Raar praten over IDFA

De publieke omroep besteedt veel aandacht aan het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), maar op een beetje vreemde manier. De term IDFA dient vooral als label, om een beetje inhoudelijk te gaan zitten praten over het onderwerp van een van de in Amsterdam vertoonde films.

Zo doet zich herhaaldelijk de situatie voor dat in een talkshow de regisseur van een film afwezig is, op de eerste rij zit of in het geheel niet genoemd wordt, terwijl de hoofdpersoon of experts over het betreffende onderwerp wel aan tafel zitten. Gisteren ging het in Pauw & Witteman (VARA) over de vandaag uit te zenden documentaire Queen of Versailles (VPRO), waarin nieuwe superrijken in Florida een paar honderd miljoen kwijtraken. Daar had Linda de Mol wel een mening over, maar toen Maarten van Rossem iets te berde wilde brengen over de kunstmatige constructie van de documentaire, kapte Jeroen Pauw hem haastig af. Laten we in plaats daarvan nog naar wat beelden kijken.

Toegegeven, in Inside IDFA (VPRO) gaat het soms wel degelijk over de vormkeuzes van documentairemakers. Vooral het gesprek van Daphne Bunskoek met de Russische eregast van IDFA Viktor Kossakovsky bevatte heerlijke uitspraken, zoals het adagium van de regisseur: „Als je precies weet wat je wilt vertellen, dan hoef je de film niet meer te maken”.

De moeite waard zijn veel van de nog tijdens het festival min of meer integraal uitgezonden documentaires, zoals gisteren Cinema Jenin (VPRO Import) van de Duitse regisseur Marcus Vetter. Die is zelf een van de hoofdpersonen, in een verslag van zijn jarenlange project om in Jenin, op de westelijke Jordaanoever, een verstofte en verwaarloosde bioscoop te heropenen.

In talkshowtermen zouden de fauteuils onder de duivenpoep, het gestoei van een oude operateur met de antieke projector en flarden van de openingsceremonie hebben volstaan om een beeld te schetsen. De werkelijkheid van de film is veel ingewikkelder en representatief voor de totaal verziekte situatie in de bezette gebieden. Vetter krijgt te maken met corruptie en wantrouwen dat hij wel een spion van Tel Aviv moet zijn. De oude eigenaren van de bioscoop eisen de recettes op, nadat internationale vrijwilligers de bioscoop verbouwd hadden. Een medestander in Jenin, de Palestijns-Joodse acteur Juliano Mer-Khamis vindt dat Israëlische premièrebezoekers moeten bewijzen dat ze geen terrorist zijn. Kort daarna wordt hij zelf vermoord, door een gemaskerde schutter, mogelijk van Hamas.