Slow management

Het was een opmerkelijke passage in een vertrouwelijke notitie van FNV-voorzitter Ton Heerts over het bestaansrecht van de grootste vakcentrale: in onderhandelingen met werkgevers spelen de traditionele directieleden nauwelijks meer een rol. Die worden, tussen de coulissen opererend, aangestuurd door aandeelhouders en investeringsmaatschappijen.

Als Heerts gelijk heeft, zegt dat iets over de Nederlandse ondernemerscultuur. Nederland heeft een traditie van Rijnlands ondernemerschap, dat een balans zoekt tussen de belangen van werknemers, aandeelhouders en de omgeving. Maar het wedijvert, zeker sinds de jaren ’90, met zijn tegenhanger, het Angelsaksisch model. Daarin voeren winstbejag en aandeelhouderbelangen de boventoon, zo betogen de auteurs Jaap Peters en Mathieu Weggeman in Het Rijnland Praktijkboekje.

Het is een pleidooi voor herwaardering van dat Rijnlandse model. Bij de overheid zou dat proces al gaande zijn, en hier en daar ook in het bedrijfsleven.

Groei op eigen kracht, is een tip de auteurs. ‘Slow management’, noemen ze dat. En blijf vooral weg van de beurs. „Want liefde voor het vak is bij de moderne aandeelhouder nu eenmaal niet meer aan de orde.”

Of het Rijnlandse model inderdaad terugkeert, moet nog blijken. De verzuchting van Heerts doet het tegendeel vermoeden.

Jos Verlaan

AuteursJ. Peters en M. Weggeman

TitelHet Rijnland PraktijkboekjeUitgeverBusiness ContactPrijs€ 9,95