Strijd rond Goma kan leiden tot de opdeling van Congo

Grondstoffen spelen een grote rol in het conflict in Congo. Maar de inname van Goma is voor rebellen vooral een politieke zege.

Wat is het strategische plan achter de inname van Goma, de grootste en belangrijkste stad van Oost-Congo? Is het een poging Congo op te breken en een van Rwanda afhankelijke bufferstaat langs de oostelijke grens op te zetten? Is het streven de bij omstreden verkiezingen aan de macht gekomen president Joseph Kabila af te zetten? Of is het een ordinaire poging van muitende militairen om een betere positie in het regeringsleger te krijgen?

Rwanda is een klein en overvol bergstaatje dat wordt geleid door uiterst efficiënte bestuurders, voor een groot deel afkomstig van de etnische groep de Tutsi’s. Oost-Congo heeft nog voldoende ruimte, maar ontbeert behoorlijk bestuur en wordt geplaagd door een ongedisciplineerd regeringsleger en talrijke milities.

Volgens critici is het ultieme plan van Rwanda om zijn surplus bevolking naar Oost-Congo te exporteren, kortom het creëren van Lebensraum. Daarom heeft Rwanda sinds 1996 twee keer Oost-Congo bezet en dirigeert het nu rebellengroepen.

De rebellenbeweging M23, die net als de Rwandese regering voor een groot deel bestaat uit Tutsi’s, is in deze gedachtegang niet meer dan een vazal van Rwanda. Met de inname van Goma door M23 staat de regio voor het voldongen feit dat Rwanda de hoofdrol speelt. Zonder Rwanda is vrede niet mogelijk in de regio. In die analyse heeft Rwanda deze week in Goma gewonnen.

De Congolese Tutsi’s zijn invloedrijke zakenlieden, maar vormen een kleine minderheid. Sinds het uitbreken van de oorlogen in Congo, na de Rwandese genocide in 1994, heeft de Rwandese regering van Paul Kagame deze Tutsi’s ingezet als pionnen. In de Congolese regering na de Rwandese bezetting in 1998, en bij muiterijen in het Congolese leger waren de Tutsi’s steeds de nucleus.

In veel opzichten zijn de gebeurtenissen van de afgelopen dagen een déjà vu. Dissidente Tutsi-militairen bezetten de Oost-Congolese stad Bukavu in 2004 en begingen grove misdaden. Twee jaar later bezette de Tutsi-generaal Laurent Nkunda grote delen van Oost-Congo en maakte zich eveneens schuldig aan mensenrechtenschendingen. Na een akkoord in 2008 werden de opstandige militairen in het leger opgenomen, waaruit ze in april weer wegliepen om M23 te vormen.

De muiterij in april had maar deels succes. Slechts 700 militairen deden mee en M23 had tot vorige week veel minder gebied onder controle dan de strijders van Nkunda destijds. Bovendien blijven de rebellen impopulair bij de bevolking. Tutsi’s roepen veel haat op in Congo. Ondanks de pogingen van de M23 gisteren in Goma om de bevolking op hun hand te krijgen, hoeft er maar één lucifer te worden aangestoken om de haat tegen de Tutsi’s te laten ontploffen. Door hun sterke banden met Rwanda hebben Congolese Tutsi’s een slechte naam gekregen.

Congo’s president Kabila is niet geliefd in zijn land, mede vanwege sterke banden die hij van oudsher had met Rwanda. Maar een opstand tegen hem, onder leiding van M23, maakt weinig kans als alleen Tutsi’s het voortouw nemen. Wel kan het land hierdoor opgesplitst worden.

Grondstoffen spelen een belangrijke rol in het conflict. M23 haalde zijn inkomsten uit de douane van Bunagana, een stadje waar Oeganda vorige week de grens sloot. De rebellen proberen ook Masisi in handen te krijgen, een streek ten westen van Goma met de meeste mijnen. De inname van Goma lijkt minder door economische dan politieke overwegingen ingegeven. Hiermee zet M23, en in het verlengde daarvan Rwanda, president Kabila het mes op de keel.

Rwanda beschikt over veel krediet bij Westerse diplomaten, ondanks zijn omstreden beleid in Congo. Het schuldgevoel over het gebrek aan internationale actie bij de genocide in 1994 speelt daarbij een grote rol. Bovendien dwingt de efficiëntie van de Rwandese heersers, die in korte tijd het vernietigde land weer opbouwden, bewondering af. Dit staat in scherp contrast met het klungelige bestuur van de regering in Kinshasa.

Volgens een gisteren gepubliceerd rapport van VN-onderzoekers voeren Rwandese ambtenaren het bevel over M23. Aan het hoofd van deze commandostructuur zou de Rwandese minister van Defensie, James Kabarebe, staan. Kabarebe was in 1997, nadat Rwanda Laurent Kabila (de vader van de huidige president) aan de macht had geholpen in Congo, korte tijd opperbevelhebber van het Congolese leger. Hij staat bekend als een briljant strateeg en als legerleider heeft hij zoon Joseph Kabila deels het vechten geleerd.

De belangrijkste oorzaak van het Congolese probleem blijft de falende staat. Hierdoor kunnen Oeganda en Rwanda, maar ook Zimbabwe en Angola, hun kans grijpen om te profiteren van grondstoffenrijkdom. Alleen zware sancties zouden Rwanda misschien van zijn koers kunnen afbrengen. Maar ook zonder inmenging van Rwanda is het conflict in Congo nog lang niet opgelost.