Niets wringt in Dewulfs versie van Nabokovs Lolita

Theater

Een Lolita, door NT Gent. Gezien 21/11, Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 30/5/13. Inl: ntgente.be ***

Kijk eens hoe mooi ik ben, zegt de vrouw. Ze duwt haar buik omhoog, terwijl ze op handen en voeten op tafel staat. De vrouw, gespeeld door Els Dottermans, wil gezien worden, en bewonderd. Zoals toen ze dertien was en een oudere man zijn ogen niet van haar af kon houden.

De naar de roman Lolita uit 1955 van Vladimir Nabokov gearrangeerde tekst van de Vlaamse schrijver Bernard Dewulf laat de vrouw en de man terugkijken op hun samenzijn, in elkaar afwisselende stukjes monoloog. De man trouwde haar moeder, maar dacht aan de dochter. Na de dood van de moeder werden de twee minnaars.

Dat zij een kind was, maakt de relatie bijzonder en duister. Maar het raadsel van deze voorstelling is dat die ongewoonheid geen kwestie is voor Dewulf. De man houdt van haar jeugd, haar strakke lichaam, haar donzen haartjes en gebrek aan geur. Dat hij haar ziet en haar staat van „gewichtloosheid” herkent, windt haar op. En zijn lach is lief.

Er wringt niets. Dewulf is meer geïnteresseerd in zijn gezwollen dichterlijkheid dan in wat hen bezielt. Wie eenmaal het sublieme heeft gezien, kan niet meer leven in „de woonkamers van het banale”, zegt de man, die afstandelijk en cerebraal blijft in de wat stijve rol van Frank Focketyn. Alleen zieners, zoals hij, begrijpen schoonheid, is zijn overtuiging.

Els Dottermans, tegen de vijftig, maakt er een voorstelling over haar ouder wordende lichaam van. Ze beklimt en berijdt tafels, bekijkt haar kont in de spiegel, steekt een bloot been omhoog en vraagt om onze goedkeuring, met een blik van beter weten. Dat we kijken, vraagt ze, en dat doen we.