Op initiatief van rijkelui

Er was een tijd dat corporatiebestuurders nog geen Maserati’s reden, stoomboten kochten of met derivaten goochelden. Hoe zulke excessen hebben kunnen ontstaan, wordt duidelijk in het voor publiek bewerkte proefschrift Het bewoonbare land van Wouter Beekers van de Vrije Universiteit. Zijn geschiedschrijving van de Nederlandse volkshuisvestingsbeweging legt een goede bodem voor de komende parlementaire enquête over de sector.

Langs grote maatschappelijke, politieke en economische omwentelingen beschrijft Beekers de ontwikkeling van de eerste corporaties van medio negentiende eeuw tot nu. Met ‘kleine’ anekdotes, waar een geduldige speurtocht door diverse archieven achter moet zitten, komt deze geschiedenis tot leven. Hier en daar is Beekers wat uitgeschoten met het noemen van historische passanten en formele besluiten; de auteur waarschuwt de lezer er ook zelf voor.

De corporaties ontstonden als initiatief van rijke burgers, kwamen na de Woningwet (1901) in de overheidssfeer en namen na de Tweede Wereldoorlog weer afstand van het Rijk. Zo toont Beekers dat de verzelfstandiging van de sector in de jaren ’90 geen revolutie was, maar een logisch gevolg. Op de achterkant van zijn sigarendoos streepte oud-staatssecretaris Heerma destijds 30 miljard gulden aan Rijksleningen weg tegen subsidies. ’s Nachts werd het akkoord snel uitgewerkt op de enige computer van Hotel Château Marquette in Heemskerk.

Auteur Wouter Beekers Titel Het bewoonbare land Uitgever Boom Prijs € 24,95