Manier gevonden om etsen van Rembrandt te dateren

Welke afdrukken van de etsplaten van Rembrandt werden door hem zelf gemaakt, en welke niet? Conservatoren van het Rijksmuseum, die vier jaar lang de wereld over reisden om zo’n 18.000 etsafdrukken te onderzoeken, kunnen voor het eerst het onderscheid maken. „Etsplaten slijten bij het afdrukken. Ze moeten om de zoveel tijd bijgewerkt worden”, zegt Erik Hinterding, die het onderzoek samen met zijn collega Jaco Rutgers deed. „Een deel van die ingrepen blijkt te zijn uitgevoerd met een zogeheten wiegijzer, een soort plamuurmes waarmee de koperplaat werd opgeruwd. Dat wiegijzer was tijdens Rembrandts leven onbekend. Die afdrukken dateren dus van ná 1669, het jaar waarin hij stierf.”

Het Rijksmuseum toont 36 etsen van Rembrandt die het onderzoek illustreren. De conservatoren zijn in 45 prentenkabinetten geweest. Hoeveel afdrukken er precies zijn van de 315 etsen die Rembrandt tussen 1625 en 1665 maakte, is niet bekend. „Van de 18.000 afdrukken die wij zagen, was naar schatting de helft niet gemaakt door Rembrandt zelf.” Daardoor zullen ze soms iets minder waard worden, maar andere zijn zo zeldzaam dat het weinig uitmaakt voor de prijs.

De twee deden nog meer ontdekkingen. „Rembrandt was veel zoekender dan we dachten. Het maken van een ets gebeurde in ‘staten’. Rembrandt tekende bijvoorbeeld eerst een kop en dan maakte hij een afdruk. Vervolgens tekende hij er een lichaam bij en maakte hij weer een afdruk. We hebben nu ontdekt dat hij veel meer kleine stapjes maakte dan we dachten. Soms voegde hij maar drie streepjes toe.”

Dat Rembrandt een ondernemer was, blijkt uit het feit dat hij soms tussenstaten afdrukte op luxe papier, die hij verkocht.