Leidt begrotingsruzie tot ‘Brixit’? Drie vragen over beladen EU-top

Premier Rutte en de Britse premier Cameron vorige week op het Binnenhof. Foto ANP / Jerry Lampen

Vandaag en morgen wordt een hard begrotingsgevecht uitgevochten in Brussel. Deze Europese top kan mogelijk leiden tot een vertrek van Groot-Brittannië uit de EU. Waarom lopen de emoties zo hoog op? Drie vragen en antwoorden.

Waarom is er ruzie over de Europese begroting?

Europa is door alle problemen rond de schuldencrisis momenteel niet het onderwerp waarmee je als politicus scoort bij je kiezers. En dus tekenen heel veel Europese landen protest aan tegen een stijging van de Europese begroting voor de jaren 2014-2020. De Europese Commissie wil voor die zeven jaar een bedrag van 1000 miljard euro van de lidstaten. Een aantal landen, waaronder Nederland en Groot-Brittannië, vindt dat de begroting niet mag stijgen terwijl de lidstaten zelf zoveel moeten bezuinigen.

De vraag hoe terecht de ophef over een stijging van de EU-begroting is, lijkt gerechtvaardigd. Het klopt dat de Europese begroting almaar stijgt: tussen 1999 en 2009 ging ‘ie met 42 procent omhoog. Maar in diezelfde periode stegen alle nationale begrotingen veel harder, de Nederlandse met 65 procent. Het overgrote deel (94 procent) van de EU-begroting stroomt overigens weer terug naar de lidstaten. En hoewel veel lidstaten willen dat de begroting omlaag gaat, wil geen enkel land afzien van de subsidies die het ontvangt.

Door de onenigheid is het nog maar de vraag of de Europese regeringsleiders er vandaag en morgen uit gaan komen. EU-president Herman van Rompuy heeft voorgesteld 80 miljard van de 1000 miljard te bezuinigen door overal iets af te halen, maar daar werd direct tegen geprotesteerd. Daarom betwijfelt begrotingsspecialist Alain Lamassoure of er een deal over de begroting komt. “Met 27 nationale egoïsten heb ik er een hard hoofd in”, aldus Lamassoure gisteren in NRC Handelsblad.

Foto AP / Matt DunhamFoto AP / Matt Dunham

Wat klopt er van het gerucht dat de Britten uit de EU willen stappen?

Het land dat zich het meest hevig verzet tegen een hogere Europese begroting is Groot-Brittannië. De conservatieve premier David Cameron, wiens partij een lange traditie van euroscepsis heeft, wil dat er geen 80, maar 200 miljard van de begroting wordt afgehaald. Hij noemde het verhogen van de begroting “belachelijk”.

Het verzet van Cameron is een probleem omdat de begroting pas kan worden vastgesteld als alle landen akkoord zijn. De Britten dreigen hun veto daadwerkelijk in te zetten als ze hun zin niet krijgen. Het zou niet voor het eerst zijn dat Groot-Brittannië met de andere lidstaten in conflict raakt. De afgelopen jaren gebeurde dat al over onderwerpen als bankentoezicht, het instellen van een transactietaks en het maken van justitieafspraken op Europees niveau.

Vorig jaar december blokkeerde Cameron na een lange nacht vergaderen een Europese verdragswijziging voor méér begrotingsdiscipline. De andere landen – behalve Tsjechië – sloten daarop een apart verdrag. In Brussel is het tegenwoordig ‘bon ton’ om cynisch te doen over de Britten. Ambtenaren en diplomaten in Brussel speculeren steeds meer over een Britse uittreding.

Zouden de Britten de Unie kunnen verlaten? In peilingen zegt bijna de helft van de Britten te hopen dat hun land zich uit de EU terugtrekt. De Britse politiek zinspeelt regelmatig op het organiseren van een referendum. En juridisch kan het, schreef NRC Handelsblad maandag:

Op grond van artikel 50 van het Verdrag van Lissabon hebben EU-lidstaten juridisch de mogelijkheid de Unie te verlaten. In Artikel 50 staat dat een lidstaat kan besluiten “zich uit de Unie terug te trekken”. De Unie en de afvallige lidstaat onderhandelen vervolgens over de voorwaarden voor terugtrekking. De Europese verdragen zijn niet meer van toepassing op het land als het aldus bereikte “terugtrekkingsakkoord” van kracht is. Of, als er geen akkoord wordt bereikt, is de exit automatisch twee jaar na de aankondiging een feit.

Foto ANP / Evert-Jan DanielsFoto ANP / Evert-Jan Daniels

En wat betaalt en vindt Nederland eigenlijk?

Het is niet eenvoudig om uit te vinden hoeveel een land precies bijdraagt aan de Europese begroting, omdat ministeries en andere instanties diverse calculaties gebruiken. Daarom is het ook niet helemaal helder wat Nederland bijdraagt.

Volgens een interactieve site van het Europees parlement droeg Nederland in 2011 – het laatste jaar waarover de boeken zijn afgewerkt – in totaal 3933 miljoen euro af. De Europese Commissie komt uit op 4263 miljoen. En volgens het ministerie van Financiën was het 3804 miljoen. Alleen over wat Nederland ontving, is iedereen het eens: 2064,3 miljoen, waarvan 940 miljoen aan landbouwsubsidie, 579 miljoen voor onderzoek en ontwikkeling en 307 miljoen aan Cohesiegelden om de economie te stimuleren.

Bovenstaande cijfers wijzen uit dat Nederland ‘nettobetaler’ is, wat wil zeggen dat ons land meer betaalt dan krijgt van Europa. Dat zal niet veranderen, erkende premier Rutte gisteren in de Tweede Kamer, maar Rutte zal vandaag en morgen inzetten op behoud van de korting van een miljard euro, die sinds 2007 van kracht is. “We zullen er alles aan doen om de nettobetalingspositie te verbeteren, maar verwacht geen wonderen”, aldus de premier.

Rutte temperde gisteren ook de verwachtingen voor de tweedaagse begrotingstop. Hij zei dat er mogelijk pas volgend jaar overeenstemming wordt bereikt met de Europees Commissie over de begroting:

“Het is zeer denkbaar dat we een heel eind komen en dan vaststellen dat de besluitvorming aan kracht wint door het door te schuiven naar volgend jaar. Het liefst komen we er nu uit.”