, en werden ze na korte tijd ook goed ontvangen in Frankrijk en Nederland.

De grote Nederlandse striptekenaar Marten Toonder heeft door zijn stijl juist een aparte literaire status gekregen. (Novum)