Sales verkoopt beter

Het Nederlandse bedrijfsleven is vergeven van de Engelse termen. Overdreven en onnodig, vinden velen. Vaktaal, meer niet.

Dat het Engels aan de top van het bedrijfsleven bijna de voertaal geworden is, is één zaak. Dat het ook diep is binnengedrongen in het Nederlands van de koffiehoek, is een andere. Termen als sales (verkoop), targets (doelstellingen), actuals (werkelijk gerealiseerde omzet), forecast (verwachte omzet), profit (winst), salesfunnel (de pijplijn van offertes) stromen alle kantoren binnen. Ook in de communicatie tussen Nederlandse collega’s worden deze termen gebezigd. En het rare is: verkoop levert net zo goed geld op als sales.

Toen ik bij de eeuwwisseling overstapte van de journalistiek naar het bedrijfsleven, ontsnapte ik niet aan die mode. Zie een e-mailtje dat ik toen aan het verkoopteam heb verzonden na een heftige interne discussie:

Heren,

Hierbij een aantal keiharde afspraken. Pitches die binnenkomen bij sales worden direct doorgestuurd aan de Business Unit. Daarna vindt minimaal binnen twee dagen een meeting plaats van Business Unit en Sales waarbij wordt afgesproken wie wat doet, wat de deliverables zijn. Sales zorgt voor kwalificatie van de pitch.

gr., Pieter

Merk hier ook de tweede taalveranderingsstap op, namelijk het overnemen van zinsbouw. Sales zorgt voor kwalificatie van de pitch: als daar geen Engelse zinsconstructie op de loer ligt!

Daar waar het IT-gerelateerde zaken betreft, is een argeloze lezer nog sneller het spoor bijster. Zie het onderstaande mailtje, verzonden door een van onze klanten:

Op basis van een onderzoekje dat wij zijn gestart nav een aantal "time out errors" vanuit links op de HTML newsletter blijkt dat jullie de load direct na uitsturen niet aankunnen. De .cgi scripts werken op basis van zgn "single thread" wat betekent dat iedereen via 1 draadje verbinding heeft. Dit brengt met zich mee dat als één gebruiker een verstoring heeft iedereen daar last van heeft. Kunnen jullie hier even op reageren?

Eh, nee!

Maar hoe frequent wordt Engels gebruikt? Kun je dat tellen? Gemiddeld bevat elk e-mailtje wel een Engels woord. Van de 3.639 berichten in mijn in-postbakje, bevatten er 2.172 het woord sales. Een derde bevat het woord target. Daar waar ik proposal makkelijk te vervangen is door voorstel, vond ik dat 90 keer in mijn post. Maar te zien aan de frequenties in mijn uit-postbakje – en dat is wel een schok – bezondig ik mij er vaker aan dan wie ook.

Onder de andere termen uit het Engels die geregeld voorkomen zijn woorden als account, management, funnel, prospect, loyalty, lead, forecast, outsourcing.

Vormt deze stortvloed aan Engelse leenwoorden een bedreiging voor het Nederlands? Ik meen van niet. De leenwoorden waar ik zo royaal gebruik van maak, horen bij mijn vak. Ik gebruik ze tegen collega’s die in dezelfde maalstroom van rapportages zitten. Buiten die kring gedraag ik mij als een normaal mens.

Ik ken geen Nederlandse collega, hoe geïnfecteerd ook met Engels bedrijfsjargon, die met zijn Nederlandse vrouw Engels praat, laat staan iemand die zijn kinderen in het Engels zou willen grootbrengen.