Klei op doek

Het werk van de nog altijd te onbekende Vlaamse expressionist Constant Permeke is in Brussel te zien samen met dat van twee hedendaagse kunstenaars. Een gewaagde combinatie.

Constant Permeke, ‘De Sjees’, 1926. Olieverf op doek, 165 x 128 cm. Collectie PMMK, Oostende

Vanaf het moment dat we ’s ochtends uit het raam kijken om te zien wat voor weer het vandaag wordt, tot aan het uur dat we onze ogen sluiten, krioelt het in ons hoofd van oordelen over mooi of lelijk. Zo veel dat je die oordelen als normaal gaat zien, als vanzelfsprekend en legitiem. Maar oog in oog met de monumentale brokken verf die de Vlaamse expressionist Constant Permeke (1886-1952) zo’n driekwart eeuw geleden op het linnen en het hout slingerde, verdwijnen die oordelen. Dan wordt de vraag naar hoe mooi of hoe lelijk een schilderij is futiel en zinloos, alsof je zoekt naar poedersuiker in stuifsneeuw.

Op een retrospectief in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten – het labyrintische monstergebouw aan de top van de Kunstberg – zijn 130 van Permeke’s schilderijen, beelden en werken op papier bijeengebracht. Dat is weliswaar minder dan de 150 die acht jaar geleden op een tentoonstelling in Den Haag waren te zien, maar in Brussel wordt de expressionist door conservator Willy Van den Bussche ferm in de hedendaagse kunst geplaatst.

Van den Bussche brengt het werk van de nog altijd te onbekende Vlaamse Permeke samen met het flamboyante, erotische werk van Marlene Dumas (1953) en met gigantische atmosferische landschappen van Thierry de Cordier (1954). De vergelijking met twee van die totaal verschillende kunstenaars is ambitieus, gewaagd, en werkt wonderbaarlijk goed.

De vrolijke onverschrokkenheid waarmee Dumas ons de spelonken van haar pin-ups toont, staat in fel contrast met de brave schuchterheid waarmee Permeke vrouwelijk naakt verbeeldt. De schilder die in zijn portretten van vissers en boeren, van zuipschuiten en kletskousen de anatomische overdaad bepaald niet schuwt, koppen als bloemkolen afbeeldt, handen als hooivorken, gezichten uit het lood laat hangen, armen hopeloos te lang schildert, benen te kort – nee, die schilder keert in het aanzien van het vrouwelijk naakt bedeesd terug op het pad van de schilderkunst, totdat hij bij het neo-classicisme belandt en de vorm van het vrouwenlichaam weer bewonderend vergelijkt met die van een viool of golfslag op zee.

Fucking Flanders

Van Thierry de Cordier, de zichzelf buiten de tijd plaatsende Vlaamse ‘zondagsdenker’, tekenaar, schilder en beeldhouwer, zijn er zeegezichten en landschappen. Eindeloos lang heeft De Cordier aan de schilderijen gepeuterd en geveegd – soms wel acht jaar lang. Op het eerste gezicht zijn de doeken traditioneel en realistisch. Enorme golven slaan in je gezicht, de schaduwen van holtes zijn diep, de bollingen van golven vangen ternauwernood sprankjes licht. Toch doet de kunstmatige, glanzende vernislaag van de doeken vermoeden dat er meer aan de hand is dan subliem ontzag voor de kracht van de natuur. Het zijn de kleine, soms bijna onleesbare notities op het doek, de titels – Fucking Flanders –, en de zelfrelativerende verwijzingen naar grote voorgangers als Gerhard Richter of Caspar David Friedrich, die De Cordiers werk hedendaags maken. Zelf schrijft hij: „De enkele hier tentoongestelde werken zijn noch interessant, noch sociaal, zoals de journalistiek en de kunstkritiek het doorgaans willen. Nee, ze zijn wezenlijk ongeïnteresseerd in zowel het dagelijkse, als het jammerlijke vertoon ervan. Met andere woorden: het kan ze geen fluit schelen.”

In zijn motief en zijn sombere palet onderscheidt De Cordier zich dan wel niet veel van Permeke, zijn artistieke opvatting verschilt enorm. Want Permeke: dat is eigenlijk klei op doek. Dat zijn de klonten die je aan je laars hebt hangen als je door een zompig weiland hebt gelopen. Dat is de aarde die onder je nagels is gaan zitten als je de hele dag kromgebogen op je knieën aardbeien hebt geplukt. En dat alles is er niet voor niets. Permeke is niet afstandelijk en gereserveerd, maar zintuiglijk en onmiddelijk.

Dik brengt Permeke zijn verf op, en donker. Toch schittert en blinkt het in Brussel en zijn sommige voorstellingen nauwelijks zichtbaar, zo slecht zijn de schilderijen uitgelicht. Maar het is helder dat Permeke met zijn verfbehandeling, met zijn onderwerpkeuze wel degelijk iets wil zeggen.

Monumentale massiviteit

De in Antwerpen in 1886 geboren kunstenaar is groot geworden met het impressionisme en het pointillisme. In zijn latere woonplaats Oostende maakt hij kennis met de magie van James Ensor, het surrealisme van zijn buurman Léon Spillaert. Een van zijn vroegste schilderijen dateert uit 1907 en toont zijn vrouw Marietje op de rug gezien. Het is een on-permekiaanse ode aan licht en kleur, heel anders dan de bijna abstracte duisternis die hij later zal schilderen. En toch is ook in Marietje de monumentale massiviteit herkenbaar waar Permeke in later werk naar streeft – alsof de vormen uit steen zijn gehouwen, alsof ze zo zijn en niet anders kunnen.

Het is de massiviteit van het Vlaamse landschap, van de zee en zijn bewoners – dier, maar vooral mens – die Permeke wil vangen. Het zijn de glooiende, vaak troosteloos verlaten velden die zo veel te verduren hebben gehad in de Eerste Wereldoorlog en die hij keer op keer schildert. Het zijn ploeterende volksmensen die hij verbeeldt. Hen probeert hij niet alleen te vangen in de hardheid van hun bestaan, in het dagelijkse afzien op hun knieën in een akker, maar ook in hun tederheid.

Moederschap – een goedkoop gemaakt olieverfje op triplex uit 1935 – is een donkere, mosterdgele lofzang op bescherming en koestering. Geen vrouw heeft voor Moederschap model gestaan. Geen volwassene zal later zeggen: ‘Kijk eens hoe lief ik als baby was in de armen van mijn moeder’. Op straat zou je aan het tweetal voorbij lopen. Het is de essentie die Permeke probeert te vangen, zijn leven lang. En soms ziet hij die.

Retrospectief Constant Permeke, met naakten van Marlene Dumas en landschappen van Thierry De Cordier. T/m 20 jan, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel. Di t/m zo 10-18u, do tot 21u. Catalogus: 49,50. Inl. bozar.be